Boekrecensie Boek van de week

Tim Krabbé zag in Ferdi E.’s verhaal parallellen met zijn ‘Gouden ei’

Beeld ANP

Tim Krabbé noemt zijn boek over Ferdi E., de moordenaar van Gerrit Jan Heijn, ‘Vrienden’. Dacht E. er ook zo over? 

Literatuur en criminaliteit hebben altijd een vruchtbare combinatie gevormd, denk maar aan ‘In Cold Blood’ van Truman Capote over een meervoudige moord in Kansas, ‘The Executioner’s Song’ van Norman Mailer over moordenaar Gary Gilmore en bij ons Thomas Rosenboom over de Baarnse moordzaak (‘Vriend van verdienste’) en A.F.Th. van der Heijden met boeken over de Bemmelse moordzaak (‘Het Hof van Barmhartigheid’ en ‘Onder het plaveisel het moeras’) en over de Manson-moorden (‘Het schervengericht’). Soms vermomd als fictie, soms als een ‘non-fictieroman’ zoals Capote zijn roman noemde.

Tim Krabbé’s boek ‘Vrienden’ brengt de moord op Gerrit Jan Heijn door Ferdi E. uit 1987 weer in beeld. Een roman is het zeker niet, ook geen non-fictieroman, eerder wat je noemt een kroniek aan de hand van dagboekaantekeningen, brieven en verslagen uit de werkelijkheid. En achthonderd pagina’s dik, want de realiteit laat zich kennelijk niet zomaar indikken.

Het is misschien wel de meest geruchtmakende moordzaak in Nederland van de laatste decennia, vijftigplussers herinneren zich het volkomen foutieve daderprofiel, de wrede afpersingspraktijken van Ferdi E. terwijl hij de ontvoerde Gerrit-Jan Heijn allang doodgeschoten en begraven had, het shaggie dat hij tijdens de schouw op de plaats delict stond te roken, het verhaal over zijn hoge intelligentie.

Vlak na de bekentenis en veroordeling van Ferdi E. leert Krabbé, geïntrigeerd omdat hij parallellen ziet met zijn eigen roman ‘Het gouden ei’ (bestseller op eindexamenlijsten), de moordenaar en vooral diens vrouw Els Hupkes kennen en neemt hij zich voor een boek over de moord óp en de moordenaar ván Gerrit Jan Heijn te schrijven.

Slopend verslag

Het komt er niet van omdat Ferdi E. vetorecht en een deel van de verkoopopbrengsten eist, maar dit is dan, na de dood van beiden, Ferdi en Els, wat er van dat plan is overgebleven. En het is veel, heel veel. Ik heb het gefascineerd gelezen maar er moet wel een waarschuwing bij, dit is een slopend verslag.

Krabbé wil twee dingen: ‘Een kroniek van een gezin in ongewone omstandigheden, een verslag van ongewone vriendschappen’ en ‘Inzicht geven in het menselijke van een uniek exces’. Je zou beide bedoelingen psychologisch kunnen noemen, al hoedt de schrijver zich er juist voor om zelf al te zeer te psychologiseren, dat laat hij aan de lezer over.

Beeld Hollandse Hoogte / Pascal Ollegott

Hij noemt het ‘Vrienden’ omdat hij bevriend raakt met het hele gezin E. Maar of die vriendschap ook echt voor Ferdi E. geldt, waag ik te betwijfelen. Hij bezoekt hem meer dan honderd keer in de gevangenis, belt en schrijft brieven, maar als echtgenote Els Tim in 1998 vraagt “Vind je hem eigenlijk wel aardig?”, schrijft hij: “‘Soms wel, soms niet, net als hij mij.’ Ze laat het er gelukkig bij. Ik kan niet zeggen, maar misschien ook niet verbergen dat ik, in de bijna tien jaar dat ik hem nu ken, niet van hem ben gaan houden.” En dat niet omdat hij een moordenaar, een potentiële psychopaat (het woord valt opvallend genoeg nergens in het hele boek) is, maar omdat hij geen echt berouw toont, doet alsof de moord hem door de maatschappij is opgedrongen, altijd maar weer begint over de onrechtvaardigheid van de wereld.

Ferdi E. zit opgesloten in een cocon van schijnobjectiviteit, mist het vermogen tot zelfbespiegeling en “hij gebruikt taal niet om te communiceren maar om zich te onderscheiden”. Kortom, het portret van iemand die, met hoge intelligentie en al, weinig empathie bezit. Overigens wordt dat beeld in de loop der (lange) tijd wel iets milder, ook omdat Ferdi E. zelf zachter lijkt te worden, maar op het laatst is hij toch weer de ijzeren Hein uit het begin.

Altijd verliefd gebleven

Een moeilijke man, geen vriend, lijkt me. Dat geldt dan weer wel voor zijn vrouw Els, die al die tijd hopeloos verliefd op haar man blijft, ondanks het feit dat hij haar voor van alles en nog wat heeft uitgemaakt in het verleden en ook geregeld dronken en gewelddadig was. Als dit boek iets in beeld brengt dan is het wel de redeloosheid van een grote liefde.

Maar natuurlijk gaat het ook over de zaak zelf. Helemaal duidelijk wordt toch niet waardoor Ferdi E. tot zijn daad gedreven werd. Was het woede om zijn maatschappelijke mislukking, zoals hij zelf tijdens de verhoren zei, of zat er toch nog iets anders achter? Gaandeweg krijg je het idee dat het vreemdgaan van zijn vrouw met een buurman een even grote rol gespeeld heeft. Zeker is in elk geval dat Ferdi E. uit persoonlijke gekwetstheid en verongelijktheid handelde en een min of meer willekeurig (maar niet helemaal want Gerrit Jan Heijn was juist wél geslaagd) slachtoffer koos.

Van dit alles en van de neergang van het gezin van E. (met een ontregelde maar toch ook sterke Els, een beloftevolle zoon die junk wordt en twee dochters die zich proberen te distantiëren) geeft Tim Krabbé een min of meer objectief verslag, waarbij hij zijn eigen leven (op de vermelding van zoon Esra en een paar verliefdheidjes, waaronder die op Els, na) vrijwel geheel buiten beeld houdt. Je kunt ‘Vrienden’ een onjuridisch proces-verbaal noemen.

Of hij erin geslaagd is ‘het menselijke van een uniek exces’op te roepen is de vraag. Je komt niet goed achter Ferdi’s persoonlijkheid, waarvoor zijn psychiaters wel de nodige terminologie hebben, zoals narcistisch gestoord, rationaliserend, gedepersonaliseerd, contactgestoord, maar die toch behoorlijk ondoorgrondelijk blijft.

Na weer eens een bezoekje waarbij Ferdi zijn gelijk probeert te halen, schrijft Krabbé: “Bij al zijn zieligheid vind ik hem weer strontvervelend.” Een kwalificatie die blijft hangen want bij alles wat hij nog meer aan emotioneels was – moordenaar, echtgenoot, vader – was Ferdi E. ook een onverbeterlijke betweter en een pestkop: strontvervelend.

Tim Krabbé
Vrienden
Prometheus; 798 blz.; € 24,99

vrienden

Lees ook:

Tim Krabbé over zijn vriendschap met Ferdi E.: ‘Hij was een zielige schoft’

Een zielige schoft. Dat was Ferdi E., de moordenaar van Gerrit Jan Heijn, volgens schrijver Tim Krabbé. Hij bezocht hem jarenlang in de gevangenis. In een documentaire praat hij over de man, die hem nog altijd fascineert.

Tim Krabbé: de wereld is oneindig interessant

Tim Krabbé (Amsterdam, 1943) is schrijver, schaker en wielrenner. Zijn boeken worden vaak vertaald en regelmatig verfilmd. Krabbé schreef het Boekenweekgeschenk ’Een Tafel vol Vlinders’ . Arjan Visser interviewt hem voor ‘De tien geboden’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden