Review

Tweede golf van Afrikaanse muziek toont Westen de rijkdom uit de sub-Sahara

door Stan Rijven

Onder de vlag ’Acoustic Africa’ toeren drie gerenommeerde Afrikaanse singer-songwriters gezamenlijk door Europa. Deze week doen Habib Koite uit Mali, Dobet Gnahoré uit Ivoorkust en de Zuid-Afrikaan Vusi Mahlasela Nederland aan.

We ontmoeten elkaar in de bibliotheek van het Amsterdamse Lloyd Hotel waar het luidruchtig mobieltje van Dobet ons aan het moderne gezicht van Afrika herinnert. Volgens Vusi heeft het alles met beeldvorming te maken: „Toen ik voor het eerst in de Verenigde Staten optrad verwachtten de mensen dat ik drums zou spelen, geen gitaar!”

Ze leerden elkaar kennen via platenmaatschappij Putumayo die hen samenbracht ter promotie van de onlangs verschenen compilatie Acoustic Africa. Daarop komt – met nog negen andere artiesten uit even zoveel landen – een zelfbewuste generatie aan het woord. Zielsnijdende gitaarliedjes zijn het, die zich kunnen meten met het beste uit de anglo-amerikaanse traditie.

Habib: „Dit project is vooral zo’n goed idee omdat steeds meer mensen ontdekken dat Afrika de bron is van heel veel muziek, denk aan de jazz en de blues. Bovendien associëren ze Afrika juist met akoestische muziek wegens de rijkdom aan traditionele instrumenten. Ook die met het kolonialisme arriveerden, zoals de gitaar, werden soepeltjes geïntegreerd. Ze sloten direct aan op de bestaande snaarinstrumenten, zoals de kora en de ngoni in Mali.”

Met deze toernee luidt het trio een tweede Afrikaanse golf in, die het Westen confronteert met de popmuzikale rijkdom uit de sub-Sahara. Als eersten overspoelden King Sunny Ade, Fela Kuti, Franco en Youssou N’Dour midden jaren tachtig de Europese podia. Het aanbod was toen zo groot dat De Melkweg en Paradiso een maandelijkse African Night programmeerden. Daarna ebde de brede belangstelling weg en dreef de westerse interesse grotendeels op het patronage van popsterren. Paul Simon stimuleerde de Zuid-Afrikaanse pop (via het album Graceland), Peter Gabriel adopteerde de Senegalese ster Youssou N’Dour, Ry Cooder duelleerde met de Malinese blues-artiest Ali Farka Toure.

Zelfs vorig jaar nog, tijdens de herdenking van twintig jaar Live Aid, vergat organisator Bob Geldof Afrikaanse artiesten uit te nodigen. Op zijn minst had gitaarvirtuoos Habib Koite daar moeten spelen, hij mag ondermeer Bonnie Raitt tot zijn grote fans rekenen. Of Vusi Mahlasela die door schrijfster Nadine Gordimer werd getypeerd als: „Een man die zingt als een vogel, geheel in overeenstemming met zijn omgeving. Hij is onze nationale schat.”

Met zangeres Dobet Gnahoré vormen ze slechts het topje van de Kilimanjaro. Want insiders weten het al jaren, het Afrikaanse continent barst van het rap- en gitaartalent. Waren het in de jaren tachtig vooral bands, liefst grote orkesten van zo’n vijftien man, vandaag draait het vooral om individuele Afrikaanse artiesten die zich profileren.

Habib: „Sinds eeuwen kennen we in West Afrika de griots, troubadours die de geschiedenis en de familie-genealogie doorgeven. Vandaag bouwen muzikanten hierop voort. Ze geven uiting aan wat er leeft in de wereld. Ik maak een soort akoustische rap op traditionele ritmes, zodat ik toch de jeugd bereik. Niet zo grof als de Amerikaanse rap, want wij beschikken over zoveel ritmes en bezitten een poëtische omgang met de taal.”

In vergelijking met westerse singer-songwriters bezingen ze de liefde op een andere manier. Dobet: „De liefde voor je volk en je land. Ik ben opgegroeid in een dorp waar mijn grootmoeder de grande dame was. Al zingend wist zij wat er onder de mensen leefde in liedjes om te zetten. In Ivoorkust gaan alle hits nu over het gifschandaal. Als artiest ben je daarmee ook een soort politicus.”

Voor Vusi, onder de apartheid opgegroeid in een township, speelt nog een ander belang: „Voor mij is het jammer dat er in Zuid-Afrika nauwelijks inheemse muziek is opgenomen. Onder de Apartheid werd de radio door blanken gecontroleerd. Om te voorkomen dat een dj toch inheemse instrumenten zou laten horen, werd een kras op de plaat aangebracht. Dat was het beleid.”

De Acoustic Africa toernee zien ze alle drie als een belangrijk statement. Vusi: „We bespelen allerlei soorten instrumenten. Daarmee helpt het om te traceren waar we vandaan komen en waar we naartoe gaan. Leer je kinderen oude liedjes, zodat ze trots kunnen zijn op hun afkomst.”

Koite aansluitend: „Deze toernee is natuurlijk geen debuut, akoestische ontmoetingen vonden altijd al in Afrika plaats. Bovendien is het een continent met een enorme verscheidenheid aan talen, stijlen en culturen. Daarom beleven we dit project ook als een symbool van onze diversiteit.”

Vusi vat de samenwerking treffend samen in een lokaal gezegde: „Bergen ontmoeten elkaar nooit, maar hun schaduwen wel.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden