Review

Tijd is rijp voor passie

In de 61ste editie van het Holland Festival draaide het om Hemel en Aarde. Directeur Pierre Audi bewees dat er meer is dan alleen avant-gardekunst en koos voor de hoop.

In het Holland Festival, dat eergisteren in Carré én live op Nederland 2 werd afgesloten, zat een passie-lijn verstopt. Passie voor muziek, theater, dans en zang uiteraard, maar ook letterlijker: de Passie – het lijdensverhaal van Christus. Perfect passend in het overkoepelende thema ’Cielo e Terra’ – Hemel en Aarde.

Prinses Máxima maakte zondagavond de uitbundige ontvangst mee van ’La pasión según San Marcos’ van haar landgenoot Osvaldo Golijov. Het was een première voor Nederland van deze Marcus-Passie. Golijov was samen met Sofia Goebaidoelina, Wolfgang Rihm en Tan Dun een van de componisten die op verzoek van de Internationale Bachakademie Stuttgart in het Bach-jaar 2000 een nieuwe passie componeerden. Vier nieuwe passies, even verschillend als de vier continenten waar de componisten vandaan komen.

In het grote voorbeeld – de Matthüus-Passion van Johann Sebastian Bach – gaan de remmen pas los bij het grote fugatische koor ’Sind Blitze, sind Donner mit Wolken verschwunden’. Ineens komt er daar dramatisch leven in de brouwerij. Altijd zie je op dat moment het zich enigszins vervelende jongenskoor opveren; ze hebben dan al ruim een uur naar beschouwende, eerbiedige muziek geluisterd en de opwinding van hun volwassen collega-zangers werkt aanstekelijk.

In ’La Pasión según San Marcos’ van Golijov is dat ’leven’ er direct – warme, onontkoombaar en in zijn salsaritmes allesoverspoelend. Het calvinistisch-Hollandse ’probleem’ van wel of niet klappen in de pauze en na afloop van Bachs ’Matthüus’ is er bij de passie van Golijov ook al niet. Sterker nog, de koorleden klappen hier zelf flamencoritmes als Jezus blijft zwijgen op de vragen van Pilatus.

Velen zullen de levendigheid van salsa en flamenco bij het lijdensverhaal van Christus in eerste instantie ervaren als vloeken in de kerk. Maar bij zo veel waarachtigheid en echte emotie als zondagavond tentoongespreid door de zangers van de Schola Cantorum de Venezuela moeten die bezwaren toch snel verdwenen zijn.

Blijft het bezwaar van enkelen tegen de muziek van Golijov. Als festivalcomponist was er redelijk wat van deze Joodse Argentijn geprogrammeerd. In sommige media werd zijn ’gemakkelijke’ muziek neergesabeld. Het mooie van het Holland Festival is echter dat het deze muziek van Golijov direct tegenover de ’moeilijkere’ van Louis Andriessen, Olivier Messiaen. Calliope Tsoupaki, Karlheinz Stockhausen en Luigi Nono zette.

En louter de vraag stellen zal wel als vloeken in de Nederlandse avant-gardekerk ervaren worden, maar was Andriessens muziek in de non-opera ’La Commedia’ nog echt zo sterk en vernieuwend? De publieke ontvangst voor Golijov na afloop van zijn passie in Carré was vele malen uitbundiger dan die met boegeroep doorspekte voor Andriessen een week eerder in hetzelfde Carré.

Het is goed dat het Holland Festival van Pierre Audi nu al voor de vierde keer met een opvallende slotact komt. Vorig jaar sloot belcanto-diva Edita Gruberova het Festival af (ook rechtstreeks op tv), het jaar daarvóór was er een orgelhappening in de Oude Kerk en het jaar daarvóór een hemelse marathon met muziek van John Tavener; een oase te midden van de ’hel’ van het zaterdagse lal-enbral-uitgaansleven rondom het Oude Kerksplein.

Het geeft aan dat er niet alleen maar meer elitaire paden bewandeld worden. Een knieval is dat allerminst en het Festival verdient al helemaal niet de kwalificatie ’provinciaals en ouderwets’ die de Amsterdamse Kunstraad onlangs in zijn advies meende te moeten uiten.

Prachtig dat in hetzelfde Festival zowel de luchtige Mexicaanse collage-voorstelling ’De Monstruos y Prodigios’ over castraten te zien was als het ongenaakbare Duitse concepttoneelgebeuren ’Molière’ van Luk Perceval. De naïeve, God-prijzende Messiaen van ’Saint François d’Assise’ stond hier pal naast de alleen zichzelf verheerlijkende Andriessen in ’De Materie’ en ’La Commedia’.

Audi zei al eerder dat wat hem betreft niet alles hoeft te slagen. Zeperds mogen en móeten er ook zijn. Zeperds, of liever teleurstellingen, waren er dit jaar vooral op dansgebied waar Emio Greco|PC, The Forsythe Company en het Nationale Ballet niet aan de hooggespannen verwachtingen voldeden.

Al met al overheerst het gevoel dat het dit jaar wat minder was dan vorig jaar toen het Festival zijn 60ste verjaardag vierde. Dat, desondanks het buitensporige succes van verschillende theaterstukken, die vaak meer dan uitverkocht raakten en waarvoor extra voorstellingen werden ingepland. Audi moest het met minder geld doen dan in 2007 en wat dat betreft is het aanvankelijke positieve advies (meer geld voor meer internationalisering) van de Raad voor Cultuur dat nu op gezag van minister Plasterk weer teruggedraaid dreigt te worden, weinig hoopgevend.

Hoop sprak er wel uit Golijovs muziek. Dat een klassieke zangeres (de gave Jessica Rivera) zo wonderbaarlijk naadloos samenging met een jazz-zangeres (de swingende Biella da Costa) en diverse al even goede salsazangers was een klein wondertje. De hoop op een betere wereld van al die Latijns-Amerikaanse musici, die in het slotakkoord allen deemoedig het hoofd bogen, was al even naïef en aanstekelijk als die van Messiaen.

Audi heeft in dit Festival meer dan bewezen dat er tussen hemel en aarde meer is dan alleen maar elitaire- en avant-gardekunst. Dat het Holland Festival daar óók gewag van maakt, is pure winst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden