Review

Tikker was zelf verbaasd over zijn dood

Meer dan twintig boeken schreef Jan Siebelink (62) tot dusver. Ze leverden hem literaire prijzen op en meestal lovende kritieken. Maar geen enkel boek leverde hem in korte tijd zoveel brieven van lezers op als 'Mijn leven met Tikker'.

Daphne Scheiberlich

Dit nieuwste boek is een kleine kroniek over een man, leraar net als Siebelink zelf, en zijn hond. Over de intimititeit die er tussen die twee bestaat. En over de manier waarop zij samen leven en ouder worden tot uiteindelijk een van hen sterft. Een verhaal over liefde en vergankelijkheid dus. En dit alles tegen de achtergrond van het stadje E. waarvan de schoonheid bedreigd wordt door megalomane plannen van het stadsbestuur.

Siebelink schreef het boek na het overlijden van de hond waarmee hij veertien jaar samen was geweest. Rouw om een huisdier wordt vaak gezien als een overdreven emotionele reactie. Toch blijkt uit onderzoek van de Faculteit voor Diergeneeskunde aan de Universiteit Utrecht dat de dood van een hond of kat bij de meeste mensen heftige emoties losmaakt.

In de Verenigde Staten kunnen achtergebleven baasjes hun toevlucht nemen tot een praatgroep of een 'hotline' bellen, als het verdriet hen te machtig wordt. In Nederland zijn zulke dingen vooralsnog ondenkbaar.

Niet alleen bij oudere alleenstaanden, zoals vaak gedacht, maar ook bij mensen die deel uit maken van een gezin, hakt de dood van Samantha of Boris er volgens het onderzoek stevig in.

Was Jan Siebelink niet bang om over zijn hond te schrijven? Vreesde hij de spot van recensenten en collega's? ,,Nee'', zegt hij beslist. ,,Ik wist dat het geen sentimenteel boek zou worden. Het thema van een man of vrouw met een hond, iets banalers is er niet. Maar door het goed op te schrijven maak je er iets raadselachtigs van. Eigenlijk schreef het boek zichzelf. Ik heb er dag en nacht aan gewerkt, maar binnen twee maanden was het af.''

,,Toch zijn er veel valkuilen als je over zo'n onderwerp schrijft. Hoe creëer je spanning? Het interesseert niemand dat je drie keer per dag uitgaat. En natuurlijk moest het geen sloom boek worden. Daarom heeft de hoofdpersoon ook geen gezin, terwijl ik dat zelf wel heb. Hoe eenzamer de man, hoe groter de intimiteit tussen de man en zijn dier. Bovendien voorkwam ik op die manier getut zoals je dat in een gezin hebt: 'Jij moet met hem uit, want het is jouw hond'. Daar wilde ik het niet over hebben. Alles wat afleidde van de band tussen de man en de hond moest ik wegsnijden.''

,,Je moet dingen koel opschrijven, droge ogen houden, zelfs als je een sterfscène beschrijft waarvan je hoopt dat je lezers erbij naar een zakdoek grijpen. De dood van Tikker heb ik niet zo beschreven als het in werkelijkheid ging. Hij lag vaak in de stoel naast mijn bureau wanneer ik zat te werken. Ook die dag. Ik geloof dat de bel ging en toen ik in mijn werkkamer terugkwam, was hij op de grond gevallen. Ik heb hem opgetild en voelde dat het mis was. Hij was zelf verbaasd over zijn dood. Zijn oren stonden overeind, alsof hij een onverwacht geluid hoorde.''

Twee vrouwen van de dierenambulance haalden Tikker op. Ze legden hem op een kleine draagbaar en dat deed Siebelink denken aan de dood van zijn vader. ,,Ik dacht eraan hoe de mannen van de begrafenisonderneming onhandig door de nauwe gang stommelden. Hoe ze de kist zelfs half rechtop zetten om door de deur te kunnen, zodat je kon horen hoe het lichaam van mijn vader naar beneden zakte. Ze schrokken, toen ze merkten dat ik het zag.''

Waarom schreef Siebelink dit boek? En moet het ook gelezen worden door mensen die niet van honden houden? ,,Ik wilde de wereld bekend maken dat Tikker geleefd had. Veertien jaar rende ik met hem, praatte ik tegen hem en lag hij naast me als ik zat te schrijven. Het is een monumentje voor mijn hond en tegelijk is het ook een boek over alles wat ons bedreigt. De hoofdpersoon krijgt last van glaucoom en verliest het licht in zijn rechteroog. De hond rent eerst met een snelheid van 60 kilometer per uur, later komt hij niet eens meer de stoep op. Dat proces wilde ik volgen. De hond is een soort zandloper voor mij. Er gaat geen dag voorbij zonder dat ik eraan denk dat er een moment komt dat ik er niet meer ben. Als Jip (de hond die Siebelink kocht na Tikkers dood, red.) straks doodgaat, is het voor mij misschien ook afgelopen.''

De gedachte dat dieren niet in de hemel zouden komen, was voor Jan Wolkers een reden om te breken met het gereformeerde geloof waarin hij was opgevoed. Zo'n directe aanleiding was er voor Jan Siebelink niet, maar ook hij heeft het geloof losgelaten. Zijn vader was een 'Paauweaan,' behorend tot een orthodoxe groepering die dicht bij de Gereformeerde Bond in de hervormde kerk staat. Hij hield thuis lange huisdiensten met zijn gezin. De extase die zijn vader door het geloof vond, kent Jan Siebelink soms tijdens het schrijven. ,,Dan word ik opgetild. Wat ik schrijf, wordt mij gegeven.''

Ondanks zijn twijfel aan de eeuwigheid die zijn vader nastreefde, hoopt Siebelink na zijn dood Tikker nog eens tegen te komen. ,,Waarom zouden dieren niet in de hemel komen? Ze mochten toch ook in de ark van Noach?'' Dan weifelend: ,,Het is natuurlijk niet rationeel dat te geloven, maar ik zou het wel graag willen.''

De helft van de post die hij ontving na het verschijnen van 'Mijn leven met Tikker' was van mensen die hem wilden bekeren. Hij pakt twee brieven uit de stapel. ,,Kijk, dit is zo'n brief in de stijl van mijn vader. Niet ondertekend met een naam, maar met 'uw medereiziger naar de eeuwigheid'. Dit leven is immers slechts een doorgang naar het volgende.'' Een andere schrijfster geeft hem tips hoe hij weer in contact zou kunnen komen met het geloof. Met paars onderstreept: 'Bezoek weer eens een hervormde kerk, of wendt u eventueel tot een katholieke priester. Die mensen weten ook veel van God.'

De andere brieven zijn afkomstig van mensen die willen laten merken dat ze net als Siebelink een hazewind hebben of zelf een hond hebben verloren.

Het mooist vond hij de brief van de vrouw die schreef over haar drie hazewindhonden 'Lucy, Dolly en Juweeltje en haar 15-jarige bastaardpoedel Briekje'. Na een uitgebreid relaas tekent ze met: 'Inmiddels verblijf ik met vriendelijke groet en de dames met kruiperige likjes.'

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden