Review

Toekomstig chef-dirigent van Rotterdams Philharmonisch Orkest overrompelt in Brussel

SWR-Sinfonieorchester Baden-Baden und Freiburg olv Yannick Nézet-Séguin mmv Martha Argerich (piano), Renaud Capuçon (viool) en Gautier Capuçon (cello) op 16/12 in Paleis voor Schone Kunsten, Brussel.

Yannick Nézet-Séguin. De onbekende naam van de Canadese, 31-jarige dirigent werd vorige week breed uitgemeten in de landelijke pers. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest benoemde hem, met unanieme voorkeur van de musici, tot chef-dirigent. Vanaf september 2008 zal Nézet-Séguin het stokje overnemen van Valery Gergjev. Wie niet wilde wachten tot 8 november 2007, de datum van zijn eerstkomende optreden in Rotterdam, kon afgelopen zaterdag al in Brussel terecht, waar hij aan de overrompelde Belgische concertbezoekers ovationeel en langdurige ritmisch applaus ontlokte.

Nézet-Séguin bezocht met het SWR-Sinfonieorchester Baden-Baden und Freiburg het Paleis voor Schone Kunsten in de serie ’Wereldorkesten’. In die serie van acht concerten staat de naam van Nézet-Séguin naast die van Kurt Masur, John Eliot Gardiner, Christian Thielemann, Daniel Barenboim, Joeri Temirkanov en Roger Norrington. Da’s voorwaar een illuster rijtje waar de kleine Canadees zich eventjes tussen wrong. Het prima spelende orkest uit Baden-Baden werd opgericht in 1946 en had als chef-dirigenten Hans Rosbaud, Ernest Bour, Michael Gielen en Sylvain Cambreling. Het is het zoveelste gerenommeerde Europese orkest dat opgewonden raakt van Nézet-Séguin en dat is niet verwonderlijk.

Al direct in het eerste stuk op het programma – Tsjaikovski’s ’Francesca da Rimini’-fantasie – kreeg Nézet-Séguin orkest en publiek op de punt van de stoel. Met in zijn rug de argus-ogen van Jan Raes (algemeen directeur Rotterdams Philharmonisch Orkest) en Sylvia Tóth (voorzitter Raad van Toezicht) kwam de dirigent tot een spetterende vertolking.

In Nézet-Séguins opmerkelijk kleine gestalte was een elektriserende hoeveelheid energie samengebald die zich via zijn expressieve armen en handen ontlaadde. Zijn linkerhand was daarbij even belangrijk als de rechter en met allebei boetseerde hij als het ware het schitterende Tsjaikovski-liefdesthema uit het orkest omhoog. Een priemende linkervinger is een ander belangrijk kenmerk van Nézet-Séguins dirigeerkunst en zelden een dirigent gezien die zo gretig en onstuimig met zijn musici communiceert. Dat hij Tsjaikovski uit het hoofd dirigeerde speelde daarbij een belangrijke rol.

Voor Beethovens Tripelconcert bracht Nézet-Séguin de partituur wel mee naar zijn lessenaar, maar dat deed pianiste Martha Argerich ook. De grote Argerich was er trouwens bij toen Nézet-Séguin in 2005 zijn debuut maakte in Rotterdam. Ook daar werd Beethovens concert voor piano, viool en cello gespeeld, toen met Ida Haendel en Steven Isserlis. Argerich, vaker onder de indruk van jonge musici, was kennelijk zo geporteerd van de Canadees dat ze hem mee naar Baden-Baden nam. Daar introduceerde ze ook de door haar eerder ontdekte broertjes Capuçon. Renaud (viool) en Gautier (cello) zijn nog jonger dan Nézet-Séguin, maar wat een muzikaliteit schuilt er in deze jongens. Vooral Gautier Capuçon bleek een fenomeen op zijn cello. Het werd een Beethoven om in te lijsten.

Rachmaninovs ’Symfonische dansen’ besloten de avond even zinderend als die begonnen was. Ik geloof dat ze in Rotterdam een gouden greep hebben gedaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden