Theu Boermans: ‘Taal kan ook emotie opwekken. Soms hoor ik een zin die bij mij echt de ramen openzet.’

De zintuigen vanTheu Boermans

Toneelregisseur Theu Boermans: ‘Echt toneel is heel katholiek: we doen net alsof en jij gelooft dat’

Theu Boermans: ‘Taal kan ook emotie opwekken. Soms hoor ik een zin die bij mij echt de ramen openzet.’Beeld Patrick Post

Kijken, voelen, horen, proeven, ruiken en intuïtie: onze zintuigen maken wie we zijn. Deze week: theater- en filmregisseur Theu Boermans die afscheid neemt als artistiek directeur en huisregisseur van het Nationale Theater in Den Haag. Hij doet dat met OustFaust. ‘Liefst ben ik de hele dag in het repetitielokaal.’

Andrea Bosman

VOELEN - Ik hoef niet terug naar mijn roots

‘Dat de première van de OustFaust in Limburg zou zijn is, dateert uit de tijd dat we als Nationale Theater niet alleen maar in de Randstad, in Den Haag wilden spelen. Toen zijn we met Heerlen een samenwerking begonnen, dat heeft met het Parkstadtheater een fantastische schouwburg met een bevlogen directeur. Nee, het heeft niets met mijn Limburgse wortels te maken. Bovendien kom ik uit Venlo en niet uit Heerlen, en dat is een groot verschil, haha. Ik ben misschien wereldberoemd in Venlo, maar niet in Heerlen.

Ondanks dat ik die wortels wel voel heb ik nooit gedacht: ik ga terug. Ik ben heel veel terug geweest vanaf eind jaren tachtig, in de tijd dat ik met de Trust en Theatercompagnie bezig was. Mijn vader schreef stukken, en daar heb ik mijn eerste regiestappen gezet. Dat waren groots opgezette, een beetje revue-achtige voorstellingen.

Voor de oorlog had je in Venlo een bekend revue­gezelschap waar mijn vader bij speelde, na de oorlog is dat nooit meer opgebouwd. Na zijn pensioen is hij zelf gaan schrijven. Er werd altijd veel gespeeld in die regio, amateurtoneel, passiespelen natuurlijk, echt die katholieke traditie. Over de grens in Duitsland zie je dat ook veel, dat zit echt diep in het Rijnland verankerd. Mijn vader heeft dat nieuw leven ingeblazen en ik ging dat ­regisseren. Elke maandag ging ik naar Limburg, Ik heb met hem vier voorstellingen gemaakt in een tijdspanne van twaalf jaar.

Daarna werden mijn ouders beiden ziek, en hebben mijn broers en zussen en ik gemantelzorgd en was ik eigenlijk elk weekend in Limburg. Maar sinds mijn moeder overleed, is dat niet meer.

Ik ken de neiging van Limburgers om terug keren. Maar ik heb dat niet zo.”

ZIEN - We leven in een kijk- en emotiecultuur

“Met de Trust heb ik voor het Holland Festival in de jaren negentig een rabiate Faust-bewerking gemaakt met tekst van Gustav Ernst, ingegeven door de enorme machteloosheid die ik voelde tijdens de Balkanoorlog. Een nogal woedende voorstelling. Dus ja, ik ken het materiaal goed. Ik ben een Goethe-adept, Faust is echt een taaldrama, meer een stuk om te lezen. Dat is lastig vandaag de dag, we zitten toch in een kijk- en emotiecultuur. Het luisteren en het denken op toneel, wat voor mij heel belangrijk is, dat ligt moeilijk, dat heeft geen prioriteit.

Toen we hier spraken over Faust kwam de naam van Tom Lanoye op, hij kende Faust niet echt. Pas toen hij het origineel las, en niet de vertaling, was hij meteen verkocht, omdat hij daar, in dat Duits, zo door Goethe werd meegetrokken. Dat heeft hij fantastisch gedaan, fabuleus.

Faust laat zich heel goed naar de actualiteit omzetten. Goethe schreef het op het breukvlak van de Verlichting: hoe moet dat ineens, leven zónder God maar mét goed en kwaad? Bij Tom is Faust ook een vermoeide wetenschapper. In een laboratorium is hij bezig met het ontwikkelen van een medicijn, hij wil het lijden en de ziektes van de mensheid oplossen, en probeert een alternatieve levensvorm uit te vinden die verlost is van dood en lijden en van al die problemen die de mensen kwellen.

Ondertussen duikt een op covid lijkend virus op en helpt hij aan de bedden, maar veel mensen sterven in zijn armen. Faust wordt zo dubbel geconfronteerd met zijn levenswerk, namelijk het goede te doen en het lijden op te lossen, en niets daarvan lukt. Hij ontdekt dat zijn assistent (voor de grap noemt Lanoye hem Strauss in plaats van Wagner, red.) zijn lab misbruikt om synthetische drugs te maken. Daar wil Faust dan in mee, hij wil ook dat hedonisme in. En zo verkoopt hij zijn ziel aan de duivel, Mephisto – die bij Tom ‘Mafisto’ heet. Faust ontmoet ook een ‘Gretchen’, een meisje uit de lagere sociale klasse waar hij verliefd op wordt, dat van alles heeft meegemaakt maar des te vaster in God gelooft. Faust is God kwijt, hij heeft alleen maar het denken en hij krijgt het niet opgelost.

Ik heb het dan wel over ‘hij’ want ik heb Faust van Goethe in mijn hoofd, maar hier is de rol geschreven voor Romana Vrede en dus is Faust óók een vrouw. Maar ook weer niet specifiek een vrouw, het maakt niet zoveel uit: het gaat over het denken, en over de zin van het bestaan, dus dat is niet specifiek mannelijk of vrouwelijk.”

Acteur, toneel- en filmregisseur Theu Boermans (Willemstad, 1950) is de zoon van liedjesschrijver Frans Boermans. Hij groeide op in Venlo, deed de toneelacademie in Maastricht en ­acteerde onder meer bij het Zuidelijk Toneel Globe en in speelfilms.

Eind jaren tachtig richtte hij de Trust op, later werd dat de Theatercompagnie. Ze maakten heftig modern theater, maar ook Tsjechov- en Shakespearebewerkingen. Boermans regisseerde ook films en tv-series (De Partizanen). Tot 2017 was hij artistiek directeur van het Nationale Theater. Ook regisseerde hij producties als de musical Soldaat van Oranje, en Anne.

De OustFaust gaat op 5 maart in Heerlen in première. 13 maart wordt Boermans geïnterviewd in het Internationaal Theater Amsterdam.

Zie hnt.nl/oustfaust en ita.nl (interview).

HOREN - Ik hoor of een acteur weet en denkt wat-ie zegt

“Ik maak bewust onderscheid tussen theater en toneel. Theater zie ik als een verzamelbegrip voor alles wat in een theater kan gebeuren, er is geen land dat zoveel getalenteerde theatermakers heeft als het onze. Maar als ik stukken regisseer, heb ik het liever over toneel. ­Toneel gaat voor mij over taal, zoals dans gaat over beweging en opera over zang. Het gaat om de juiste balans tussen een emotionele, visuele en intellectuele ervaring. Taal kan trouwens ook emotie opwekken, want als ik een zin hoor die bij mij echt ramen openzet, dan denk ik: mijn God! Dan is taal als muziek – als de woorden overeind komen en beelden genereren, die door hun klank bij het publiek betekenis krijgen. Het visuele en emotionele is ook belangrijk hoor, maar bij een toneeltekst is alles dienstbaar aan de taal. Ik maak natuurlijk ook films, en daar zit ik meer op het visuele en de emotie, en zijn de dialogen juist minimaal, maar bij toneel heb ik een voorkeur voor talige stukken.

Zoals een dirigent bij een componist hoor ik bij het regisseren wat een schrijver gehoord moet hebben op het moment dat hij een stuk schreef: je hebt het bestudeerd, je zoekt de kern van het ding, hoe verhoudt zich dat tot andere zinnen, hoe komt dat hele zaakje tot klank, hoe komt die harmonie tot stand? Ik hóór het. Zoals een dirigent hoort of een toon vals is of zuiver hoor ik of een acteur weet wat-ie zegt, of beter nog: of hij dénkt wat hij zegt.”

INTUÏTIE - Iets makkelijk laten klinken doe je niet op intuïtie

“De meeste acteurs met wie ik werk, weten dat ze heel hard aan de bak moeten, om dát onder de knie te krijgen. Het is echt heel hard werken om dat geconcentreerd te blijven doen en het makkelijk te laten klinken. Dat heeft weinig met intuïtie te maken. Veel denkwerk, oefening en heel veel discipline om het punt te bereiken dat de voorstelling gaat vliegen en jij niet het stuk speelt, maar het stuk jou.

Maar het individualisme van de laatste decennia viert ook binnen het acteren hoogtij. Ik bedoel: tachtig procent van wat tegenwoordig toneel heet, is eigenlijk stand-up. In de theaters staan veel acteurs direct tegen het publiek te praten. Er zit geen laag meer tussen, ze gaan door de zogenoemde ‘vierde wand’, de illusie wil werkelijkheid zijn. De mensen meenemen in de verbeelding, dat gebeurt veel minder.

Dat wij zoveel stand-up hebben, heeft met onze cultuur te maken, met het calvinisme, met een domineescultuur: door die vierde wand de zaal de les lezen. Terwijl toneel van oorsprong katholieker is: we doen net alsof, en jij gelooft dat en ik trek jou daar in. Er is geen land met zoveel stand-up en kleinkunst als Nederland, en er is ook geen land waar dat zo sterk het toneel ingekropen is. En dat we niet, zoals Duitsland en Engeland, over een nationale toneelbibliotheek beschikken die steeds gespeeld moet worden, ontslaat acteurs ook van het onder de knie krijgen van die moeilijke technieken.

Toen ik van de academie kwam was tachtig procent van wat er in de schouwburg te zien was toneel. Ik herinner me nog dat Freek de Jonge ooit klaagde dat hij de goede avonden niet kreeg. Nu is dat totaal omgekeerd. Nu is het toneel het sluitstuk.”

'Natuurlijk zijn we een armoedig cultuurland, we zijn een protestantse koopmansnatie.' Beeld Patrick Post
'Natuurlijk zijn we een armoedig cultuurland, we zijn een protestantse koopmansnatie.'Beeld Patrick Post

RUIKEN - Geef mij maar de geur van het repetitielokaal

“Natuurlijk zijn we een armoedig cultuurland, we zijn een protestantse koopmansnatie, dus kunst en ­cultuur, die Verlichting heeft weinig waarde. Mijn Oostenrijkse decorontwerper zei eens: ‘Jullie lijken zo liberaal, maar eigenlijk you don’t give a fuck’. Dus het is ­helemaal niet zo liberaal, het is eerder een soort leegte.

Daarom vertrekken veel mensen ook naar het buitenland om hun carrière voor te zetten, omdat je daar in een bedding terechtkomt die je hier mist. Ik ben in Nederland gebleven ja. Omdat ik drie kinderen heb en deeltijdvader was, dus nee, ik kon geen intendant in Duitsland worden. Ik had er ook niet zo’n behoefte aan. Het klinkt misschien raar, maar ik ben niet zo gericht op zo’n carrière. Ik kan hier, op eigen voorwaarde, genoeg interessante dingen doen. Geef mij maar de sfeer en de geur van het repetitielokaal, daar ben ik gewoon het liefst de hele dag met mensen aan het werk, ik heb niet zoveel met al het gedoe eromheen.

In dat repetitielokaal kan ik gewoon bezig zijn met de dingen die mij in het dagelijks leven ook bezighouden en kwellen, hoe moet dit leven? Dat zijn ontdekkingsreizen als je zo’n stuk doet, samen met de acteurs.

Repeteren is het belangrijkst ja, ik sta er ook om ­bekend dat ik daarna weinig meer ga kijken. Ik heb bijna nooit een première van mezelf gezien, omdat ik het ­vanaf dat moment aan de acteurs overgeef. Het is geen desinteresse, maar de voorstelling is van hen in interactie met het publiek. En ik ben dan meestal alweer met iets anders bezig. Naar de laatste voorstelling ga ik wel, dat is dan het afscheid, maar als ik steeds zou gaan kijken denk ik weer: oh, dat moet anders, of, dit is niet goed.

Ik weet nog niet precies wat ik hier in Den Haag nog ga doen, ik neem nu vooral afscheid als artistiek directeur. Ik heb het nodige aan projecten staan, ook films. Met regisseren kan ik een beetje aan cherrypicking gaan doen. Maar de verantwoordelijkheid om zo’n gezelschap aan de gang te houden, die is voorbij. Ik zat meestentijds in vergaderingen. Dat hoeft niet meer en dat geeft vrijheid. En nu de kinderen het huis uit zijn – de jongsten van 22 en 23 zijn net verhuisd, naar Londen en Amsterdam – kan ik ook weer wat verder uitwaaieren.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden