Review

Twee luidruchtige dichters uit Zuid-Amerika

De belangstelling voor Latijns-Amerikaanse literatuur groeit weer in Europa. Dat is geen toeval. Terwijl in de jaren tachtig en negentig auteurs vertwijfeld op zoek gingen naar waardige opvolgers voor de ambitieuze romanexperimenten van de succesvolle 'boom'-generatie (García Márquez, Vargas Llosa, Carlos Fuentes, Julio Cortázar...), wil men nu af van zoveel angstvallige kleinschaligheid. Van een beweging of een groepsgevoel is nauwelijks sprake, het gaat veeleer om een verzameling boeiende individuen die weer aansluiting zoeken bij sleutelconcepten uit de avant-garde. In 1999 kreeg een van hen, de Chileen Roberto Bolaño, de Rómulo Gallegos-prijs, de belangrijkste Latijns-Amerikaanse literaire onderscheiding. Bij de uitreiking hield hij een opmerkelijk pleidooi voor radicaliteit en internationalisme.

ILSE LOGIE

Met veel overgave past Bolaño, die al geruime tijd in Spanje woont, zijn credo toe in zijn bekroonde roman 'De woeste zoekers' (1998), die nu in het Nederlands is vertaald, en aan een verbazingwekkende opmars bezig is in heel Europa. 'De woeste zoekers' gaat in de eerste plaats over poëzie, niet bepaald een thema dat bestsellers oplevert. De lezer maakt er op een overrompelende manier kennis met de Latijns-Amerikaanse kunstscene in het algemeen en de Mexicaanse literatuur in het bijzonder. De hoofdpersonages, twee dichters, rekenen af met enkele monstres sacrés uit hun verleden, zoals de verpletterende Pablo Neruda en de alomtegenwoordige Octavio Paz.

Het hoge metaliteraire gehalte van de roman doet sterk terugdenken aan 'Rayuela, een hinkelspel' (1963) van Julio Cortázar, waarmee 'De woeste zoekers' trouwens nog meer gelijkenissen vertoont. Zo is Bolaño vaak speels, en beschikt hij over een onuitputtelijke verbeelding. Bovendien heeft hij, net als zijn illustere voorganger, het belangrijke tweede deel van zijn roman opgevat als een aaneenschakeling van verhaalfragmenten, die hij in latere bundels heeft uitgewerkt tot op zichzelf staande teksten (zoals Cortázar het 62ste hoofdstuk uit Rayuela naderhand omwerkte tot '62, bouwdoos').

De 'woeste zoekers' uit de titel zijn twee poètes maudits, de Mexicaan Ulises Lima en zijn naar Mexico uitgeweken Chileense vriend Arturo Belano, alter ego van Bolaño. Samen nemen ze zich voor een literaire beweging uit de jaren twintig, het 'viscerale realisme', nieuw leven in te blazen, als een soort hommage aan de oprichters ervan. Zoals zoveel in deze roman houdt de naam van de groep het midden tussen een grap en bittere ernst. Lima en Belano, die evenals de auteur in de jaren vijftig geboren werden, werken als een magneet op de bohème van Mexico City. Luidruchtig verkondigen ze hun ideeen van totale ongebondenheid, radicale moderniteit en utopische maatschappelijke veranderingen in tijdschriften en pamfletten die geen lang leven beschoren zijn. Poëzie maakt de kern uit van hun bestaan, ze hebben er alles voor over, zelfs de absolute marginaliteit.

Maar wat is poëzie? Om een antwoord te vinden op die vraag besluiten beide dichters een zoektocht te ondernemen naar de stichteres van het viscerale realisme, de excentrieke Cesárea Tinajero, die op een goede dag en op mysterieuze wijze in de Sonorawoestijn van Noord-Mexico is verdwenen. Ze zullen haar vinden. De ironie van het lot wil echter dat ze, onmiddellijk nadat ze haar hebben opgespoord, betrokken raken bij een schietpartij waarin de mythische dichteres omkomt zonder dat er een samenhangend beeld van haar is ontstaan. Ze blijft, met andere woorden, even ongrijpbaar als het wezen van de poëzie. Van Cesárea is slechts één gedicht bekend, waar we al evenmin wijzer van worden. Het betreft een visueel gedicht dat een schip voorstelt, eerst op een kalme zee, daarna op een onrustige zee, en ten slotte in een storm op zee. De officiële kritiek heeft zich over de betekenis hiervan het hoofd gebroken. Niet zo Ulises Lima en Arturo Belano: zij beweren dat er niets te onthullen valt.

De roman krioelt van de spiegeleffecten, want wat voor Cesárea geldt, is eveneens van toepassing op Lima en Belano. Hoewel we over hun leven aanzienlijk meer te weten komen, blijven ook zij tot op zekere hoogte onbekenden voor ons. De belangrijkste drijfveren van mensen zijn nu eenmaal ondoorgrondelijk. Anderzijds vloeien die blinde vlekken voort uit het feit dat de dichters zelf nooit aan het woord komen, maar dat anderen informatie over hen verstrekken. Dat aspect heeft te maken met de structuur van de roman, die uit drie delen bestaat. Het eerste en het derde deel, die samen de periode november 1975 tot februari 1976 bestrijken, hebben de vorm van een dagboek, waarin een zeventienjarige student uit Mexico City, een zekere Juan García Madero, vertelt hoe hij Lima en Belano leert kennen, zelf visceraal realist wordt, en later beide dichters vergezelt op hun tocht naar het noorden. In het tweede, veel omvangrijker deel, zet dezelfde García Madero in chronologische volgorde (1976-1996) een nauwelijks bij te houden aantal getuigenissen over zijn twee leermeesters op een rij. Na de schietpartij in de Sonorawoestijn zijn ze uit elkaar gegaan: García Madero is naar de hoofdstad teruggekeerd, terwijl zijn twee vrienden op de vlucht sloegen voor de ordediensten. De talrijke omzwervingen van de dichters in en buiten Mexico (in onder meer Parijs, Barcelona, Nicaragua, Angola, Tel Aviv) en de erg uiteenlopende soorten mensen die herinneringen aan hen ophalen (serveersters, geschifte kunstenaars, een advocaat met literaire aspiraties, een neonazi...) houden de lezer gekluisterd aan een verhaal, dat gaandeweg versombert. Bolaño heeft immers ook een portret van zijn generatie willen schetsen, en van haar tot mislukken gedoemde dromen die op zulke symbolische plaatsen en tijdstippen als Tlatelolco, Mexico, 1968 of Santiago, Chili, 1973 aan flarden werden geschoten.

Roberto Bolaño heeft veel met zijn hoofdpersonages gemeen, vooral met Belano: hij is baldadig, vrijpostig, uitbundig en soms ronduit irritant (vooral in de eerste reeks dagboekfragmenten, een opeenvolging van neukscènes en drinkgelagen). Hij ontziet niets of niemand (allerminst het literaire bedrijf), koppelt betrokkenheid aan afstand, verstrengelt leven met literatuur, wisselt soms hilarische humor af met vertederende momenten. Hij heeft een stijl gevonden die erg aan spreektaal doet denken maar tegelijk literair functioneert. In 'De woeste zoekers' is ongetwijfeld een belangrijk schrijver aan het werk, die tegengestelde reacties oproept maar niemand onverschillig kan laten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden