Tranströmer (1931-2015) toonde menselijk tekort én menselijke rijkdom

Tomas Tranströmer won in 2011 de Nobelprijs voor literatuur. Zijn werk is in vijftig talen vertaald.Beeld epa

'Verdichtende, doorschijnende beelden waarmee hij ons een nieuwe toegang geeft tot de werkelijkheid'. Zo omschreef de jury de poëzie van Tomas Tranströmer, de Zweedse dichter die vrijdag op 83-jarige leeftijd overleed. In 2011 ontving hij de Nobelprijs voor de literatuur en zijn werk werd in meer dan vijftig talen vertaald. 'Vol, krachtig en menselijk', noemde Rob Schouten zijn werk in een profiel dat in 2011 verscheen in Trouw.

Natuurlijk zal het Zweedse Nobelprijscomité zich twee keer achter de oren hebben gekrabd alvorens de literatuurprijs voor 2011 toe te kennen aan een auteur uit de eigen stal, maar Tomas Tranströmer, de eerste dichter sinds jaren, is een meer dan terechte laureaat.

Volgens het comité biedt Tranströmer met zijn compacte, transparante beelden een nieuwe toegang tot de werkelijkheid, en dat is in zijn kortheid een rake kenschets. Het werk van de Zweedse dichter is vol, krachtig en menselijk. Geen flauwe woordkunst of hermetisch abacadabra, maar poëzie die het menselijk tekort maar vooral ook de menselijke rijkdom op de voorgrond zet en daarnaast toch ook belangstelling vertoont voor de schemergebieden van het bestaan, een materie die de psycholoog Tranströmer wel is toevertrouwd.

De mens als reiziger in de realiteit
Tranströmers eerste gedichten verschenen in de jaren vijftig, toen de dichter zelf nog begin twintig was, een aanstormende jongeling maar al vol humane wijsheid. Zijn eerste gedicht in zijn debuutbundel '17 gedichten' begint als volgt:

'Ontwaken is een parachutesprong uit de droom
Vrij van de verstikkende maalstroom zinkt
de reiziger de groene gordel van de ochtend tegemoet'

Het bestaan als een heldere plek in de duisternis en de mens als een reiziger in de realiteit is een notie die Tranströmers werk doordesemt. Niet een bepaald soort realiteit, niet slechts de idyllische of juist de technologische maar álle realiteit. Zijn werk is urbaan en landelijk tegelijk.

Nonchalante praatkunst
In het werkzame leven van alledag zoekt de mens naar momenten van verlichting, en naar de bron van het bestaan:
Tranströmers werk, dat onmiskenbaar gesitueerd is in onze tijd en maatschappij, raakt even zo gemakkelijk oernoties aan. Of het nu vrachtwagens op de weg zijn, treinwagons op zijsporen, een hotelkamer of een 'woud van steen en beton' dat hij oproept, steeds weet de lezer zich in deze gedichten bewoner van de planeet aarde en onderdeel van een groter geheel:

''s Ochtends brengen mensenmassa's onze stille planeet al trappend op gang'

Tranströmers werk was aanvankelijk aangeraakt door het surrealisme maar ontwikkelde zich in de loop der jaren steeds meer tot een haast nonchalante praatkunst. Maar op welke toon hij ook schrijft, zijn poëzie is van meet af aan hedendaagse visioenenkunst; dwars door de beelden van onze werkelijkheid gloeit een andere, sterkere werkelijkheid, maar het is steeds de mens die die realiteit mystiek ervaart.

Thomas Tranströmer in zijn huis in Stockholm, 2011.Beeld epa

Te weinig politiek engagement
In de jaren zeventig kreeg Tomas Tranströmer wel kritiek omdat zijn werk te weinig politiek engagement zou vertonen. Over zijn geboorteland schreef hij eens:

'Zweden is een op land gesleept
en afgetakeld schip, zijn masten staan tegen
de avondhemel opgebonden'

Daar krijg je de handen van activisten niet mee op elkaar maar het is wel een raak beeld van zijn geboorteland. Het laat overigens zien dat Tranströmer met al zijn universele thematiek, toch ook een typisch Zweeds dichter is, helder en knisperend, zijn beelden zijn even simpel als sterk en veelzeggend, wat dat betreft herinnert hij aan een filmer als Ingmar Bergman.

Psycholoog
Tranströmer, die in zijn dagelijks leven als psycholoog in jeugdinrichtingen en met criminelen en drugsverlaafden werkte en verder als pianist optrad, werd begin jaren negentig getroffen door een hersenbloeding die hem halfverlamd achterliet, spreken kon hij sindsdien niet meer.

Na die tijd ging hij weer haiku schrijven, een versvorm die hij ook in zijn jonge jaren wel hanteerde. In 2002 trad hij tijdens een indrukwekkend optreden met die korte gedichten en eenhandig vertolkte pianostukken op het Poetry International Festival in Nederland op.

Zijn werk, inmiddels in vijftig talen vertaald, is al sinds de jaren tachtig toegankelijk gemaakt in het Nederlands door de vertalingen van J. Bernlef, een groot pleitbezorger. Met de bundel 'De herinneringen zien mij', uitgegeven bij de Bezige Bij, heeft de Nederlandse lezer toegang tot vrijwel zijn gehele poëtische oeuvre.

Nocturne

Ik rijd 's nachts door een dorp, huizen treden te voorschijn
in het koplamplicht - ze zijn wakker, ze willen drinken.
Huizen, schuren, uithangborden, onbeheerde voertuigen - nu
tooien zij zich met het Leven. - De mensen slapen:

sommigen kunnen vredig slapen, anderen vertonen gespannen trekken
alsof zij intens liggen te trainen voor de eeuwigheid.
Ze durven niet alles los te laten hoewel hun slaap zwaar is.
Ze rusten als neergelaten slagbomen wanneer het mysterie voorbijtrekt.

Buiten het dorp voert de weg verder tussen de bomen van het bos.
En de bomen de bomen zwijgen in wederzijdse eendracht.
Ze hebben de theatrale kleur van een vuurgloed.
Wat zijn hun bladeren duidelijk! Ze volgen mij tot aan huis.

Ik ga liggen om te slapen, ik zie onbekende beelden
en tekens zichzelf neerkrabbelen achter mijn oogleden
op de muur van het duister. Door de spleet tussen waken en dromen
probeert een grote brief zich vergeefs naar binnen te dringen.

Tomas Tranströmer
Uit: De herinngeringen zien mij. De Bezige Bij, 2002
Vertaling: Bernlef

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden