Recensie

Twee zonen blikken terug op het oorlogsverleden van hun ouders

Ivo Weyel, journalist. Beeld RV

Twee zonen (Duits en Nederlands) blikken terug op het oorlogsverleden van hun ouders, en het leven daarna.

De herdenkingsindustrie rondom de Tweede Wereldoorlog heeft steeds grootsere vormen aangenomen, maar tussen de direct betrokkenen en hun kinderen is het stil gebleven. Spraakmakende boeken en films, Anne Frank, Shoah, Schindler’s List, reconstructies (De Vergelding) en ook weer deconstructies van reconstructies ( ‘HhhH’, ‘En we noemen hem’) hebben het gesprek thuis niet altijd aangewakkerd. In Duitsland niet en hier ook niet, zo lees je terug in twee zojuist verschenen getuigenissen van kinderen van de daders en slachtoffers van toen.

“Zwijgzaamheid zit al generaties in ons dna”, schrijft Ivo Weyel, kind van Joodse onderduikers, in zijn recent verschenen memoir ‘Oorlogszoon’. Het onderduikdagboek van zijn vader vonden zijn broer en hij pas in 2015 nadat hun beide ouders gestorven waren en het ouderlijk huis moest worden ontruimd. ‘Hoe is het mogelijk dat de oorlog blijkbaar zo taboe was dat mijn broer en ik er nooit naar hebben gevraagd’ vraagt Weyel zich vertwijfeld af.

Tekst loopt door onder afbeelding

Een pasfoto van Arnold Weyel rond 1942 Beeld RV

1800 brieven

Dit overkwam aan de andere zijde ook de kinderen Krause die in de jaren ‘50 en ‘60 opgroeiden in de DDR. In ‘Onbekende erfenis’ schrijft de Duitse scheikundige en theoloog Joachim Krause (1946) dat zijn moeder wel een keer aanstalten maakte om iets over het oorlogsverleden te vertellen toen ze tijdens een onaangekondigde visite vanuit het niets meldde dat zij en haar broer Hans lid van de NSDAP waren geweest. Toen de zoon vervolgens geschokt informeerde hoe dat in godsnaam zo gekomen was, mompelde ze iets over hun moeder die hen had aangemeld en stokte het gesprek. Het incident keert pas weer in Joachims herinnering terug als hij, jaren later, lang na de dood van zijn ouders besluit om toch de brieven (zo’n 1800!) te gaan lezen die hij in hun nalatenschap heeft gevonden. Brieven die zijn ouders naar elkaar en naar een oom van hem schreven tussen 1933 en 1945. Tot zijn verbijstering blijkt zijn weldenkende, kritische moeder een hartstochtelijk bewonderaar van Hitler te zijn geweest. Tot in mei 1945 verdedigt ze de Führer’ die volgens haar ‘niets gemeen heeft’ met wat ze ‘nu te horen krijgen over de concentratiekampen’ en ‘wat er verder nog vermolmd en rot was in hun volk’, aldus moeder Gretel op 2 mei 1945. Ook Joachims oom, Gretels eerste liefde, is een fanatieke Nazi-officier tot hij in 1942 sterft aan het front.

Alleen Joachims vader, later predikant in Meerane, houdt wat kritische afstand tot het nationaal socialisme. Joachim besluit, aarzelend, tot publiceren omdat de brieven en dagboekaantekeningen samen een indrukwekkend beeld geven van hoe ontwikkelde Duitsers het nationaal socialistisch gedachtegoed omarmden, hoe ze met elkaar debatteerden over de Führer, het geloof, de oorlog, het vermeende Jodenvraagstuk - relatief kalm en schrijnend vanzelfsprekend - alsof ze niet in de greep van een racistische ideologie, en van een dictator en massamoordenaar verkeerden.

Jammer is wel dat deze gedetailleerde briefwisseling stopt in 1945, terwijl de jaren daarna, het moment van inkeer en herziening van deze ideeën mogelijk een nog interessanter historisch document zou hebben opgeleverd. Hoe ging dat in zijn werk in de DDR waar men zich aan de zijde van de slachtoffers en de morele overwinnaars schaarden (‘de daders zaten in het westen’). Was er schaamte? Verdringing? Volharding? Verdriet?

Tekst loopt door onder afbeelding

Het gezin Weyel rond 1961 Beeld RV

Intiemer en intenser

Die jaren na de oorlog krijgen wel veel aandacht in ‘Oorlogszoon’ van Ivo Weyel, zoon van Arnold Weyel en Rose-Mary Kahn, die in de oorlog ondergedoken zaten. ‘Oorlogszoon’ is intiemer dan het Duitse brievenboek en intenser. Ook Weyel (1955) is verbijsterd na de vondst van zijn vaders oorlogsdagboek. Hij herinnert zich zijn jeugd als een gelukkige tijd. Er waren geen boze buien en migraines van getraumatiseerden. “We hadden juist grote lol. De slappe lach lag altijd op de loer.” Weyel wist van de onderduik, zijn moeder had ook wel gesproken over haar ervaringen, maar hij wist weinig van zijn vader en helemaal niets van diens dagboek. Moeder, telg van de familie Kahn die in Amsterdam het Hirschgebouw bezat, had met haar moeder bij een Veluwse boer ondergedoken gezeten, zijn vader dook met zijn ouders onder bij de buren. In het dagboek beschrijft de vader hun ontsnapping uit de Hollandse schouwburg (met hulp van Walter Süskind) de hartverscheurende taferelen daar, het cabaret De Onderduikers dat er optrad. De gevoelens van angst, ergernis en verveling in de onderduik waar Weyels opa iedere dag op de gang 1080 stappen heen en weer loopt, om zijn dagelijkse wandeling naar de krantenkiosk erin te houden. Weyels vader is een levendig verteller, goede observator, die in het dagboek probeert zijn dagelijkse omstandigheden te ontstijgen. Zijn geschokte zoon kokhalst bij de aanblik van de Jodenster die uit het cahier valt.

De zoon haalt tussen de dagboekfragmenten door herinneringen op aan de huisartsenpraktijk van zijn vader in de jaren vijftig in Amsterdam-Zuid, ‘het bastion van overleefd Joods Amsterdam’, waar ‘de jeugdtrauma’s door de gang schieten’. In andermans leed kon de vader zijn ei kwijt, in zijn gezin ging alles op slot.

Oorlogserverleden

Die jeugdherinneringen worden daarnaast afgewisseld met een verslag van pogingen van de zoon om zijn dode vader nabij te komen. Zo besluit hij zich een week af te zonderen in de Ardennen, met alleen een homp brood, een zak wortels en één boek (The Forsyte Saga), om iets gewaar te worden van wat zijn ouders hebben doorstaan. Meer detox dan onderduik, levert dat op, dat snapt Ivo zelf ook wel.

Vader gooit al op zijn vijftigste als huisarts de handdoek in de ring, waarna hij langzaam verhardt in stilte en zwijgzaamheid uiteindelijk letterlijk in apathie vervallend. Een gevolg van het oorlogstrauma?

Weyel vraagt zich steeds meer af of hij zijn angststoornissen, verlatingsangst en wegloopneigingen, zijn leven lang onderzocht in therapieën, ook aan zijn vaders oorlogsverleden te danken heeft. ‘Heb ik zijn innerlijke vluchtroute de mijne gemaakt?’. Dat uitvoerige zelfonderzoek irriteert soms een beetje, maar geeft ook een prachtig tijdsbeeld, plus inzicht in hoe het tussen de generaties gegaan is met die oorlog. Het is ook heel herkenbaar. Hoeveel er tijdens de oorlog wel niet geschreven en ook gedeeld is, onvoorstelbaar veel, en hoe (wanhopig) stil het daarna is geworden.

Ivo Weyel
Oorlogszoon
Atlas Contact; 190 blz. 
€ 21,99

Joachim Krause
Onbekende erfenis
Vert. Izaak Hilhorst, Lucie Schaap, Sylvia Wevers. Meulenhoff; 544 blz. € 29,99

Recensenten van Trouw bespreken pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers. Lees hier meer recensies. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden