Review

Tweedaagse ode aan de kwaliteitspop

Voor de derde keer was het Haagse Theater a/h Spui het decor voor The Music In My Head, een kleinschalig festival met de nadruk op onbekende kwaliteitspop. Paradoxaal was de kracht van deze editie echter dat de organisatie met artiesten als PJ Harvey en Television ook enkele grote trekkers in huis had gehaald.

Danny Koks

Toen PJ Harvey aan haar optreden begon, speelden de overige bands voor bijna lege zalen. Zowel Bauer als Sun Kil Moon hadden daar danig onder te lijden. Vooral de zanger van de laatste band, Mark Kozelek, kon dat maar moeilijk verkroppen. Nadat het enkele hardleerse kwebbelkousen in de foyer van het theater maar niet lukte de kaken op elkaar te houden, verliet Kozelek gepikeerd het podium. En terecht, want zijn intieme, breekbare liedjes maar vooral zijn prachtige warme stem verdienden het te schitteren in stilte.

De eerste festivalavond bood een nagenoeg feilloze mix van fragiele muziek en bands die er niet voor terugdeinsden een flinke bak herrie open te trekken. Wat het laatste betreft lieten twee Nederlandse bands nog het meest van zich spreken. Gem deed het met striemende gitaarrockliedjes, terwijl zZz aan slechts een drumstel en een orgel genoeg had om te laten horen dat rock-'n-roll in Nederland niet hoeft op te houden bij Kane en Anouk.

Ook veel indruk maakten The Stands uit Liverpool, die niet alleen puntgave retropopliedjes speelden, maar ook enkele zeer sterke jams ten gehore gaven. Toch moesten ze het allemaal afleggen tegen de rauwe rock van PJ Harvey, die met haar zinderende stem en sensuele uitstraling vanaf het eerste moment het publiek betoverde. Minstens zo sensueel was een dag later Leila Moss, de blonde zangeres van The Duke Spirit. Zij en haar band zetten een zeer sterk optreden neer, in hun vuige garagerock echoden invloeden van The Gun Club en The Velvet Underground.

Opvallend aan de tweede dag was dat er niet alleen minder publiek was, de gemiddelde leeftijd was ook behoorlijk omhoog geschoten. Debet daaraan waren Television en Roger McGuinn (ex-The Byrds). De legendarische Newyorkse punkband van eind jaren zeventig, bekend van zijn hoekige gitaarriffs en poëtische teksten, kon niet de indruk wegnemen vooral naar Den Haag te zijn afgezakt voor de gage. Wat dat betreft maakte Roger McGuinn een veel vitaler en bevlogener indruk. Met slechts een microfoon, een akoestische gitaar en een handvol gouden folkliedjes wist hij een uur lang te boeien.

Door het verbod op tabaksreclame moest organisator Louis Behre het dit jaar voor het eerst stellen zonder zijn belangrijkste sponsor, Javaanse Jongens. Dat hij en partner Cees Debets desondanks zo'n boeiend, veelzijdig en afwisselend programma wisten samen te stellen, verdient dan ook een pluim. Temeer omdat in de wildgroei aan festivals die Nederland overwoekert The Music In My Head een volstrekt eigenzinnige koers vaart. En publiek en muziek laat prevaleren boven commercie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden