InterviewMusicaltraditie

Typisch Nederlands, dat waren de musicals van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink. ‘Maar wel met Broadway-achtige ambities’

Harry Bannink en Annie M.G. Schmidt. Beeld Henk PotHoff
Harry Bannink en Annie M.G. Schmidt.Beeld Henk PotHoff

Annie M.G. Schmidt beweerde een hekel te hebben aan de ‘mjoeziekul’: ‘Kul met muziek.’ Maar intussen was ze wel de grondlegger van de typisch Nederlandse musical, samen met Harry Bannink. Het duo had zelfs Broadway-achtige ambities, ontdekte onderzoeker Sanne Thierens.

Niet eerder dook iemand zo diep in het ontstaan van de Nederlandse musical, door Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink op de kaart gezet. In het boek Mjoeziekul, dat vandaag verschijnt, vertelt onderzoeker Sanne Thierens smakelijk hoe de combinatie van politiek engagement, herkenbare personages en Broadway-ambities zorgde voor de geboorte van de typisch Nederlandse musicaltraditie. En dat in een tijd dat niemand iets van musicals wilde weten. Wat was er zo uniek aan die typisch Nederlandse musicals? En hoe staat het er mee?

‘Ik vertaal niets!’

Schmidt vertelde graag het verhaal dat ze in 1963 door producent John de Crane gebeld werd met de vraag of ze een Franse musical zou willen vertalen.

‘Vertalen?’ onderbrak ze hem. ‘Nee, dank u zeer. Zolang ik zelf nog zoveel ideeën heb, vertaal ik niets!’ Om vervolgens de hoorn op de haak te smijten. Diezelfde middag zou De Crane voor haar deur hebben gestaan met de vraag: ‘Als u zoveel ideeën hebt, waarom schrijft u zelf dan geen musical?’

‘Ja, leuk,’ antwoordde ze terwijl ze dacht: al weet ik helemaal niet wat een musical is. Twee jaar later ging de allereerste oorspronkelijk Nederlandse musical van formaat in première, geschreven door Schmidt en Bannink: Heerlijk duurt het langst.

Schaamteloze onnozelheid

Thierens schrijft in haar boek dat we bovenstaande scène met een korreltje zout moeten nemen, omdat Schmidt de waarheid graag wat mooier maakte. Maar dat Schmidt en Bannink vóór hun eerste musical amper wisten waar ze aan begonnen, is waar. Bannink vertelde later dat Heerlijk duurt het langst geschapen werd vanuit ‘een soort overmoed en schaamteloze onnozelheid.’

Musicals waren in die tijd allesbehalve populair in Nederland. Sterker nog: ze stonden zo ongeveer garant voor mislukking en lege zalen. In de aanloop naar de première in 1965 speelde Schmidt in de media met deze afkeer. Ze deed alsof ze erin meeging en dat Heerlijk duurt het langst ook helemaal geen musical was, maar een muzikale komedie. Zelfs in het programmaboekje veinsde ze haar afkeer: ‘Ik hou niet van een mjoeziekul. Kul met muziek. (…) Zo’n mjoeziekul is gewoon een toneelstuk dat niet opschiet. (…) De personages gaan dan ineens zingen of iedereen danst op straat, zomaar!’

Scène uit ‘Heerlijk duurt het langst’ in het nieuwe de la Mar theater in 1965.
 Beeld
Scène uit ‘Heerlijk duurt het langst’ in het nieuwe de la Mar theater in 1965.Beeld

Maar Heerlijk duurt het langst was wel degelijk een musical, met alles erop en eraan, daar had producent De Crane wel voor gezorgd. Hij had goede research gedaan bij buitenlandse musicals – en Schmidt en Bannink daarover bijgepraat. En dus kreeg de musical volop dans en zang, een buitenlandse regisseur met gevoel voor samenspel tussen tekst en muziek, een draaischijf die tientallen decors op hoog tempo liet afwisselen, indrukwekkende kostuums én een Broadway-waardige ouverture.

Gat in de geschiedenis

Thierens promoveerde op de Schmidt/Bannink-musicals; dit boek is gebaseerd op haar proefschrift. Ze vult daarmee een gat in de musicalgeschiedenis: naar deze allereerste Nederlandse musicals was nauwelijks onderzoek gedaan. “In Nederland heerste het idee dat de Schmidt/Bannink-musicals nog nauwelijks musicals waren, een soort aanzetjes, en dat de musicaltraditie pas echt begon toen Joop van den Ende ging produceren”, zegt Thierens. “Maar dat is niet zo.”

“Natuurlijk, de dialogen duurden soms eindeloos, er werd toen nog niet zo goed en gelijk gedanst en er waren nauwelijks acteurs die ook konden zingen en dansen”, zegt Thierens. “Maar er waren Broadway-achtige ambities, de decors en kostuums waren groots en vanaf hun eersteling in 1965 tot hun laatste in 1984 hebben de Schmidt/Bannink-musicals zich enorm ontwikkeld. Ze waren veel rijker dan ik dacht.”

“Aan En nu naar Bed (1971) was vernieuwend dat het doek niet telkens open- en dichtging, maar dat de scènewisselingen door het licht werden gemaakt. Er waren ook montagescènes met korte snelle flitsen. Dat was nieuw.’

Scène uit ‘Foxtrot’ tijdens een try-out in Carré in 1977, met onder anderen Gerrie van der Klei en Willem Nijholt. Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Scène uit ‘Foxtrot’ tijdens een try-out in Carré in 1977, met onder anderen Gerrie van der Klei en Willem Nijholt.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Wat trok Thierens het meeste aan in de musicals? “Bij mijn masterscriptie, over hun musical Foxtrot (1977), raakte ik al gefascineerd door het politieke engagement van Schmidts verhaal: het ging over de koude oorlog, atoomwapens, abortus en homo-emancipatie. De combinatie van diepe inhoud met groots entertainment en prachtige liedjes sprak me aan. Hun musicals waren geen lege hulzen.”

Doodgewone problemen

Schmidt schreef over alledaagse personages die worstelden met doodgewone problemen. En ze sneed actuele onderwerpen aan. Haar personages spraken bijvoorbeeld over de opkomst van de pil, aan het begin van de seksuele revolutie. Niet alleen over de bevrijding die de pil bracht, maar ook over de druk die het op vrouwen legde omdat ze met die pil altijd beschikbaar moesten zijn voor mannen.

In de rij voor theater Carré, om een kaartje te bemachtigen voor de première van 'Foxtrot’. Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
In de rij voor theater Carré, om een kaartje te bemachtigen voor de première van 'Foxtrot’.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Thierens ontdekte dat Schmidt in de eerste musicals soms nog wat voorzichtig was. “Een fel antimannenlied dat ze voor En nu naar bed schreef, en dat ik in het archief vond, heeft ze uiteindelijk niet gebruikt. Daar heeft ze een minder pittig lied voor in de plaats gezet. Maar in de loop van de jaren werd ze steeds meer uitgesproken.”

De allerkrachtigste momenten komen volgens haar uit Foxtrot: “Die musical is met enorm veel pracht en praal vormgegeven en gaat juist ook over escapisme: we willen veel problemen niet zien. Van die dubbele laag krijg ik kippenvel. En dat lied daaruit, De laatste dans (Dansen op een vulkaan), vind ik prachtig. De muziek bouwt heel gestaag op, waarbij tekst en muziek geweldig samen tot een climax komen.”

Vrouwelijke woede

Dankzij Mjoeziekul is het belang van de Schmidt/Bannink-musicals onderstreept. “Ze hebben de Nederlandse musical op de kaart gezet”, zegt Thierens. “Schmidt en Bannink bewezen samen met John de Crane dat er ruimte en publiek was voor verhalen uit onze eigen omgeving en dat het niet nodig was om musicals uit het buitenland te halen. Vanaf 1979 zijn ook Jos Brink en Frank Sanders met hun musicals gekomen en toen pas kwamen Cats en de musicals van Joop van den Ende.”

Doordat de Schmidt-scripts actueel waren, zijn ze ook eerder verouderd. Toch vindt Thierens dat ze nog steeds gespeeld moeten worden. “We moeten ze koesteren, maar we moeten ze ook bewerken en aanpassen aan de tijd. Het lijkt mij fantastisch om dat te doen, ik heb daar ook ideeën over. Bijvoorbeeld Heerlijk duurt het langst heel nostalgisch presenteren als een soort popperig snoepdoosje, maar dan als contrast daarmee het thema van vrouwelijke woede veel meer naar voren halen. Het is toch zonde als we die teksten en liedjes nooit meer zouden zien en horen?”

Bestaat de typisch Nederlandse musical nog?

Wie zijn er in de voetsporen van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink getreden? Volgens Sanne Thierens moet zo’n nieuw gouden duo nog opstaan. “Naar mijn smaak zijn er nu te weinig écht goede Nederlandse musicals die actuele problemen kritisch behandelen. Al zat er in De Marathon (2017) wel een mooi liedje van een Turkse Nederlander over zijn plek in de Rotterdamse gemeenschap.”

Ook André Breedland schreefmooie voorstellingen “waarin je net als bij Schmidt de Nederlandse identiteit goed voelt”, zegt Thierens: Ciske de Rat (2007), Moeder ik wil bij de Revue (2014) en Petticoat (2010). Al gaat de maatschappijkritiek daarin wel over de verleden tijd waarin de verhalen spelen.

Petticoat, met muziek van Henny Vrienten, staat volgens Thierens het meest op de schouders van Schmidt en Bannink, vindt ze. Het verhaal gaat over een meisje uit Winschoten dat heel graag wil zingen, haar hart volgt en allerlei tegenslagen moet overwinnen. “Henny Vrienten vind ik één van de beste Nederlandse musicalcomponisten. Hij was ook een protegé van Bannink bij het tv-programma Klokhuis, je kunt hem wel zijn opvolger noemen. Maar ik wacht op meer musicalcomponisten en -schrijvers.”

Lees ook:

Musicalhoogleraar Millie Taylor: ‘Het is een misvatting dat iets niet populair én authentiek kan zijn’

De Engelse Millie Taylor is de eerste hoogleraar musical van Nederland. Ze hoopt ‘Soldaat van Oranje’ en andere Nederlandse toppers te zien, zodra dat weer kan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden