Review

Tót 1940 liet Nederland zijn spierballen zien

In 1870 en 1914 lukte het Nederland de Duitsers buiten de deur te houden. Den Haag hield strak vast aan de neutraliteitspolitiek en probeerde agressors af te schrikken met spierballenvertoon. Maar in 1940 was het snel gedaan.

De laatste keer dat Nederland in Europa ten oorlog ging was in 1831 om de Belgen weer in het gareel te krijgen. Toen de grote mogendheden die revanche met zacht maar onmiskenbaar gegrom verijdelden, bleef Nederland acht jaar mokken onder de wapenen. Die mobilisatie duurde tot alle rumoer verstomde, en de verdragen gesloten waren.

Uit dat fiasco trok het vaderland volgens de historicus Moeyes de les dat het beter zijn zegeningen kon tellen: een welvarend moederland en een uitgebreid koloniaal rijk. Dat was zorg genoeg. Als een speler die bij het kaarten gewonnen heeft en nu maar opstapt, keerde Nederland de wereld de rug toe. ,,Maar aan de speeltafel van de internationale politiek is elke natie veroordeeld tot doorspelen'', schrijft Moeyes.

Bij elke crisis moest de Nederlandse neutraliteitspolitiek zich waarmaken. Steeds moest Nederland laten zien dat het geen enkel buurland voorttrok of begunstigde, en dat het zonodig in korte tijd een weermacht op de been kon brengen die de verleiding om de neutraliteit te schenden ontmoedigde. Daardoor werd Nederland een kampioen in mobiliseren, de kunst van het opzetten van de nekveren.

Twee maal lukte het, in 1870 en in 1914, de Duitsers met brave verklaringen en schijnbewegingen buiten de deur te houden. Maar in 1940 slaagde het leger er in de verste verte niet in om het de paar maanden uit te zitten volgens de strategen nodig waren, voordat een bondgenoot te hulp zou snellen. De verzwegen bijgedachte was namelijk telkens dat de Engelsen tenslotte zouden bijspringen tegen de Duitsers. Want ondanks de gespeelde onschuld was het de Nederlandse politici wel duidelijk uit welke hoek de wind waaide. De bemanning, oefening en uitrusting moesten een overtuigende indruk maken op de tegenstander én op de prins op het witte paard. Maar tegen de nazi’s hielpen geen goede bedoelingen of opgezette nekveren.

Over het wankel evenwicht van vreedzaamheid en spierballenvertoon dat de neutraliteitspolitiek vereiste, waren de bestuurders het in grote trekken eens. Maar in de praktijk zorgde de oorlogsbegroting voor onophoudelijke conflicten tussen de volksvertegenwoordiging, de minister van oorlog, de legerleiding en het koninklijk huis.

Moeyes’ verslag van de verwikkelingen rond de neutraliteitspolitiek wordt vooral na de aanvang van de 20ste eeuw spannend, omdat zich toen de militaire druk in Europa snel opbouwde, maar ook de politieke dienst in die tijd steeds minder door een regenteske elite werd uitgemaakt, zodat de parlementaire verantwoording van uitgaven steeds zwaarder woog. Volksvertegenwoordigers werden met hun neus op de feiten gedrukt: zelfs een matig geoefend en uitgerust leger kost geld, het leger zag neer op kortzichtige en schrieperige politici, het Oranjehuis voelde een warme band met de strijdkrachten, en de minister van oorlog moest tussen al die gevoeligheden beslissen.

De Eerste Wereldoorlog leek de testcase voor dit spel van schijn en wezen. Maar de uitkomst was dubbelzinnig. Nederland bleef weer vier jaar onder de wapenen, de neutraliteit bleef bewaard, maar het aan het eind van de oorlog was het onderling vertrouwen versleten, en kwam de opperbevelhebber ten val. Generaal Snijders (1852-1939) is de spilfiguur of zelfs de held van het boek, omdat aan zijn opkomst en ondergang de kracht en zwakte van de neutraliteitspolitiek voorbeeldig gedemonstreerd wordt,

Snijders’ onvermoeid ijveren voor een geloofwaardige Nederlandse strijdmacht in een Europees krachtenveld waar Realpolitik zijn intrede deed (en welbegrepen eigenbelang steeds meer had afgedaan) , vormt het hoogtepunt van deze voorbeeldige vertelling.

Moeyes wil ook iets bijdragen aan het denken over de vraag of we ons bij internationale conflicten afzijdig moeten houden, en of interventies in het buitenland kans van slagen hebben. Maar daarvoor blijft zijn onderzoek te dicht bij de Nederlandse werkelijkheid. Meer theorie over de partijen die aan de tafel van de internationale politiek gespeeld worden, was welkom geweest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden