Interview DeWolff

Toeren, drinken en ook nog een album opnemen met bluesrockband DeWolff

Bluesrockband DeWolff. Pablo van de Poel (links): ‘We waren of super moe of brak als we nummers maakten.’ Beeld Satellite June

Bluesrockband DeWolff nam tijdens een Europese toer een nieuwe plaat op. In de bus, langs de snelweg en in smerige kleedkamers. ‘Ik ging op de wc zitten met mijn gitaar.’

In een donkerblauwe wagen die over de Duitse snelwegen raast, klinkt onophoudelijk een oorverdovend kabaal. Bluesrockband DeWolff heeft zijn toerbus vermomd als opnamestudio. Tijdens een jam krijgen de muzikanten inspiratie voor een nieuw nummer. Probleem is: ze hebben nog slechts twintig minuten om een demo op te nemen. De eindbestemming, een poppodium in de Duitse stad Nürnberg, is al in zicht.

Snel plugt zanger en gitarist Pablo van de Poel zijn gitaar in een 4-track cassetterecorder van Tascam. Onder de autostoelen liggen de speakers. Toetsenist Robin Piso zit met een pocketsynthesizer op schoot. Drummer Luka van de Poel wekt met een sampler drumfragmenten van oude, obscure soulplaten tot leven.

Boven het geluid uit schreeuwen ze elkaar de akkoorden toe: “A-mineur! G! Oké, en nu? Ja, E-mineur!” Als hun roadie de bus de parkeerplaats opstuurt, staat het liedje van 3.24 minuten erop. Het resultaat is de aanstekelijke en soulvolle single ‘It Ain’t Easy’ van hun zevende album ‘Tascam Tapes’ dat DeWolff vandaag uitbrengt.

Cassetterecorder uit de jaren tachtig

Van de Poel wilde niet wéér gewoon een plaat uitbrengen in hun eigen studio, vertelt hij in zijn woonkamer in het centrum van Utrecht. Want: “What’s new?” Al langer speelde de frontman met de gedachte om iets te doen met zijn cassetterecorder uit de jaren tachtig. “Ik dacht: wat nou als we daarmee op hele rare plekken gaan opnemen? Laten we tijdens onze toer een nieuwe plaat maken!”

En dus troonde de 28-jarige muzikant de recorder en een stapel cassettebandjes mee de bus in, maar ook naar kleedkamers van poppodia, kriskras door Nederland, België, Duitsland, Frankrijk en Spanje, tussen de optredens door van een toer van vier maanden.

“Dit album is helemaal opgenomen in extra tijd. Op momenten waarop we anders lagen te slapen of te lezen, of dronken waren of domme dingen deden. In Madrid bijvoorbeeld zaten we te wachten in een smerige, volledig met stickers beplakte backstage. Het was er veel te klein om op te nemen.” De oplossing? “Ik ging op de wc zitten met mijn gitaar.”

“We waren of supermoe of brak als we nummers maakten. En dat sijpelt natuurlijk wel door in de teksten.” Van de Poel zingt over ‘Mr. Hangover Man’. Over voedselvergiftiging (“It’s comin’ out both ends”). Op ‘Made It To 27’ vertelt hij over zijn zelfdestructieve eis om altijd maar harder te werken, beter te spelen en te schrijven: “I made it to 27 and I’ll be 100 by the end of the year.”

Soulvoller dan ooit

Voor zijn perfectionisme hadden ze op reis natuurlijk geen tijd. Gevolg is dat DeWolff pakkender en soulvoller dan ooit klinkt. Soms met nummers die nauwelijks de twee minuten aantikken. En dat is bijzonder voor een band die jarenlang psychedelische rockopera’s schreef vol ‘bizarre’ akkoordenprogressies, ritmewisselingen­­ en solo’s. Nummers waar ze dagenlang aan sleutelden, met moeilijke fratsen op analoge opnameapparatuur.

“Als ik nu ons vierde album terugluister, vind ik het niet mooi. Nee, het is heel vreemd. Vergezocht, dat is het woord. ‘DeWolff IV’ staat super ver af van wat bijvoorbeeld nu opstaat.” Hij kijkt naar zijn platenspeler, waarop hij zojuist een elpee heeft gelegd van Theo Law­rence, een Franse countryzanger. “Je hoort drie akkoorden en… een goed liedje!”

Voor Van de Poel, afgestudeerd aan het conservatorium, was een eenvoudig liedje nooit goed genoeg. “Ik denk dat dat ook met onzekerheid te maken had. Jezelf verschuilen achter complexiteit. Ik ben er nu mee bezig om dat los te laten.”

V.l.n.r. Luka van de Poel, Robin Piso en Pablo van de Poel. Beeld Satellite June

Vluchtig opgenomen

Voor het eerst in het twaalfjarig bestaan wordt de van oorsprong Limburgse band regelmatig op de radio gedraaid. En laat nu net dat vluchtig opgenomen nummer ‘It Ain’t Easy’ de voltreffer zijn.

“Onze gitaartechnicus Marty zei toen we ‘It Ain’t Easy’ inspeelden: ‘Guys, als dit geen hit wordt, dan amputeer ik mijn linkerarm. Als iemand dat zegt, denk ik altijd: het zal wel, we bestaan al twaalf jaar, en het gebeurt toch nooit. Maar nu hoeft Marty dat niet te doen, dat is wel chill.”

“Dat het juist ‘It Ain’t Easy’ moest zijn, vind ik echt fucking funny. Dat bewijst voor mij ook weer dat je zoiets niet kunt forceren. En: des te simpeler het nummer, des te beter voor de radio. Dit is ons simpelste nummer ooit.” Hij grijnst. “Het is super easy.”

Natúúrlijk zal DeWolff ook uitgesponnen nummers blijven maken, maar de Tascam Tapes zijn een zegen geweest. “We hebben hier veel van geleerd. We kunnen vertrouwen op onze creativiteit. Nee, we hoeven ons niet meer te verschuilen.”

Lees ook:

Mozes and the Firstborn stopt: ‘Een laagconjunctuur voor de rockmuziek’

De succesvolle rockband Mozes and the Firstborn is na negen jaar gestopt. In een dampende Eindhovense zweethut gaven ze hun afscheidsconcert. ‘De golf van garagerock is een beetje gaan liggen.’

In Nashville zoeken de Dawn Brothers het beloofde land

Doorbreken in de Verenigde Staten: welke band wil dat niet? De Dawn Brothers beproefden in Nashville voor het eerst hun geluk in Amerika. Trouw reisde met ze mee. Ze blijven er Rotterdams-nuchter onder. ‘Joh, hebben ze hier allemaal kapsones dan?’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden