Review

TUSSEN SMETTELOOS IDEALISME EN PLAT REALISME

Miguel de Cervantes Saavedra: De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha. Vert. Barber van de Pol. Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam; geïllustreerd met alle prenten van Gustave Doré. Twee delen, gebonden met stofomslag in cassette, 1206 blz. - ¿ 125. Barber van de Pol: Alles in de wind. Querido, Amsterdam; 232 blz. - ¿ 39,90.

ILSE LOGIE

De titel is veelzeggend: hier is iemand aan het woord die van aanpakken weet, een hekel heeft aan opsmuk en grootspraak, en haar ongezouten meningen spuit. Vooral het verslag van haar ontmoetingen met Borges en haar half fictieve correspondentie met Cortázar maken indruk. Maar ook over vertalen in het algemeen weet zij veel interessants te vertellen. Van de Pol wil graag de betoverende werking van de eerste lectuur ongeschonden op haar lezers overbrengen. In haar 'Quichot' heeft ze dan ook resoluut geopteerd voor het weglaten van elke vorm van kritisch apparaat.

In interviews werd ons beloofd dat de vele onuitgeschreven noten die vier jaar intense omgang met Cervantes hadden opgeleverd, in 'Alles in de wind' aan bod zouden komen. Helaas is daar - een enkel boeiend opstel over de 'Quichot' en een paar detailopmerkingen daargelaten - weinig van in huis gekomen, en dat is een gemiste kans.

De vorige Nederlandse 'Quichot'-vertaling dateert uit 1941 (Werumeus Buning en Van Dam) en is nog steeds bruikbaar, zij het wat verouderd. Van de Pol heeft die ontdeftigd en gemoderniseerd. Tegelijk heeft ze het feuilleton-achtige karakter van het boek wat meer in de verf gezet. Het pleit voor haar aanpak dat je tijdens de lectuur nauwelijks op de vertaling let. De manier waarop de vele registers (van hooggestemde tirades tot boertige slapstick) en de talloze volkse gezegden worden weergegeven - nooit vlak, meestal erg tekstgetrouw en toch eigentijds - getuigt van grote virtuositeit.

Is de 'Quichot' dat spannende avonturenboek dat de vertaalster erin ziet? Ongetwijfeld, maar dan wel een heel bijzonder. Het is een van die zeldzame totaalromans die op uiteenlopende manieren kunnen worden gelezen: als een soap avant la lettre, als een dwarsdoorsnede van het 17de-eeuwse Spanje, als het portret van een tot mislukken gedoemde utopist, of met speciale aandacht voor de meta-fictionele hoogstandjes die erin voorkomen.

Cervantes (1547-1616) leefde op het breukvlak van twee tijdperken. Hij was bepaald niet voor het geluk geboren. Waarschijnlijk was hij voor een kwart jood, een afkomst die hem in het Spanje van toen buiten de hofkringen hield en hem niets dan ondergeschikte baantjes bezorgde. In de slag bij Lepanto verloor hij het gebruik van zijn linkerhand. Tot overmaat van ramp werd zijn schip buitgemaakt door Moorse kapers en kwam hij als gijzelaar in Algiers terecht.

Terug op vaderlandse bodem belandde hij meermalen in de cel wegens nonchalant geldbeheer. Desondanks slaagde Cervantes er telkens in van de nood een deugd te maken, zijn ogen de kost te geven en alles wat hem overkwam in inspiratie om te zetten.

De 'Quichot' werd door Cervantes' tijdgenoten voornamelijk geprezen om zijn humor. Zoals bekend handelt het boek over een edelman die de hoofse idealen uit de door hem stukgelezen ridderromans wil doen herleven. Met zijn schildknaap, de gezette levensgenieter Sancho Panza, vormt Don Quichot al snel een onafscheidelijk duo. Samen raken ze betrokken bij allerlei bizarre avonturen. Na de ridderslag is Don Quichots verbeelding immers geheel vervuld van verliefdheden en tweegevechten, en is alles wat hij doet daarop afgestemd.

Hij ontwerpt een eigen logica waar geen speld tussen te krijgen is: een herberg verandert bij de eerste aanblik in 'een kasteel met vier torens en blinkend zilveren spitsen', zijn aftandse knol Rocinant in een 'rank raspaard'. . . Alleen deugen deze uit de middeleeuwen stammende verhaalcodes niet langer in een tijd waarin zoveel op losse schroeven is komen te staan.

Op grond daarvan wordt de 'Quichot' algemeen als een parodie beschouwd. Maar wat betekent dat? Parodiëren heeft altijd twee kanten: Cervantes waarschuwt voor de verderfelijke invloed van de ridderroman, maar tegelijk brengt hij het genre uitgebreid onder de aandacht, en smokkelt zo alle onweerstaanbare ingrediënten ervan in zijn eigen boek binnen. Een parodie is dus ook een averechts eerbetoon.

Cervantes persifleert trouwens niet alleen het thema van het dolend ridderschap. Zijn 'Quichot' is een vergaarbak waarin alle literaire trends en types uit die tijd op de korrel worden genomen.

Over Cervantes' ware bedoelingen heeft een schare 'cervantistas' zich gebogen. Allen zijn ze tot de ontnuchterende slotsom gekomen dat uitgerekend dit boek, dat een einde wil maken aan alle fictie die zich voor werkelijkheid uitgaf, de fundamenten van die werkelijkheid nog wat meer aan het wankelen bracht. Don Quichot mag dan een levend anachronisme zijn, hij is niet de enige die zijn wensen voor werkelijkheid neemt. Met hem heeft het perspectivisme voorgoed zijn intrede gedaan.

De beroemdste taferelen staan in het eerste deel: Don Quichots gevecht met de windmolens die hij voor reuzen houdt, de legendarische helm van Mambrino die een koperen scheerbekken blijkt te zijn, de aanval op de kudde schapen. . . Ondanks de betrekkelijke braafheid van dit eerste deel, laat Cervantes er ons toch al kennis maken met zijn ingewikkelde netwerk van vertellers. Uiteraard zijn zowel de Moorse geschiedschrijvers Sidi Hamed Benengeli als de tolk die het manuscript vertaalt, afsplitsingen van de auteur, die ze naar believen tegen elkaar opzet en zo zijn eigen waarheidsstreven ondergraaft: elke verteller is onbetrouwbaar, en de lezer moet zelf maar uitmaken hoe het zit.

In deel II doet de auteur er nog een schepje bovenop. In 1614 was een apocrief vervolg op de 'Quichot' verschenen van de hand van de mysterieuze Avellaneda. In zijn wiek geschoten zette Cervantes nu spoed achter zijn eigen tweede deel, dat in 1615 het licht zag. Hij haalt er vernietigend in uit naar de vervalser, en maakt daar tegelijk een zet van die wonderwel past in de complexe vertelstructuur.

Zijn personages hebben intussen namelijk het eerste deel gelezen, en een aantal onder hen ook het apocriefe tweede deel. De meeste figuren uit Cervantes' tweede deel spelen Don Quichots spel mee en zorgen voor ensceneringen die de held stijven in zijn overtuiging dat het dolend ridderdom gouden tijden beleeft. Deze tweedegraads-imitaties leveren prachtige episoden op, zoals de gefingeerde hemelvaart van Don Quichot en Sancho Panza op een houten paard (Houtepin), of Sancho's kortstondige nep-gouverneurschap.

De 'Quichot' is het eerste boek waarin hardop wordt nagedacht over de relatie tussen verteller en tekst, over de weergave van de werkelijkheid en de betrekkelijkheid van zowel werkelijkheid als weergave. Natuurlijk mag je als lezer niet de dupe worden van grootschalig optisch bedrog. Nu en dan moet je je echter toch een beetje als Don Quichot gedragen. Teveel wijsheid maakt conventioneel, terwijl een lichte dosis krankzinnigheid subversieve mogelijkheden biedt om aan de benauwdheid van het alledaagse te ontsnappen.

Want waarom immers verandert een bedaarde edelman plotseling in een dolend ridder? Omdat hij droomt van een groots en meeslepend bestaan, ver weg van de stoffige landschappen van La Mancha. Juist om die ongrijpbare middenweg tussen smetteloos idealisme en plat realisme was het Cervantes te doen.

Maar dat de 'Quichot' onsterfelijk is geworden, komt niet enkel door zijn universele thema, maar evengoed door zijn suggestieve stijl, die niemand minder dan Flaubert de bewonderende verzuchting ontlokte: 'Comme on voit ces routes d'Espagne qui ne sont nulle part décrites'. ('Zoals hij de wegen in Spanje verbeeldt, zo worden ze nergens beschreven').

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden