InterviewAjouad El Miloudi

Tv-maker Ajouad El Miloudi kreeg beruchte criminelen voor de camera: ‘Ze denken dat ik hun vriendje ben’

Beeld NTR

Tv-maker Ajouad El Miloudi kreeg beruchte jonge criminelen uit Amsterdam voor de camera. Het hielp dat hij de taal van de straat spreekt: ‘Ze wisten dat ik ze niet zou naaien’.

Overvallen, straatroof, inbraak, mishandeling, geweld, moord en doodslag. De jongeren met wie programmamaker Ajouad El Miloudi contact zocht, hebben veel op hun kerfstok. Wat bezielt deze schijnbaar meedogenloze criminelen? Wat drijft hen tot zulke delicten? Wat voor soort leven leiden de Amsterdamse jongens die op de lijst van de 600 veelplegers staan? Zijn bevindingen zijn te zien in de tweedelige documentaire-serie ‘Ajouad en de Top 600’.

Bij hoge uitzondering lukte het hem om een paar van de zeer mediaschuwe jongeren te spreken. De meesten wilden uitsluitend onherkenbaar in beeld. Hij moest veel investeren om hun vertrouwen te winnen, zegt El Miloudi. “Sommigen heb ik echt maandenlang elke week moeten opzoeken. Even een praatje maken, een potje Playstationen of op de boksschool kijken.” Dat hij van Marokkaanse afkomst is en de taal van de straat spreekt, was daarbij een uitkomst. Daardoor hadden de jongens het gevoel dat hij hen begreep. Dat afspraken niet zouden worden geschonden, en dat hij hen niet zou ‘naaien’. 

Zijn ‘kruiwagen’ was de Amsterdamse wijkagent Steven, die precies weet waar de zware jongens uithangen. Hij hielp El Miloudi om met ze in contact te komen. Als ze in de documentaire samen door de wijk rijden, spreekt Steven de jongens aan in hun eigen woorden. Hij lijkt het goed met ze te kunnen vinden. “Hé, fakka, hoe is het?”, roept hij lachend naar een jongen op een scooter, terwijl hij uit het raam van zijn politieauto hangt.

Zijn amicale manier van benaderen is onorthodox, Steven krijgt er van zijn collega’s regelmatig commentaar op. “Ze denken dat ik te goed met ze ben, dat ik hun vriendje ben.” Toch is het volgens de wijkagent dé manier om met ze in contact te blijven.

Steekpartijen, schietpartijen en drugsoverlast

El Miloudi leerde de taal van de straat in het ‘Wilde Westen’ van Amsterdam-Oost in de jaren negentig. Hij groeide op in de Indische buurt. Tegenwoordig zit ook daar op elke straathoek een hippe koffiebar, maar toen was het echt een getto, met vooral Marokkanen en Surinamers. Hij wist precies wie ‘Ali de Autokraker’ en ‘Ben de Bankovervaller’ waren. Er waren steekpartijen, schietpartijen en drugsoverlast. Ahmed Marcouch, destijds wijkagent, nu burgemeester van Arnhem, had er zijn handen vol aan. Op het pleintje waar El Miloudi en zijn vriendjes voetbalden, kwamen de zware jongens hun buit showen. Dure merkkleding, schoenen en horloges. “Het was echt een community, waar ook de autochtone Nederlanders in de buurt deel van uitmaakten.”

Beeld NTR

De ouders van de jongens met wie hij voetbalde hadden vaak geen idee wat hun kinderen deden en of ze wel of niet naar school waren geweest. Daarbij speelde ook de taalachterstand van de ouders een rol. Zelf komt El Miloudi uit een redelijk traditioneel Marokkaans gezin, maar zijn vader wist goed te integreren in de Nederlandse samenleving.

“Hij was heel activistisch, demonstreerde regelmatig tegen racisme. En hij had veel Nederlandse vrienden. Dat concept wilde hij ook aan mij doorgeven en dus stuurde hij mij naar een blanke school in de Watergraafsmeer.”

Twee compleet verschillende werelden

Daar kwam hij in de klas met Merel, Laura en Frank. Kinderen van oncologen, schrijvers, kunstenaars en regisseurs. “Het waren twee compleet verschillende werelden.” Het leerde hem dat alle perspectieven openliggen en dat je kunt worden wat je wil. “Volgens mij moet je kinderen dat al op heel jonge leeftijd vertellen”, zegt El Miloudi. Kinderen die opgroeien tussen kleine ondernemers of automonteurs hebben een heel ander referentiekader. En kinderen die opgroeien tussen bankovervallers helemaal.

Agent Steven met een jongen uit de wijk.Beeld NTR

Sommige jongens uit El Miloudi’s oude buurtje zijn niet zo goed terechtgekomen en inmiddels ziet hij een nieuwe generatie straatschoffies op de pleintjes hangen. “Als ik door die buurt rij denk ik wel eens: ik heb nog geknikkerd met je oom.” Die jongens met wie hij opgroeide hebben misschien geen taalachterstand meer, maar ze geven hun beperkte kansen aan hun kinderen door, als een soort erfenis. “Het is een sneeuwbaleffect.”

Het grootste deel van de jongens in de top-600 is beschadigd, vertelt El Miloudi. De meesten hebben traumatische ervaringen en psychische problemen. “En in veel gevallen ligt de oorzaak daarvan in het gezin. Huiselijk geweld, verslavingsproblemen, armoede.”

De jongeren van nu zijn mondiger

Dat was vroeger ook al zo, maar er is wel degelijk iets veranderd. Waar de vorige generatie helemaal geen kansen kreeg, hebben de jongeren van nu met een klik op de knop toegang tot alle informatie. Dat maakt ze mondiger.

Ajouad El Miloudi.Beeld NTR

“Zo’n jongen weet precies wat zijn rechten en plichten zijn, want dat heeft hij allemaal ge­googled.” Ook de mentaliteit is anders, zegt El Miloudi. “Deze jongens zijn veel egoïstischer. Vroeger was er meer groepsdynamiek en was loyaliteit veel belangrijker. Nu zijn ze harder, naaien ze elkaar, bestelen ze elkaar. Het is veel individualistischer.”

Ook dat komt door internet en de opkomst van sociale media. “Het gaat om volgers verzamelen en je hoeft geen onderdeel meer te zijn van een crew”, zegt El Miloudi. Met Gucci en gouden Rolexen bouwen ze als artiesten aan hun imago op Instagram en Snapchat.

“Eigenlijk willen ze allemaal Pablo Escobar zijn.” Dus werkt het averechts als ze in de media worden weggezet als zware crimineel of ‘de nieuwe Holleeder’. “Dat vinden ze alleen maar prachtig.” Hoewel ze anoniem willen blijven in de bovenwereld, is faam in de onderwereld heel belangrijk. 

Daarnaast is geld hun belangrijkste drijfveer, zegt El Miloudi. Alle jongens in de documentaire dragen donkere merkkleding. Hoodies, dure gympen, trainingsbroeken. Een jongen trekt uit zijn Louis Vutton manbag een groot mes. “Protected, brother”, grinnikt hij trots. Ze maken de verkeerde keuzes om die dure spullen te kunnen kopen, zegt El Miloudi . “Ze zijn heel materialistisch ingesteld. Ze willen die scooter en schoenen van 700 euro. Ze zitten in een bubbel waarin dat belangrijk is en daar komen ze niet uit.”

Wat zit er achter de vlotte babbel?

Hoewel ze stoer doen, gaat het vaak juist om onzekere jongens, die geen structuur hebben en die bezig zijn hun eigen glazen in te gooien, ontdekte El Miloudi. Veel van de jongeren hebben een ‘disharmonieus profiel’. Ze hebben een vlotte babbel en kunnen heel slim overkomen. Vaak lukt het ze om justitie en maatschappelijk werkers om de tuin te leiden. Maar tegelijkertijd hebben ze een behoorlijke cognitieve achterstand en beschikken sommigen over een heel laag IQ. “Daardoor worden ze overschat en dan komen ze in de problemen.” Ze lopen vast in de maatschappij, worden boos en agressief en dempen hun frustraties met wiet. Vrijwel alle jongens die El Miloudi sprak blowen om hun problemen te vergeten.

Om hen te helpen zijn meer oude jongens van de straat nodig, zegt El Miloudi. Begeleiders met een hbo-opleiding die ook de wetten van de straat kennen. Die de mooie praatjes kunnen doorprikken, wat sommige gemeenteregisseurs niet lukt. El Miloudi spreekt met begeleider Ismael, die er niet uitziet alsof hij zich snel gek laat maken. Hij werkt met de zwaarste gevallen bij de open jeugdinstelling Boomerang. “Ze noemen ons ook wel het eindstation.” Om hun leven te beteren moet volgens Ismael bij de jongeren ‘het kwartje vallen’. “Ze moeten het willen, in plaats van moeten.”

Ja, het zijn moeilijke gasten, maar sommigen staan in hun jeugd al een-nul achter. El Miloudi: “Zoals nu, met die coronacrisis. Er zijn wijken waar kinderen de hele dag buiten staan. Die lopen een schoolachterstand op die ze niet meer inhalen. Het vergt een flinke investering om de volgende generatie betere kansen te geven en te verhinderen dat de sneeuwbal blijft doorrollen.”

‘Ajouad en de Top 600’ is op 6 & 13 mei om 20.25 uur te zien bij de NTR op NPO 3.

Lees ook:

De kool, de geit en het geschipper

Ik kan de Marokkaanse Ebru Umar worden, maar daar heb ik geen trek in. Ik ben genuanceerder.” Tv-presentator Ajouad El Miloudi ging opzoek naar zichzelf in ‘Ajouad: kaaskop of mocro?’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden