Tot de jaren zeventig stond het Stedelijk Museum vol met kamerplanten

Planten ademen en groeien, terwijl de meeste kunstwerken statisch zijn. Beeld The Plant Collection

In 1945 belandde het eerste levende groen in het Stedelijk Museum. Waarom is die plantenweelde verdwenen?

Sanseveria’s, varens, kamerlindes: het Stedelijk Museum in Amsterdam stond ooit vol met planten. De instelling vrolijkte de ruimtes tussen de abstracte kunstwerken op met levend groen, iets wat nu ondenkbaar zou zijn.

Beeldend kunstenares Inge Meijer bracht de historische plantenweelde uit het museum in kaart en stelde er een boek over samen: ‘The Plant Collection’. Zondag presenteert ze haar werk in de bibliotheek van het Stedelijk. Ze reconstrueerde de geschiedenis aan de hand van archiefbeelden en gesprekken met oud-medewerkers.

De oorsprong van het botanische verhaal ligt in 1945. Kort na de oorlog zette museumdirecteur Willem Sandberg enkele gatenplanten in het museum neer die bij hem thuis uit hun voegen waren gegroeid. Zo begon een groene periode die tot 1983 zou duren. Op het hoogtepunt, in de jaren zestig, zwierven er 102 losse planten door het museum, plus veertig bakken met ­gecombineerd groen.

Plantenverzorger

Planten ademen en groeien, terwijl de meeste kunstwerken statisch zijn. Een intrigerend contrast, vindt Meijer, die spreekt van ‘verwarrende schoonheid’. Er was nóg iets wat haar op de oude beelden trof. “Soms stond zo’n plant midden in de ruimte, soms verloren in een hoek, maar vrijwel altijd alleen, zonder soortgenoten. Die verweesdheid raakte me.”

Zij stuitte op het onderwerp toen ze in het museum een installatie wilde bouwen met planten. De bibliothecaris van het Stedelijk vertelde haar dat planten vroeger heel gewoon waren in het museum. Wat deden die ficussen en dadelpalmen daar, vroeg Meijer zich af. En waarom zijn ze verdwenen?

Tijdens haar onderzoek stuitte ze op een brief die oud-directeur Sandberg schreef bij het afscheid van ene meneer Van der Ham, een suppoost met groene vingers. Hij was door Sandberg gepromoveerd tot officiële plantenverzorger. Het idee was dat planten ‘de entree van de natuur in het museum’ vormden en ‘binnen verbonden met buiten’, schreef de directeur. Zo zou het museum huiselijker worden – en de kunst toegankelijker.

In 1946 plaatste Sandberg de Boogie Woogie-schilderijen van Mondriaan naast een gatenplant, in de hoop dat bezoekers welwillender naar de schokkende moderne kunst zouden kijken. “De plant als hulpmiddel”, zegt Meijer. Tegelijk maakte de directeur met dit groene ‘statement’ een einde aan het museum van de 19de eeuw, dat uitsluitend voor de elite was bedoeld; hij gooide de poort open voor álle burgers.

Zelfs deze plant moest verdwijnen uit een werkkamer. Beeld The Plant Collection

Veiligheid

Vanaf de jaren zeventig nam het aantal planten af. Waarom? Dat blijft gissen, zegt Meijer, maar het had ongetwijfeld te maken met de opkomst van de installatiekunst. “Kunstenaars willen steeds sterker de omgeving bepalen waarin hun kunst staat. Een losse plant schept dan verwarring; hoort die bij het kunstwerk of niet?”

Bovendien is de maatschappij risicomijdend geworden. De potten met varens die vroeger op de trap van het museum stonden, zouden nu niet meer kunnen. Wat als iemand zo’n plantenpot omstoot terwijl er net een bezoeker onderdoor loopt? En wat als vocht, een beestje of een schimmel de kunst aantast?

Tegenwoordig draait alles om de veiligheid. “Bij de ingang van het museum word je al welkom geheten door een security-medewerker. Dat geeft toch een heel ander gevoel, het schept afstand”, zegt Meijer. Ze verlangt daarom terug naar de tijd van de foto’s, al heeft ze die zelf niet meegemaakt. Thuis heeft ze nog wel een stek van de laatste sanseveria uit het museum; die werd in 2013 uit een werkkamer verbannen, toen zelfs dáár geen planten meer mochten staan. “Wat zou het mooi zijn om die sanseveria goed zichtbaar terug te zetten in het Stedelijk, tijdens een tentoonstelling over dit onderwerp. Maar ik betwijfel of het museum daar wat voor voelt.”Lees ook: 

De lakens keerden terug in het Stedelijk Museum

Conceptueel kunstenaar Marinus Boezem gooide na bijna vijftig jaar opnieuw zijn beddegoed uit de ramen van het Stedelijk Museum. ‘Ik was destijds heel brutaal.’

Achttiende eeuwse klimop woekert wild over het blad

WAT WE MOETEN ZIEN IN... ZIERIKZEE - Elke week bespreekt Trouw een kunstwerk of museum dat u niet mag missen. Vandaag: een herbarium in het Stadhuismuseum Zierikzee.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden