Touren met de band is vooral veel afzien

Beeld RV

Zevenduizend kilometer lang gaan romantiek en afzien hand in hand. Dat geldt voor veel Nederlandse bandjes die voor het eerst hun vleugels in Europa uitslaan: zoals Canshaker Pi, vorige week vertrokken voor hun eerste tour.

De douanier bladert door het stapeltje paspoorten. Mag een collega even achterin de bus kijken? Natuurlijk. De deuren gaan open, wachtend voor de slagbomen, voordat we de boot naar Hull op mogen. Wat ligt er achterin? Instrumenten, meneer. Versterkers. Een drumstel. Wat gaan jullie daarmee doen in Engeland? Een tourtje, meneer, 27 shows, in 31 dagen, beantwoordt gitarist Boris de Klerk, gespeeld blasé. De douanier lijkt onder de indruk. Tjemig, hoe houden jullie dat vol?

"Nou, dankzij al die cocaïne die we achterin hebben liggen", zegt Boris met uitgestreken gezicht. Het is even stil. Daarna grijnst de douanier en geeft de paspoorten terug - veel plezier jongens.

Ah, de romantiek van het touren. Jongensdroom par excellence. Wat is er nu leuker dan een paar weken met je vrienden in een busje Europa door? Vijf weken lang trekt de Amsterdamse indierockband Canshaker Pi door Europa. Geen gezeur of sleur maar een eindeloze roadtrip, elke dag een andere stad, een ander publiek, elke avond gretig doen waar je goed in bent. Spelen, spelen, spelen. Drank. Misschien wel drugs. Seks, met een beetje geluk. En sowieso rock 'n roll.

Maar hoezeer het tourleven ook tot de verbeelding spreekt - de werkelijkheid is zo weerbarstig als de slaapbanken waarop wordt geslapen, blijkt na twee dagen met de band op pad geweest te zijn.

Weten ze zelf ook wel: "Het voelt nu alsof ik op vakantie ga, maar volgens mij wordt het dodelijk vermoeiend en keihard werken", zegt de lange drummer Nick Bolland (21) terwijl hij in Amsterdam in het blauwe huurbusje stapt. Het ruikt nog fris. Dat zal spoedig veranderen.

Tekst gaat verder na onderstaande afbeelding.

Canshaker Pi Beeld RV

Grappenmaker

Boris de Klerk (19) gaat voorin, de roodharige grappenmaker van het stel. Ook mee is de bedachtzame bassist Ruben van Weegberg (20). Zanger/gitarist Willem Smit (21) - het dromerige type - zien we in Engeland. Hechte vrienden. Het is de eerste buitenlandse tour voor de band, de vier zijn nog nooit zo lang van huis geweest. Achter het stuur designated driver en manager Thomas Bruining (34), die de eerste tien dagen alles in goede banen moet leiden - langer mocht niet van z'n gezin. Toen de verslaggever vroeg of hij een avondje kon komen invliegen, mailde hij prompt terug: Waarom rij je niet mee? Met de nachtboot naar Hull, door Engeland rijden. Lachen.

Een jaar geleden prijkte boven een interview met de band de kop 'Canshaker Pi is te cool voor Nederland'. Dat was wat overdreven, dat vinden ze niet écht, maar als je in Nederland op festivals als Lowlands en Best Kept Secret hebt gespeeld en de meeste zaaltjes hebt gezien, dan nadert rap het plafond voor een rammelrockband als zij. Gelukkig is de wereld groter dan Nederland.

First stop: Manchester. Na Londen via Parijs en Lyon door naar Bologna, Milaan, wat shows in Oost-Europa, en dan door Duitsland terug naar Amsterdam. De band wordt op sleeptouw genomen door de Amerikaan Spiral Stairs, één van de oprichters van de roemruchte nineties-grungeband Pavement. Hun geluidsman bleek een wederzijdse vriend die nog wel een goed voorprogramma voor de Amerikanen wist. De eerste nacht wordt op zee doorgebracht, voornamelijk drinkend, het schommelen van het schip went snel. Ruben kijkt verdwaasd over de lege dansvloer, waar een verveeld coverbandje staat te spelen en neonlichten overheen glijden. De stoeltjes zitten vol met veelal zwijgende vrachtwagenchauffeurs. Doodgeslagen pints torenen op tafeltjes. Net een David Lynch-film, merkt Ruben op. Surrealistisch.

Iemand schuifelt voorbij, zingend de toiletten in.

De volgende ochtend, enigszins licht in het hoofd, spreken ze bij de koffie de tour door. Ze zoeken nog een logeeradres in Turijn. München wordt lastig vanwege het Oktoberfest, maar Nick kent daar nog iemand die hij een berichtje zal sturen. "Waar spelen we in Gent eigenlijk? In een oude bibliotheek? Ah, dan moeten we dus heel stil spelen" gniffelt Boris.

Dan: gebalde vuisten wanneer Bruining van zijn telefoon een gloeiende blogpost over hun single 'Indie Academy' opleest. Even later blijkt het nummer te zijn gedraaid op een Brits internetradiostation. Maar een appje van platenlabel Excelsior brengt de echte klapper: de single is door Spotify bovenaan hun Feelgood Indie-playlist gezet. Met 170.000 volgers. Daar doe je het voor. Want deze tour staat niet op zichzelf, vertelt Bruining. Er is niet voor niets drie weken van tevoren een nieuwe single gelanceerd. Er is niet voor niets speciaal een Londens PR-bureau ingeschakeld. Noem het de integrale ketenbenadering voor rockbands. En die werkt.

Als we de boot afrijden, baden de krakkemikkige grijsbruin-bakstenen arbeidershuisjes van Hull in het ochtendgloren. Het is nog twee uur naar Manchester, onderweg moet natuurlijk een full english breakfast naar binnengewerkt. Halifax, even voorbij Leeds, klinkt exotisch genoeg. Wanneer Bruining de M62 afstuurt ('waarom haalt iedereen hier rechts in?') rijst het stadje mooi tussen de glooiend groene heuvels van West-Yorkshire. Het korte nachtje verpest het humeur geenszins. Lachen om Boris' imitaties van Ronnie Flex. Filosoferen over het nut van clip-on-zonnebrillen. Discussiëren over shepherd's pie aan het ontbijt. Jongensgevoel verpakt in een busje.

Tekst gaat verder na onderstaande video.

Moordend

Er is haast geen betere plek te bedenken om een eurotour af te trappen dan Manchester. Madchester, gitaarstad pur sang. Oasis komt er vandaan, The Stone Roses, Joy Division, The Smiths, Elbow. De tientallen cafeetjes in de studentenstad hebben elk wel een zaaltje waar een band in kan worden gepropt. De bandjescultuur is enorm in Engeland, zegt Ruben. Vandaar dat de gages laag liggen, je vaak geen eten krijgt, en de apparatuur crap is - de concurrentie is moordend.

Verdienen ze hier nog wat aan, of draagt Excelsior alle kosten? Haha. Grappig maar nee, lacht Ruben op de achterbank. Ze krijgen vijfduizend euro toursubsidie van het Fonds Podiumkunsten. Die is onmisbaar, de helft is al uitgegeven aan bushuur. Die eerste avond in Manchester verdienen ze honderd pond. En nee, niet per bandlid.

Engeland betaalt slecht, Frankrijk iets beter. Vermoedelijk draaien ze een of tweeduizend euro verlies, zoiets, denkt Ruben. Zo'n eerste tour zien ze als investering. In ervaring, in naamsbekendheid, in contacten: Bruining weet dat bij de show in Londen meerdere boekers in de zaal staan. Ook Amber Arcades reisde deze maand door het Verenigd Koninkrijk en Ierland, net als Pip Blom, bands uit dezelfde categorie als Canshaker Pi. Om je bereik te vergroten, om, zoals ze zeggen, bij een volgende tour níet op de grond te hoeven slapen. Zoals The Homesick, die volgende week door Oost-Europa trekt met een eigen tour, dankzij hun opgebouwde netwerk - waarbij ze zich soms zelfs een hotel kunnen permitteren.

Die middag is er tijd voor een rondje door de stad. Even langs de Manchester Art Gallery, voorbij de Victoriaans-statige Town Hall. Boris heeft zich voorgenomen zo veel musea te zien als kleedkamers, maar dat zal vermoedelijk niet lukken. Vandaag valt de reistijd mee, vanuit Glasgow is al langer, tussen de shows in Arthez-de-Béarn en Bologna zit 1200 kilometer.

Op het eerste logeeradres mag de manager met de verslaggever in de enige slaapkamer, de band gaat op de opklapbankjes. Er is een veldbedje mee. Even wat rust pakken, voor vanavond, die bootreis is nog niet helemaal verwerkt. Ruben doet een dutje, de rest kijkt series op een laptop, leest een boek. Zwijgend staat Willem in het midden van de kamer. Dan, tegen niemand in het bijzonder - "ik vind deze 31 dagen nu al lang duren".

Aan het eind van de middag, terug de bus in. "Zenuwen? Nee, absoluut niet. Verveeld? Moe? Ja", grinnikt Ruben. De band heeft vooral zin om te spélen. Voor een volle of een lege zaal, dat maakt niet uit. "Ik heb zin om die zaal helemaal uitelkaar te trekken."

De eerste buitenlandse tournee van Canshaker Pi trapt af in een zaaltje genaamd The Deaf Institute. Capaciteit 260 man, volgens The Guardian de place to be in Manchester voor fans van 'hipster indie'. Daar aangekomen is het uitladen en opbouwen. Drie trappen omhoog. Goed voor je rug, zo'n Ampeg basversterker, of die zware Vox-bak van Willem. Zoet zijn de toekomstdromen over roadies.

Ook net binnen is Scott Kannberg, alias Spiral Stairs, en diens bandleden. Handen worden geschud, pleasantries uitgewisseld, we're gonna have so much fun, guys. Kannberg (50) kijkt toe hoe Nick zijn drumstel in elkaar sleutelt, hoe Boris zijn versterker afstelt. "Ik herinner me mijn eerste tour nog", mijmert hij, "in het voorprogramma van Sonic Youth, in de vroege jaren negentig. Één grote waas. Tegelijkertijd vergeet je het nooit meer."

Tekst gaat verder na onderstaande afbeelding.

Beeld RV

Backstage, na de soundcheck en een portie falafel, adviseert drummer Larry Bergin van Spiral Stairs vaderlijk over gehoorbescherming. "Iedereen van mijn leeftijd heeft tinnitus. Als ik ergens spijt van heb is dat ik vroeger nooit goede oordoppen heb gedragen." Ruben en Nick knikken instemmend. De koelkast is inmiddels al leeg.

Showtime, 20:30. In het zaaltje staan twintig man. Dat klinkt misschien leeg, maar de band slaat er geen acht op. Aan het werk. "Good evening, Manchester!" Ram, scheur, piep, beginnen. Halverwege de set loopt een kale man, baard en biertje, van de bar naar de rand van het podium. Hij kijkt goedkeurend naar Boris, gekromd over zijn delay-pedalen. En begint woest te headbangen. Weer een zieltje gewonnen.

Heerlijk gespeeld

Na een half uur is het voorbij. Ze hebben heerlijk gespeeld, vinden ze, bezweet schroeft Nick zijn bekkens er weer af. Viel de opkomst niet wat tegen? Willem, schouderophalend, we hebben echt voor hetere vuren gestaan. In Nederland zijn de zalen inmiddels vol, hier moet je weer opnieuw beginnen. Geen punt.

Dan begint Spiral Stairs. Willem zit achterin de zaal te kijken. Hij probeert een dubbel gevoel onder woorden te brengen. Hij is fan van die man. Écht fan. En nu gaan ze een maand met hem op pad. Een idool, dertig jaar ouder dan zij. Met ontelbaar veel meer kilometers op de teller. En er staan misschien tien man meer in de zaal dan bij hun eigen show.

Na afloop nog maar een pint, dan snel de spullen in de bus. Hoe laat zijn jullie morgen in Newcastle? Zien we jullie dan. Goodnight guys.

In het appartement wordt nagepraat. Nog maar een biertje opengetrokken. Manager Bruining mag nu ook drinken, dus komt de whiskey op tafel. Dan begint het plots te druppelen in de kamer, de badkuip van de bovenbuurman tekent een vochtige rechthoek in het plafond. De stoppen slaan door. Het licht gaat de rest van de nacht niet meer aan.

De ochtend erna rekt Ruben zich voor de zoveelste keer uit - hij hield het vannacht echt niet meer uit op het opklapbed naast Willem, en is maar op de achterbank van de bus gaan liggen. "Nog vijf van zulke nachten en ik ben kapot. Weet je, ik heb die romantiek van het touren nooit écht begrepen. Het is hartstikke leuk hoor. En ik heb ontzettend veel zin in de komende weken. Maar het wordt afzien."

Wat betreft die seks, voor bij de drugs en rock 'n roll? Daar pest Ruben z'n vriendin wel eens mee. "Gelooft ze eigenlijk nooit". We blijken die nacht boven een schimmig bordeel te hebben geslapen. Het rocksterrenleven. Schunniger is het nog niet geworden. Maar, grinnikt Bruining, Oost-Europa moet nog komen.

Canshaker Pi komt 14 oktober weer thuis. Die avond spelen ze met Spiral Stairs in Paradiso Amsterdam.

Beeld RV
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden