Tentoonstelling

Toen een fototoestel nog een bezienswaardigheid was

Groepsportret, door J.J.M. Guy de Coral gemaakt met de zelfontspanner, 18 September 1887. Beeld ANWB Historisch Archief, Den Haag.

Bijna iedereen heeft nu een camera op z’n telefoon. Maar eind negentiende eeuw was een fototoestel nog een zeldzaamheid. In het Rijksmuseum in Amsterdam is nu te zien hoe de camera langzaam maar zeker gemeengoed werd.

 Er loopt een heer langs de gracht. Hij gaat ons snel voorbij, we zien hem van de zijkant: zijn hoge hoed glimt in de zon, de wandelstok zwiept naar voren, parallel aan zijn uitgestoken been. Het is een zonnige winterdag, met scherpe schaduwen. Als er niet zoveel zwaarbeladen vrachtschepen in het water lagen, had de foto net zo goed gisteren gemaakt kunnen zijn met een smartphone.

De foto is gemaakt in 1891. In die tijd was de scherpte van zo’n bewegende figuur op een foto uitzonderlijk. De twintigjarige Johanna Marghareta Piek zat achter het fototoestel in haar ouderlijk huis aan de Amsterdamse ­Herengracht. De Pieken waren dol op hun camera, ze namen hem mee op hun buitenlandse reizen naar Florence, ­Venetië en Warnemünde. Ook fotografeerden ze het staatsbezoek van de Duitse keizer Wilhelm II aan Amsterdam. Ze plakten de afdrukken in een ­album, zetten er data en plaatsnamen bij, deden er dus moeite voor.

Toch belandde het album op de rommelmarkt. In 1971 kocht een verzamelaar het voor een paar dubbeltjes, nu ligt het in het Rijksmuseum. 

Want aan de eerste Nederlandse amateurfoto’s, uit de periode 1880 tot 1940, is daar vanaf vrijdag een kleine tentoonstelling gewijd. Mattie Boom, conservator fotografie, promoveerde in 2017 op een onderzoek naar vroege amateurfotografen en hun foto’s. De eerste jaren na de introductie van de ­fotografie in 1839 was de techniek nog te ingewikkeld en gevaarlijk voor de leek, fotografen waren dus vrijwel altijd professionals. Vijftig jaar later kon in principe iedereen fotograferen.

Aan boord, Warnemünde’, circa 1892, gemaakt door Willem Frederik Piek junior. Beeld Rijksmuseum

Op die foto’s staan dingen die zo gewoon en herkenbaar waren, dat historici ze lang over het hoofd zagen. Mensen fotografeerden thuis en op reis pittoreske straatjes en mooie uitzichten, kerken en bezienswaardigheden en willekeurige straatscènes, zoals die langs de gracht. Bovenal fotografeerden ze ­elkaar. Soms in formele poses, maar liever een beetje lollig, met alle vrienden in dezelfde houding of van bovenaf met de hoofden bij elkaar. En vooral de familie in alle levensfasen: baby’s in de wieg, opgroeiende kinderen aan het strand, geliefden en huwelijksfeesten, grootouders zwijgend naast elkaar, soms met een kleinkind erbij.

Fotografenverenigingen

Het lastige van foto’s is dat je meekijkt met de fotograaf, die je dus zelden ziet; al waren er genoeg die zichzelf met enig kunst- en vliegwerk toch in beeld kregen. Toch is het Boom, mede dankzij de grote collectie foto’s en albums van het Rijksmuseum, gelukt een beeld te krijgen van die eerste fanatieke amateurfotografen en hun werkwijze. 

Ze kwamen vanaf 1887 samen in ­fotografenverenigingen: meestal jonge mannen, soms nog geen twintig jaar oud, van goede afkomst: bankiers, notarissen, fabrikanten. Samen fotograferen was de nieuwe hobby van de jeugd, zoiets als wielrennen nu. Hard fietsen deden de mannen in 1890 trouwens ook. Ze combineerden fietstochten zelfs met fotosessies, of fotografeerden fietsraces van dichtbij. Een van de allereerste Nederlandse tijdschriften waarin een foto te zien was, was De Kampioen van de ANWB. 

Die foto’s konden nog niet op Instagram of Facebook worden geplaatst, dus kwamen er tentoonstellingen. En ook toen zat aan dat delen een prijskaartje. Veel tentoonstellingen werden georganiseerd door handelaren in fotobenodigdheden. De mensen die zich een fototoestel konden veroorloven, voelden zich vaak verplicht om het nieuwste van het nieuwste aan te schaffen. De technische ontwikkelingen gingen razendsnel, net als nu.

Nieuwe beeldtaal

Toch was de wereld van de amateurfotografie niet alleen maar commercieel. Er ontstond ook een nieuwe beeldtaal. Een kunstenaar als de schilder Willem Witsen portretteerde collega-kunstenaars van dichtbij, schilder George Hendrik Breitner maakte snapshots van voorbijgangers op straat. Niet eerder was het mogelijk om zo snel en willekeurig het dagelijkse leven vast te ­leggen. 

De foto’s die de meer conservatieve hobbyfotografen maakten, leken vaak op de romantische landschapsschilderijen en portretten, die de burgerij zelf aan de muur had hangen. In 1908 was er een eerste fototentoonstelling in een museum; een primeur van het Stedelijk Museum Amsterdam. De 1200 foto’s kwamen van over de hele wereld, al trokken vooral de foto’s gemaakt door de jonge koningin Wilhelmina veel aandacht.

Anonieme fotograaf, familie Enthoven op Normandisch strand, 1900. Beeld Rijksmuseum

Ook nu zijn in Amsterdam foto’s te zien van die 23-jarige Oranje, die ze in 1903 maakte en tijdens een bezoek aan Spakenburg in een album geplakt. Mensen in klederdracht die vast verbaasd waren dat de jonge koningin zo’n modern apparaat kon bedienen. Het maken van albums werd een kunst op zich, die sommige amateurs erg serieus namen. Journalist Eva Pennink-Boelen (1911-2008) knipte bijvoorbeeld teksten uit tijdschriften en kranten, die haar persoonlijke foto’s een meer al­gemene boodschap lijken te geven. ‘Wanted: more babies’ bij een pagina vol babyfoto’s bijvoorbeeld, of ‘Wat 1940 ons bracht’.

De stap naar de tegenwoordige tijd is nog maar klein: ook nu proberen we op sociale media onze kiekjes te vergezellen van teksten, die het plaatje interessanter maken, ons leven nog meer allure geven. Het grootste verschil zit hem niet in wát we fotograferen, maar in de hoeveelheid foto’s, en de manier waarop we die foto’s bewaren. Niet in een album, maar op een harde schijf die vrijwel zeker onleesbaar is over twintig jaar. Een persoonlijke selectie voor de buitenwereld zetten we op meerdere online platforms. Mattie Boom verzucht bij de boekpresentatie blij te zijn dat ze nú conservator fotografie is en niet over honderd jaar.

#Filmisnotdead

Het ouderwetse filmrolletje is nog niet verdwenen, blijkt op Instagram. Analoge fotografen laten hun film ontwikkelen en meteen scannen bij de fotowinkel. Vervolgens zetten ze hun foto’s online met hastags als #filmphotography (13,5 miljoen posts) of #filmisnotdead (10 miljoen posts). Die laatste hashtag gebruikt freelance fotograaf Sanne Glasbergen (740 volgers) ook consequent. Ze studeerde in 2016 af aan de kunstacademie in Den Haag en werkt voor Britse en Nederlandse life­style- en modetijdschriften. Toen ze vier jaar geleden stage liep bij een nieuw fotolab in Londen, zag ze veel jongeren hun films afleveren. Ze kiest zelf voor film, zodra er genoeg tijd voor is. De fotorolletjes laat ze ontwikkelen, al het andere, ook het inscannen, doet ze zelf. “Daarmee begint het bewerken al. Ik bepaal zelf de belichting en contrast en verwijder digitaal stof en krassen.” Daar heb je geen last van bij een digitale foto, dus waarom kiest ze dan voor film? “Schieten op film is kostbaar, je fotografeert minder willekeurig, het helpt me beter te kijken. Ook vind ik het mooier. Ik hou niet van het haarscherpe, dat digitale beelden soms hebben. Hoe goed de beeldbewerkingssoftware ook is, die analoge ruis maken ze niet. En juist daar ben ik verliefd op.”

Iedereen fotografeert, van 15 februari tot 10 juni in het Rijksmuseum, Amsterdam.

Everyone a Photographer, The Rise of Amateur Photography in the Netherlands 1880-1940
Mattie Boom
€ 39,95

Lees ook:

De begrafenis van Robert Kennedy, de trein en de omstanders

Een trein met aan boord het lichaam van de vermoorde senator Robert F. Kennedy reed in juni 1968 van New York naar Washington. Duizenden mensen stonden langs de kant. Kunstenaar Rein Jelle Terpstra (1960) verzamelde de foto’s en films die de toeschouwers maakten, en toont die in Rotterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden