Boekrecensie

Tweehonderd jaar na dato is het smeuïge verhaal van maîtresse Grace Elliot in het Nederlands vertaald

Portret van Grace Elliott (1754-1823) Beeld Thomas Gainsborough

Grace Elliott, maîtresse van een Franse hertog, beschreef haar leven tijdens de Franse Revolutie voor de Engelse koning.

De Schotse advocatendohter Grace Dalrymple Elliott (1754-1823) zou het niet slecht doen in een historische avonturenroman van de Golons, u weet wel, van die ontembare Angélique, die furore maakte aan het hof van de Zonnekoning. Grace is opvallend mooi, kan geestig converseren en wordt op haar 17de uitgehuwelijkt aan een schatrijke, twintig jaar oudere Londense society-arts. Drie jaar later sneuvelt het huwelijk na een scandaleuze affaire met een knappe burggraaf en ligt Grace’ reputatie aan flarden; zelfs haar familie wil niets meer van haar weten.

Daarop begint ze een riante carrière als professioneel maîtresse van onder anderen de Engels kroonprins en vader (hij ontkent) van haar dochter. Via hem leert ze hertog Louis-Philippe II d’Orléans kennen, een neef van Lodewijk XVI en de rijkste man van Frankrijk, die haar in 1786 luxueus in Parijs installeert als een van zijn vaste minnaressen; hij zal als ‘Philippe Égalité’ nog een leidende rol in de Franse Revolutie spelen. Maar nadat hij in 1793 als lid van de Jacobijnse factie in de Nationale Conventie voor het doodvonnis van zijn neef de koning heeft gestemd, wordt hij ervan beschuldigd zelf de troon te pretenderen en rolt ook zijn hoofd onder de guillotine. Waarmee het gedaan is met Grace’ luizenleven: ze wordt verdacht van spionage en samenzwering en belandt in het gevang, vanwaaruit dagelijks menig aristocraat naar het schavot wordt afgevoerd; ook zij vreest elk moment aan de beurt te zijn. Wonderbaarlijk genoeg overleeft ze het en duikt ze een paar jaar later berooid weer op in Engeland, waar ze in 1801 op verzoek van de Engelse koning George III opschrijft wat ze zoal tussen 1789 en 1794 heeft meegemaakt.

Royalistische leugens

Dat verslag was oorspronkelijk slechts voor ’s konings ogen bedoeld; pas in 1859 publiceerde Grace’ kleindochter het verhaal. De Franse vertaling volgde in 1861 en riep, net als Eric Rohmers verfilming ervan in 2001 (L’Anglaise et le duc), nog heel wat boze reacties op, schrijft Joris Verbeurgt in een prima inleiding bij zijn Nederlandse vertaling van Grace’ herinneringen. Haar memoires zouden reactionaire, anti-republikeinse, royalistische propagandaleugens zijn. En het is waar: ze valt op heel wat onjuistheden te betrappen, die niet allemaal te wijten zijn aan een slecht geheugen, het feit dat de Franse jaartelling in 1793 opnieuw was begonnen en dat er nog geen internet was om alle data drievoudig te checken. En ja, Grace was royaliste, daar kwam ze ook tijdens haar verhoren in de gevangenis rond voor uit: ze kende Marie-Antoinette immers persoonlijk als de vriendelijkheid zelve, Lafayette, de grote held van de Franse Revolutie, vond ze een monster en koningsmoord een onvergeeflijke misdaad. Razend was ze, toen ze hoorde dat Philippe Égalité voor het doodvonnis van zijn neef Lodewijk XVI had gestemd, terwijl hij haar bij de lunch nog zo had bezworen dat hij zich ziek zou melden als het op stemmen aankwam, al zijn cadeautjes kieperde ze weg.

Maar zou ze nou echt als een 18de-eeuwse Forrest Gump toevallig net ter plekke zijn geweest toen er op straat met het afgehakte hoofd van minister De Foulon gesold werd? Door Robespierre persoonlijk zijn verhoord? Zo’n grote mond hebben gehad tegen haar ondervragers? Haar breed geëtaleerde heldhaftigheid lijkt soms meer haar reputatie bij de Engelse koning dan de waarheid te dienen - niet voor niets wantrouwen historici de autobiografie als bron. Ook is ze knap naïef in de overtuiging dat haar beminnelijke hertog het willoze slachtoffer was van foute vrienden, zoals Madame de Buffon, Grace’ opvolgster als favoriete maîtresse.

Wel krijgen we zo een aardig beeld van de opmerkelijk christelijke deugden van courtisane Grace: barmhartigheid, zelfopoffering, zorgzaamheid. En het levert een aantal spannende anekdotes op over hoe ze een voortvluchtige gouverneur tijdens een huiszoeking listig onder haar matras en een panische gravin achter het behang verstopt.

Bovendien: behoeft een pakkend verteld waar verhaal soms niet wat verdichting?

Complimenten daarom voor Joris Verbeurgt, die ruim tweehonderd jaar na dato de moeite heeft genomen Grace’ thriller in het Nederlands te vertalen en te voorzien van een indrukwekkend register met minibiografietjes van al die hertogen, graven, prinsessen en ook slotenmakers, koks en beulen die haar turbulente leven bevolkten. Want jongejonge, wat een netwerk had deze avontuurlijke courtisane, die het toch maar mooi allemaal heeft kunnen navertellen.

Fameuze vrouwen uit de Franse Revolutie

De bekendste vrouw van de Franse Revolutie is natuurlijk de zinnebeeldige Marianne. Maar ook vrouwen van echt vlees en veel bloed speelden indertijd bepaald geen bijrol. Zo dwong op 5 oktober 1789 een menigte visvrouwen de koning en koningin van Versailles naar Parijs te verhuizen; eveneens berucht zijn de ‘tricoteuses’, die bij de guillotine frygische mutsen zaten te breien. Het beroemdste slachtoffer is uiteraard Marie-Antoinette, die ondanks alle vernederingen op het schavot haar waardigheid wist te bewaren. Dit in tegenstelling tot Madame du Barry, de gehate minnares van koning Lodewijk XV: zij werd gillend naar de guillotine gesleept. En laten we vooral de 24-jarige Girondijnse Charlotte Corday niet vergeten, die de Jacobijn Jean-Paul Marat vermoordde terwijl hij in bad zat - ook zij stierf onder de valbijl.

Voor meer verhalen uit de eerste hand kunt u terecht bij Aimée de Coigny (1769-1820), de intelligente en libertijnse salonnière en echtgenote van de markies van Fleury. Dankzij omkoperij overleefde ze de gevangenis, waar André Chénier het gedicht ‘La jeune captive’ over haar schreef. De laatste jaren van haar leven werd ze vroom; haar memoires vol pikante en rake observaties uit haar leven verschenen in 1902. Nog steeds de belangrijkste informatiebron over het leven aan het Franse hof toentertijd zijn de (ook in het Engels vertaalde) memoires van Louise-Élizabeth de Croÿ (1749-1832), de latere hertogin van Tourzel. Ze was de gouvernante van het koninklijke kroost en was erbij toen Lodewijk en Marie-Antoinette op de vlucht werden aangehouden in Varennes.

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden