Toon Hermans: een genie op het toneel

Toon Hermans tijdens een onemanshow in 1966.Beeld anp

Hij werd op 17 december 1916 - zaterdag honderd jaar geleden - geboren. Vanavond brengen artiesten in het Amsterdamse theater Carré een eerbetoon aan cabaretier Toon Hermans. 'Met Toon omgaan grensde aan verliefdheid.'

De Limburgse

Actrice en zangeres Hadewych Minis (39) komt net als Toon uit Limburg. Op zijn hommage zingt zij twee Limburgse liedjes van hem. "Ik zing 'Wo is de schnee' en 'Gaef mich dae letste dans van dich'. Mijn moeder komt uit Roermond, en dat dialect lijkt erg op het Sittards dat Toon sprak. Als ik die nummers hoor, is het of ik thuiskom. Toen ik gevraagd werd om die nummers te zingen, dacht ik eerst: nee, doodeng! Vervolgens raakte ik heel ontroerd, want het is voor mij zingen in mijn moerstaal. Al hebben wij thuis nooit dialect gesproken, ik heb het wel heel veel gehoord, het is vertrouwd.

"Limburgers zijn wat gesloten in eerste instantie. Behalve met carnaval, dan breken ze open. Alsof ze hebben bedacht: die drie dagen durf ik helemaal mezelf te zijn. Ze denken een jaar lang na over een act en ze maken een 'pekske', een kostuum. Dan gaan ze 'zeivere', heel lang doorgaan op één onderwerp. Ze houden vol, terwijl ieder ander allang gestopt zou zijn. Dat is zoiets leuks en unieks, daar heeft Toon goed naar gekeken, denk ik.

"De Limburgse volksaard heeft voor mij een enorme melancholie. Heeft Toon niet ooit gezegd: 'Humor is overwonnen droefheid'? Dat vind ik zo mooi gezegd, daar zit het in. Dat Limburgse heeft ook steeds in Toon gezeten, je zag het aan die twinkeling in zijn ogen. Een 'batteraof', zeggen we in het Limburgs, een beetje een kwajongen zag je; dat maakte hem zo ontzettend charmant."

De collega

Cabaretier Herman Finkers (62) maakte vele succesvolle programma's, waaronder afgelopen jaar de oudejaarsconference. "Ik ben met Toon opgegroeid. De grote shows op televisie, daar mocht ik als oudste voor opblijven terwijl mijn broertjes en zusjes al in bed lagen. Ik vond het gelijk geweldig. Mijn ouders ook. Met Wim Kan hadden ze niet veel, dat ging te veel over Den Haag en dat was ver weg. Wim Sonneveld vonden ze wel mooi, maar die was een chique meneer. Toon was heel dichtbij, heel volks, heel warm. Ik voel me zelf ook het meest schatplichtig aan Toon.

"Toon Hermans was echt een showman, ik sta meer als anti-theaterpersoonlijkheid op het toneel. Hij straalde vaderlijk gezag uit. Alleen waren zijn typetjes vaak underdogs, zoals Charles Hartman, de goochelaar van 'Doif is toot'. We hebben wel dingen gemeen, het soort humor bijvoorbeeld. Prettig gezeur tot theater verheffen noemen ze in Limburg 'sjaele zeiver' en in het Twents heet dat 'nöalen'. Met een stalen gezicht heel lang doordrammen op één ding tot het leuk wordt. We komen ook allebei uit de periferie van het land. Als je in de Randstad bent opgegroeid, ontwikkelt zo'n soort humor zich minder gauw, denk ik.

"Ik heb Toon één keer ontmoet, na zijn show in Hengelo. Ik zat in de zaal en ben na afloop naar achteren gegaan, want hij had het over mij in zijn voorstelling. Toon stak zijn hoofd om de kleedkamerdeur, hij was nog niet decent, waarschijnlijk dat het gesprek daarom niet langer dan een minuut geduurd heeft. Ik ben nooit bij hem op audiëntie geweest. Ik had dat wel gewild, maar ja, je gaat jezelf niet aanbieden natuurlijk.

"Toon was heel erg vernieuwend, hij was de eerste met een onemanshow. Hij leende zijn stijl uit de Franse traditie, denk aan Maurice Chevalier en Yves Montand. De actualiteit vond Toon niet zo interessant. Ik vind het mooi als je in je humor een heel eigen wereld creëert, je roept iets op naast de wereld die we kennen.

"Toen ik de biografie 'Toon' had gelezen, had ik een heel sterke gedachte: Toon had toch naar Broadway moeten gaan. Tot aan die tijd (eind jaren zestig - red.) was zijn carrière één stijgende lijn, hij was immens populair en klaar om in Amerika te spelen. De teksten waren mooi vertaald, hij sprak goed Engels, maar op het laatste moment trok Toon zich toch terug. Daarna had hij nog wel succes, maar hij raakte wat uit de mode. Paste niet meer in de 'goede smaak' van de nieuwe generatie.

"Je moet een artiest beoordelen op zijn beste werk, en dat is niet alleen geniaal - zowel qua liedjes als qua conferences als qua presentatie en muziek - maar ook behoorlijk veel. Zo veel evergreens, dat is knap."

Tekst loopt door onder afbeelding.

Toon Hermans tijdens een onemanshow in 1980.Beeld anp

De zoon

Fotograaf en filmer Gaby Hermans (60) is de jongste zoon van Toon en Rietje Hermans. Zijn oudste broer Michel is negen jaar ouder, zijn middelste broer Maurice zeven. "Voor mij is Toon in eerste instantie mijn vader. Als mensen vragen hoe het is om met een beroemde vader te leven, zeg ik altijd: hetzelfde als jouw vader voor jou. Pas later besefte ik: er zijn nog meer mensen die hem kennen.

"Voor mij is hij een fantastische vader geweest, en ik had ook een fantastische moeder. Mijn fotoboek is mijn kleine hommage aan hen. Op een van de foto's omhelst mijn moeder mijn vader, ze zijn dan in Cap d'Antibes. Eén van mijn lievelingsbeelden. De avond daarvoor was zijn hart op hol geslagen. Er kwam een Franse dokter bij, die hem een pilletje gaf waardoor pa weer rustig werd. Toen hij wegging, maakte hij één fout, hij zei: 'You die suddenly' ('U sterft plotseling'). Dat is pa zo bijgebleven, want hij was hypergevoelig en nogal een hypochonder. Het bleef de volgende ochtend door zijn hoofd spoken. Dat is het moment dat ma hem vasthoudt en zegt: 'Komt wel goed jongen.'

"Mijn vader leunde sterk op mijn moeder. De helft van zijn succes is haar verdienste. Zij hield alles thuis op de rit, zodat hij zich kon wijden aan zijn werk en zijn talent. Je ziet foto's in het boek waarop ze samenwerken, die heeft niemand gezien. Zij was zijn ultieme klankbord. Als Rietje zei: 'Ik vind het niks', dan kwam het gegarandeerd niet in het boek of de show, hoor.

"Ik heb een fantastische jeugd gehad: 's ochtends privéles, 's middags mee naar het theater, Carré was mijn speeltuin. Ik ben het nakomertje. Mijn broers waren al met brommers en meisjes bezig toen ik nog op schoot zat.

"Na zijn laatste show in 1996 is alles in de opslag gegaan. Hij nam elke avond de show op een cassettebandje op en had talloze 'lulijzertjes', zoals hij zijn dictafoontjes noemde. We huren die opslag nog steeds, het staat vol dozen met teksten, videobanden, je kunt het zo gek niet bedenken. Tessa Reijnders bekijkt al dat materiaal, sorteert en digitaliseert het. Er zit veel bij dat hij zelf niet goed vond. Het was nooit goed bij hem, hij was een superperfectionist.

"In het dagelijks leven was hij juist helemaal geen perfectionist. Meerdere keren is hij met zijn broek op zijn schilderspalet gaan zitten. Dat interesseerde hem niet. Of er veters in zijn schoenen zaten, vond hij bijzaak. Het huis was altijd een gezellige boel. Schoon, maar overal lag wat.

"Ik heb tot hun dood met mijn ouders onder één dak gewoond. Toen mijn moeder overleed, in 1990, viel pa in een gigantisch gat, eenzaamheid. Dat kun je haast niet oplossen, ook niet als kinderen. Toen pa uiteindelijk in 2000 overleed, viel ik gelukkig niet in zo'n groot gat, want ik had mijn vrouw en mijn twee dochters. Maar ik heb jaren gehad dat ik niet naar een liedje van pa kon luisteren, en nog steeds zijn er liedjes waarbij ik echt even moet slikken."

Het boek 'Toon Hermans - Album van een zoon' van Gaby Hermans is uitgegeven bij Hannibal.

De biograaf

Schrijver en oud-cabaretier Jacques Klöters (70) is de biograaf van Toon Hermans. In 2010 verscheen 'Toon'. "Ik werd in 1989 bij Toon Hermans thuis gevraagd, en daar ontspon zich een gesprek dat tien jaar geduurd heeft. We raakten bevriend, voor zover je met Toon Hermans bevriend kon zijn. Hij vond mij aardig, ik vond hem fascinerend. Voor een televisieprogramma, heb ik hem twee weken lang elke dag geïnterviewd.

Na zijn dood had ik al een geweldig begin voor een biografie. Daarbij had hij een autobiografisch boek geschreven, 'Levensboek'. Eerste zin: 'Ik ben begonnen als couveusekindje.' Toen zijn moeder hem uiteindelijk na vier weken zag, zei ze: dat is mijn kind helemaal niet. Dat ben ik gaan uitzoeken. Toen bleek dat hij thuis geboren is, niet in het ziekenhuis. En hij is op de dag van zijn geboorte gedoopt, nou, ik neem niet aan dat ze met couveuse en al de kerk in zijn gereden. Dat verhaal klopte niet.

Dus als de eerste zin van zijn autobiografie al niet waar was, dan moest ik wel heel voorzichtig zijn. Ik kwam erachter dat zijn moeder totaal geen interesse voor hem had, alleen maar omging met zijn oudste broer Fons, journalist en intellectueel, terwijl Toon leuke fratsen zat te maken aan tafel. Ze heeft tot het eind van haar leven gewacht voor ze een keer naar hem ging kijken in het theater.

Tekst loopt door onder afbeelding.

Toon Hermans

Is in 1999 uitgeroepen tot ‘Artiest van de Eeuw’. Vanaf zijn eerste onemanshow in 1955 - hij was toen bijna veertig - heeft hij er zo’n zestien gemaakt. Een bekende uitspraak van hem is: ‘De doorsnee cabaretist is te veel wijsneus en te weinig feestneus’. Toon zag zichzelf als volkskomiek. Hij heeft vele legendarische conferences - ‘Doif is toot’, ‘Snieklaas’, ‘Society’ (‘Leg neer die bal!’) - en liedjes - ‘Ballonnetje’, ’24 rozen’, ‘Mediterranée’ - op zijn naam staan. Hermans wordt gerekend tot de Grote Drie van het Nederlandse cabaret, samen met Wim Sonneveld en Wim Kan. Hij overleed in 2000 aan hartproblemen. Meer info: www.toonhermans.nl

Toon HermansBeeld anp

"Ik kwam er ook achter dat ik eigenlijk over drie personen moest schrijven: de kleine Teun, een bang jongetje uit Sittard dat in armoe opgroeide en droomde van een beter leven, van licht en vrolijkheid. Die poepeschijterd heeft altijd in hem verborgen gezeten en stak soms weer de kop op. De tweede figuur is Toon, de privépersoon als het ware. De man die hij thuis was en de baas van zijn personeel.

Ik vroeg hem een keer: waarom geef je die mensen nooit een complimentje? 'Dat ze voor mij werken is het grootste compliment', zei hij dan. Hij was heel streng voor zichzelf en niet altijd aardig. Iedereen is in vreugde aangenomen, velen zijn op een rare manier weggegaan en naderhand praat iedereen er toch over alsof het de mooiste tijd van zijn leven was. Met Toon omgaan grensde aan verliefdheid.

"De derde persoon die ik beschreven heb, is Toon Hermans, de toneelfiguur. Een acteur die één rol speelt, maar die rol groeit mettertijd. Het begint met een uitgelaten spring-in-'t-veld op het toneel en eindigt met een vermoeide crooner die over het leven, de liefde en het verdriet zingt. Hij was een enorm sterke waarnemer. En hij had een zeldzame eigenschap: synesthesie. Dat is verwarring van de zintuigen. Hij hoorde bijvoorbeeld noten als kleuren.

"Toon Hermans was een genie. Hij deed in Nederland iets wat nog niemand gedaan had. Hij is zijn eigen weg gegaan en heeft onmetelijk veel mensen laten lachen. Hij heeft heel goede liedjes geschreven, en versjes en beschouwingen waar velen tot op hun sterfbed plezier van hebben gehad. Wie kan dat evenaren?"

Theatershow

Vanavond is in Theater Carré in Amsterdam een hommage aan Toon Hermans, met medewerking van onder meer Freek de Jonge, Wende, Hadewych en Paul van Vliet. Die avond wordt tevens voor de vijfde keer de Toon Hermans Award uitgereikt. Meer info: www.carre.nl (wachtlijst).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden