Review

Troost uit pop én uit psalm 130

Iedere zoon hoopt op de gunst en zegen van zijn vader. En iedere vader hoopt dat zijn zoon in zijn voetsporen verder gaat. In 'Het jaar waarin mijn vader stierf' wordt de verhouding tussen zoon en vader bepaald door beider schrijverschap en het bevindelijke bondsgeloof dat vader aanhangt, of liever gezegd opnieuw gevonden heeft nadat hij eerder had afgehaakt. De aantekeningen bestrijken heel 2003, het jaar waarin vader Van Essen ziek wordt. In februari constateren de artsen een versleten hart, in oktober overlijdt hij.

De lichte, nuchtere toon van de dit egodocument deed mij regelmatig denken aan zanger Meindert Talma en dichter Ingmar Heytze. Net als Van Essen reflecteren hun door angsten bevangen antihelden heel wat af, maar ze onderwerpen hun directe omgeving even vanzelfsprekend aan scherpe observaties. En voor alle drie speelt de popmuziek een sfeerbepalende rol. Waar Talma zelf zingt, luistert Heytze naar liedjes op zijn scooter en wisselt Rob de heimwee naar oude, zware, hartstochtelijke psalmen (130 is zijn ringtone) af met de even zware en hartstochtelijke drinkliederen van The Replacements.

Mooi is, hoe Rob de altijd verzwegen teleurstellingen van zijn vader - hij was behalve leraar ook schrijver van christelijke jeugdboeken - oprakelt aan de hand van oude boeken en schriften met zonderlinge grafieken waarin al diens literaire verdiensten tussen 1947 en 1986 zijn verwerkt.

Die ontdekkingen vervlecht Rob van Essen mooi met zijn eigen verwachtingen. Niet voor niets hoopt hij na de verschijning van zijn roman 'Engeland is gesloten' op een gunstig oordeel van zijn vader en niet voor niets maakt hij zich druk over de bevindingen van medeschrijvers, recensenten en mogelijke lezers die samen zijn lot lijken te bepalen.

Die laatste twijfels en gedachten had hij beter voor zichzelf had kunnen houden: ze zijn nietszeggend en soms ook te geforceerd. Heel anders dan zijn observaties, die vrijwel altijd de moeite waard zijn. Zoals die over de spreeuwen en meeuwen bij hem in de Amsterdamse (Diamant-)buurt of zijn verlangen naar een meisje dat hij ziet in de trein en in de bus op weg naar zijn ouders. Dan begint hij bijna op Nescio's Dichtertje te lijken.

Maar het sterkst blijven de ontmoetingen met zijn aftakelende vader. Je ziet hoe de zoon toenadering zoekt door er te zijn en te helpen. Dat is ontroerend maar ook schrijnend, omdat je al vrij snel voelt dat het echte contact waar hij op hoopt uitblijft.

In mijn hart hoop ik dat Van Essen na 2003 ook notities gemaakt heeft toen zijn buurt het nieuws haalde als gevolg van de beruchte schoffiesterreur. Ik hoop op een roman. Want wat hij verder ook vreest, Van Essen hoeft niet bang te zijn om al te lang aan de staart van het schrijverspeloton te bungelen. Talent heeft hij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden