Tim Parks

InterviewTim Parks

Tim Parks: ‘Mijn held is altijd slechter dan ik’

Tim Parks Beeld Getty Images

Tim Parks put in zijn romans rijkelijk uit het eigen leven. ‘Gezinsleden schatten elkaar verkeerd in; dat maakt schrijven over familie zo opwindend.’

‘Heerlijk om zo over boeken te praten” zegt de Engelse schrijver Tim Parks, ontspannen achteroverleunend op zijn keukenstoel, met een brede lach de armen wijd in de lucht. Even gretig over andermans boeken als over zijn eigen boeken blijkt, op deze mistige middag in Milaan in het appartement waar de schrijver sinds enkele jaren woont met zijn vriendin. Keukentafel met tafelkleed, geen boekenkast, alleen een formica draairekje waar de romans en studies van de schrijver zelf in staan.

Je hoeft maar in een bijzin een titel te noemen, of Parks heeft meteen een anekdote paraat, dan wel een oordeel. “‘Madame Bovary’? Ik haat dat boek, ziek is het. Gustave Flaubert was doodsbenauwd voor relaties. Don’t get involved, is zijn boodschap. Gooi je je wel ergens in, dan loopt het slecht met je af.”

Over hoe de schrijver – zijn familiegeschiedenis, zijn preoccupaties, zijn persoonlijkheid – aanwezig is in zijn romans, en wat dat doet met de lezer, schreef Parks ‘De roman als overlevingsstrategie’. Sinds de verschijning van die studie twee jaar geleden heeft hij alweer een roman (het ook in Nederland verschenen ‘In extremis’) en talloze essays geschreven, maar hij keert met genoegen terug naar zijn favoriete onderwerp. “Eerlijk gezegd ben ik in de loop der jaren steeds meer geïnteresseerd geraakt in de schrijver ín het boek, meer dan in het boek zelf. Zo gauw ik een roman goed vind, wil ik ook alles over de auteur weten.”

Ontmoeting met de schrijver

Fris in zijn studie is die onbekommerde interesse in de persoonlijke geschiedenis van de schrijvers om hun romans beter te kunnen begrijpen – iets wat lang taboe was in de ­literatuurkritiek. Fris is bovendien de manier waarop Parks ook de biografie van de lezer in zijn verhaal betrekt. Een ­roman lezen is als een echt mens ontmoeten, vindt hij: het kan klikken, maar ook stuklopen op ongemak en misverstand. Afkeer dan wel liefde voor het werk van een bepaalde auteur berust niet alleen op esthetische en morele oordelen, maar heeft van alles te maken met een bepaalde verwantschap in zienswijze en waardesysteem, aldus Parks.

In losse hoofdstukken tekent de schrijver de provocaties van D.H. Lawrence, een rebel in leven én in werk, de tragedie van gezinsman en moralist Charles Dickens wiens werk draait om ergens bijhoren, maar die zijn eigen vrouw na het baren van elf kinderen het huis uitzet, de levensangst van Thomas Hardy die zijn hoofdpersonen straft voor grensoverschrijdingen die hij in het echte leven niet aandurft.

Rusteloze mannen

In het smakelijkste hoofdstuk licht de schrijver op ­aandringen van zijn uitgever ook zijn eigen doopceel: hij verhaalt over zijn beklemmende jeugd als zoon van strenge anglicanen (vader was predikant) bij wie het gesprek thuis altijd om goed en kwaad draaide. “Goed was altruïsme, jezelf wegcijferen en daar dan te weinig van. Fout was zelfzucht, toegeeflijkheid en daar dan te veel van.” Parks is de jongste zoon die schippert tussen ouders, vrome zus en afvallige broer, en die vlucht in de boeken, op zoek naar de waarheid, eerst als lezer, later als schrijver.

Het levert een oeuvre op van geestige romans vol rusteloze mannen geplaagd door de drang om te ontsnappen en de schuldgevoelens daarover. Van zijn romandebuut ‘Tongues of Flame’ (1985), waarin hij in fictieve vorm vertelt over ietwat mesjogge ouders die, in de ban van de pinkstergemeente, in tongen spreken en hun rebellerende oudste zoon onderwerpen aan een duiveluitdrijving. Tot aan zijn laatste roman ‘In extremis’ (2017) waarin alter ego Thomas Saunders onderweg naar zijn stervende, strenggelovige moeder gekweld wordt door twijfels over zijn echtscheiding en het nieuwe geluk met zijn dertig jaar jongere vriendin. Ook dat is uit het leven gegrepen, weten we uit interviews met de auteur.

Uw moeder was niet blij toen u debuteerde als schrijver, schrijft u.

“Mijn moeder had het er zeker zwaar mee. Mijn agent had het manuscript van ‘Tongues of Flame’ per vergissing naar haar adres gestuurd en ik kreeg haar vervolgens aan de lijn in Italië, toen telefoneren nog erg duur was. Ze was een uur aan het huilen. ‘Je hebt me verraden’, zei ze. Ze wilde niet dat ik het boek zou publiceren, of alleen onder pseudoniem. Ik had zelf helemaal niet verwacht dat het uit zou komen. Ik had al vijf manuscripten in de la liggen waar ik geen uitgever voor kon vinden, dus ik had het boek in alle vrijheid in zes weken geschreven. Het verrassende was dat mijn zus juist heel enthousiast was over het boek, misschien wel vanwege die botsing met mijn moeder.

“Het was een hard besluit om het onder eigen naam te publiceren, maar ik zie de roman toch als een plaats waar je als schrijver vrij bent om de moeilijkste, intiemste kwesties te onderzoeken. En ik wilde schrijver zijn.” >>

‘In extremis’ gaat over de relatie met uw moeder. U schrijft over ‘de trieste vreemde intimiteit’ tussen moeder en zoon. Wat bedoelt u daarmee?

“Wat me altijd heeft beziggehouden aan ons gezin, is hoe we met elkaar vergroeid waren terwijl we eigenlijk volslagen vreemden zijn. Het opwindende aan iedere familie is juist dat samengaan van intimiteit en totaal onbegrip. Het ging me er in ‘In extremis’ ook om mijn moeders neiging aan te klagen om verschrikkelijke dingen niet te benoemen. Maar moeder en zoon houden elkaar ook gevangen in het zwijgen. Vandaar zijn verbazing als zijn zus hem vertelt dat zijn moeder haar zei dat ze zijn scheiding al lang had zien aankomen. Die dubbele laag, hoe gezinsleden elkaar altijd verkeerd inschatten, is juist wat het schrijven erover zo interessant maakt.”

Als je het pijnlijke niet wilt bespreken, is een schrijver in de familie wel een last, lijkt me.

“Zeker, maar mijn moeder heeft zich wel verzoend met mijn schrijverscarrière. Ze was trots, mijn boeken stonden in de kast in de kamer. Ze las ze allemaal en we bespraken ze in lange gesprekken. Ze was dol op mijn Italiëboeken, moeilijk had ze het alleen met het werk waarin de familie direct of indirect een onderwerp was. Mijn vrouw zei altijd dat ze mijn boeken niet las. Ik weet niet of dat waar is. We hadden allerlei problemen in ons huwelijk en een deel daarvan is ook in mijn boeken terechtgekomen. Mijn kinderen lezen mijn boeken niet, wat ik goed kan begrijpen. Als kind wil je niet door je ouders overschaduwd worden.”

In de Engelse pers werd geschreven dat ‘In extremis’ eigenlijk autofictie is.

“Wat dan nog? Alle schrijvers putten uit het eigen leven. Neem Tolstoj. Ik maak mijn hoofdpersonen altijd slechter dan ik zelf ben, hij maakte zijn helden altijd beter dan hij zelf was. Zijn broer stierf jong en in een van zijn romans verwerkte hij dat ziekbed: de held schuift aan het sterfbed aan. In werkelijkheid ging hij bij zijn broer op bezoek en vertrok direct weer omdat het hem niet zoveel kon schelen.

“Ik heb ‘In extremis’ als een roman geschreven. Veel erin is verzonnen, omdat ik het over de gestoorde relatie van de moeder tot het lichaam wilde hebben en de strijd die de held daarmee levert. De conferentie van fysiotherapeuten aan het begin, het gedoe met die anale massage, allemaal ten dienste van het thema.”

In ‘de roman als overlevingsstrategie’ gebruikt u de systeempsychologie om in het werk van schrijvers als Dickens en Joyce te speuren naar het familieverhaal, hun levensthema’s. Hoe kwam u daarbij?

“Ik raakte via mijn vrouw in de systeempsychologie geïnteresseerd toen ik in de twintig was. Zij had een schizofrene broer en in Italië was Gregory Bateson met zijn systeembenadering van de familie heel populair. Vervolgens ontmoette ik de psychologe Valeria Ugazio die ‘Tongues of Flame’ gelezen had. Ze vond het een typische roman over een obsessief-compulsieve familie en de jongste zoon die een bemiddelende positie tussen twee uitersten inneemt. Ik ging haar lezen en dat was nogal een openbaring. De systeempsychologie gaat ervan uit dat je persoonlijkheid gecreëerd wordt binnen een magnetisch veld van relaties. Patiënten worden uitgedaagd andere relaties aan te gaan dan de relaties die het probleem veroorzaken. Ugazio’s theorie over familiesystemen hielp me op een andere manier naar romans te kijken: als het speelveld voor een schrijver om wisselende posities uit te proberen.”

Tim Parks Beeld Getty Images

Waarom was er binnen de literatuurkritiek zolang zo’n weerzin om het leven van de auteur erbij te betrekken?

“Je moet zeker niet alleen in termen van het leven van de auteur over een boek praten. Het is ook niet zo dat schrijvers letterlijk hun leven weergeven in hun boeken – ze gebruiken hun creativiteit om hun leefwereld om te vormen. Maar in die terughoudendheid van vooral ­literatuurdocenten en -critici om over het leven van schrijvers na te denken, zit volgens mij ook iets fobisch, alsof ze bang zijn dat het echt om het leven gaat, alsof ze niet betrokken willen raken bij dat leven.

“Er schuilt ook een verlangen in om een speciale elite te creëren; van de literatuur genieten maar haar ook opsluiten in een kerker. Terwijl romans door meer kennis van het leven van de auteur zoveel interessanter worden. Neem de controverse in Italië over ‘Fontamara’, de bekende roman van Ignazio Silone. Silone werd gezien als een antifascist die het land moest verlaten omdat hij gezocht werd door fascisten. In 1990 verscheen er een biografie waaruit bleek dat hij vanaf de jaren twintig tot 1933, het jaar dat hij ‘Fontamara’ schreef, een politiespion was. Later belandde hij ook nog in de CIA. Silone was jong wees en zeer ontvankelijk voor oudere vaderfiguren die hem manipuleerden. De links-liberale kunstwereld wilde lang niets van die ontmaskering weten. Ze gingen pas overstag toen een historicus het allemaal uitploos. Lees je Silone’s boek met die kennis, dan zie je hoe de plot zijn angst voor ontdekking reflecteert. Silone schreef hele goede romans die, nu we wel weten van zijn dubbelleven, er alleen maar interessanter op zijn geworden.”

U schrijft over de ervaring dat je een auteur niet pruimt, omdat je diens leefwereld niet deelt. Kwaliteit is een kwestie van smaak?

“Zeker, maar ik kom ook in opstand tegen die afwijzing van alles wat raadselachtig is tegenwoordig. Neem de Man Booker Prize. Voor het eerst was er op de shortlist geen enkel boek van een witte man. Daar hebben de organisatoren met de samenstelling van de jury’s jarenlang naartoe gewerkt. De enige man in de jury sprak over het belang van politieke boeken, waarmee hij niet alleen zegt dat hij politieke boeken wil, maar boeken die de ‘juiste politiek’ uitdragen. Natuurlijk moeten jury’s niet uit een homogene groep mensen bestaan, maar het wordt gevaarlijk als er geen criticus meer in zit. Iemand die weinig leest, kan niet over de waarde van een roman oordelen. Ik zoek naar boeken die me uitdagen. Als je boos wordt kun je ook onderzoeken wat het is dat je boos maakt. Dit alles toont trouwens vooral aan wat een onzin het prijzencircus is. ”

U eindigt uw boek met een waarschuwing. We moeten onszelf verdedigen.

“Dat was polemisch bedoeld. Maar kijk wat er gebeurt met de literatuur. Alles moet aan de kant van het goede staan. De roman moet een veilige plek zijn. Heb je gehoord van die cursussen op universiteiten waar wordt gewaarschuwd voor boeken met een verontrustende inhoud? Voor de sprookjes van Grimm hoorde ik. Haha, natuurlijk zijn die sprookjes verontrustend. Het leven is verontrustend.” <<

Naast achttien romans publiceerde Tim Parks (1954) talloze essays over lezen, leesgedrag en de literaire wereld. Het laatste decennium is hij uitgegroeid tot een van de invloedrijkste literaire critici. Zijn bekendste boek is het bestsellende memoir ‘Leer ons stil te zitten’, zijn laatste roman is ‘In extremis’. Zijn roman ‘Europa’ belandde op de shortlist van de Booker Prize. Vorige maand verscheen ‘Out of My Head’, een persoonlijk onderzoek naar ons ­bewustzijn.

Lees ook:

‘In extremis’ raakt de waarheid: het is moeilijk om te ontsnappen aan wat ons heeft gevormd. Roman van Tim Parks over het afscheid van een moeder, en de crisis die dat de zoon oplevert.

Lees ook: 

Literatuurwetenschapper Sander Bax: Een uitgever zegt sneller: u verkoopt wel erg weinig boeken. In ‘De literatuur draait door’ analyseert Sander Bax hoe de regels van de massamedia op schrijvers inwerken.

Lees ook:

Met de woorden verdwijnt de pijn. De Britse schrijver Tim Parks had altijd een hekel aan alles wat zweverig is. Maar als de reguliere geneeskunde geen raad weet met de pijn in zijn onderbuik, belandt hij in een boeddhistische retraite. Over een zoektocht naar genezing.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden