Boekrecensie

Tot zwemmen verleid worden

Janita Monna schrijft wekelijk over poëzie voor Trouw. Beeld Maartje Geels

Had ik tijdens mijn studie zitten slapen? Toen ik het essay van Piet Gerbrandy over Jacob Geel las, begon ik het ernstig te vermoeden. Geels ‘Gesprek op de Drachenfels’, ergens in de jaren negentig moet ik er college over hebben gehad. Maar waarom wist ik daar niets meer van? 

Gerbrandy friste mijn geheugen op. Of nee, hij schiep een opening, liet iets zien van het werk van deze negentiende-eeuwse schrijver, van deze ‘eerste echte essayist uit de Nederlandse letterkunde’, wat maakte dat ik nu vrijwel meteen naar de bibliotheek wilde rennen.

Het stuk over Jacob Geel is opgenomen in ‘Grondwater’, een verzameling van merendeels eerder gepubliceerde stukken, veel over poëzie: “Het gedicht is de drempel waarop jij en ik elkaar hopen te ontmoeten.”

Zoekend, stellig en persoonlijk

Gerbrandy is een gul essayist die zijn leeswijze van dierbare auteurs - van klassieken tot moderne dichters - graag deelt. Niet om zijn enorme belezenheid uit te venten, maar vooral omdat de poëzie van Ter Balkt, om een geliefd auteur te noemen, iets wezenlijks belichaamt.

Hij schrijft zoekend, stellig en persoonlijk, maar al is zijn smaak breed, voorkeuren heeft hij zeker. Voor het ‘afgeronde korte gedicht’ heeft hij nauwelijks nog geduld. Poëzie moet, aldus Gerbrandy, ‘groots en belachelijk’ durven zijn, genregrenzen doorbreken en ‘wanhopig, weltfremd en megalomaan’ midden in de wereld staan. Maar vooral moet ‘het hart van de dichter’ erin kloppen.

Wie de stukken uit ‘Grondwater’ naast de tegelijkertijd verschenen dichtbundel ‘Vloedlijnen’ legt, ziet daarin opvattingen als deze weerspiegeld. ‘Losse, compacte’ verzen schreef Gerbrandy al langer niet meer en ook deze nieuwe bundel is een amalgaam van genres (poëzie, essay, drama) en van stemmen die op verschillende tonen spreken: lyrisch, beeldend, feitelijk. Essayfragmenten keren soms haast letterlijk terug. Daarbij bevat ieder gedicht een woord in kapitalen. Die genereren achter elkaar gelezen een nieuwe tekst: HIER VERLIEZEN ONTWORTELDE BOMEN VERSTILD AANDACHTIG GERIJPT AANSTONDS NOG ZWIERIG BLAD.

‘Vloedlijnen’ is doordrongen van het idee van een onttoverde wereld, waarin mens van natuur vervreemd is geraakt. Tegelijk zijn de teksten een verheviging van het leven.

Omslag ‘Vloedlijnen’ Beeld -

Gerbrandy’s taal kan bezweren, toch overtuigde ‘Vloedlijnen’ mij minder dan zijn vorige bundel ‘Steencirkels’. En waar ik me lezend in zijn essays omringd voelde door het werk van Bilderdijk of Tsjêbbe Hettinga, gebeurde dat bij de gedichten veel minder. Drong de constructie zich te veel op de voorgrond?

Daarom nog even terug naar die essays. Want daar is Gerbrandy een gretige gids met wie je graag op pad gaat: zíjn ontdekkingstocht wordt de ontdekkingstocht van de lezer. Zijn stukken over Bob Dylan of over de Fries Gysbert Japickx, ze zijn open en houden ruimte voor tegenspraak. Schrijven en lezen heeft veel weg van een reis, schrijft hij, en de tekst is ‘als een pad of een onstuimig zeeoppervlak’. Als iemand tot zwemmen weet te verleiden, dan Gerbrandy wel.

Piet Gerbrandy
Vloedlijnen
Atlas Contact; 102 blz. € 21,99

Piet Gerbrandy
Grondwater
Atlas Contact; 304 blz. € 24,99

Janita Monna schrijft wekelijks over poëzie voor Trouw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden