null Beeld  Trouw
Beeld Trouw

PoëzieJanita Monna

Trots op zijn mistroostigheid

Janita Monna

In de nieuwe bundel van Mark Boog houdt het geluk zich schuil tussen de bielzen.

Wat doen al die vogels in de nieuwe dichtbundel van Mark Boog? Wat doen die ‘kalme meeuwen’ daar aan zee, die eksters in de straten, wat zitten die merels op de plantenbak elkaar als verliefd aan te kijken?

Ergens constateert de dichter zelf: ‘Ik zeg te vaak vogel’. Te vaak, dat valt mee, maar volop vliegen en zingen doen ze wel in deze ­bundel met de omineuze titel: Het einde van de poëzie en andere gedichten. Mark Boog, dichter van onder meer De encyclopedie van de grote woorden (2005, VSB Poëzieprijs) en Liefde in tijden van brand (2019) als onheilsprofeet?

De toon is gelaten, de stijl haast zakelijk

Het lijkt er even op. Want in de wereld die Boog optuigt, overheerst het grijs, het is er somber. ‘Alles glom, trots op zijn mistroostigheid’. Op het oog gebeurt er niks noemenswaardigs. De dingen gaan hun gang, dagen zijn eenvoudig, de tijd verstrijkt. Aan de mens die erin rondloopt is niks menselijks vreemd: ‘Vaker verzuimen we./ Vaker schieten we tekort/ of wijzen willekeurigs aan.’

De toon is gelaten. De stijl haast zakelijk. ‘Er staat een toren in het uitzicht/ maar geen schilderachtige. Functioneel.’ Het zijn gedichten in grove lijnen met onpoëtische woorden als ‘ontheffing’, ‘koelwagen’, ‘dienstregelingen’, maar daar tussendoor fijn getekende beelden – ‘een zee die verbaasd aanrolt’ – die glimmend oplichten.

Dat grijs is bij nadere beschouwing ook niet zo massief. Alles gaat weliswaar naar een einde, de wereld wordt warmer, systemen lopen vast en toch kiert op onverwachte momenten zon door het ‘wolkenpakket’, krijgt het vergeefse glans. Is het geluk? Bij Boog is het in ieder geval niks groots, niet iets om na te streven, het houdt zich verscholen tussen treinrails: ‘tussen de bielzen het gras/ de vraag: is dit geluk?// Misschien niet.// Maar het kan ervoor doorgaan/ of voor zijn tegendeel/ of zo genoemd worden.’

Geen kompas voor gelukzoekers

Een kompas voor gelukzoekers, is deze poëzie allerminst. De gelatenheid is vooral een poging tot berusting. Aanvaarden dat dit het is, dat dit het leven is en dat niet alles steeds anders hoeft. Fel klinkt Boog even als hij zegt dat niet ‘[a]lles dient gecorrigeerd voor mode’. Een mens kan niet vliegen.

Kunst is te zien wat is. Koffie die pruttelt, en daarnaar kijken. ‘Overal zijn in schitterende werking/ intrigerende processen,/ erop gericht/ ons te ontroeren.’ Ook daar zit de poëzie.

Terwijl ik me een weg baan
door de paradoxen
naar het station,
de bomen, het weer, de anderen,
en in mij het daveren
en wentelen en ademen,
de wissels,
en van veel
de nog velere echo’s,
rijst,
tussen de bielzen het gras
de vraag: is dit geluk?

Misschien niet.

Maar het kan ervoor doorgaan
of voor zijn tegendeel
of zo genoemd worden.

Rondom de dingen hun doffe
einde tegemoet,
spectaculair een einde tegemoet,
en in mij rusteloosheid
of niets.

Mark Boog

null Beeld

Mark Boog
Het einde van de poëzie en andere gedichten
Cossee; 80 blz. € 19,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden