75 jaar bevrijdingWolfgang Borchert

Thuiskomst in Duitsland

Wolfgang Borchert

Tot Bevrijdingsdag bespreekt Letter&Geest wekelijks een oorlogsklassieker. Vandaag de laatste: ‘Draussen vor der Tür’ van Wolfgang Borchert.

Graatmager waren ze, hun pakken vielen veel te ruim over hun schouders, vertelde mijn moeder vroeger over de jonge leerkrachten die haar op het gymnasium in het Duitse provinciestadje Latijn, Engels of geschiedenis leerden, in die vroege naoorlogse jaren. Sommige waren net teruggekeerd uit krijgsgevangenschap in Rusland. Het ging volgens haar nooit over die allesver­woes­tende oorlog, zelfs bij geschiedenis begonnen ze elk jaar opnieuw bij de Egyptenaren. Alsof er niets gebeurd was.

Hoe dat precies zat met die krijgsgevangenschap en waarom ze pas jaren later terugkeerden begreep ik aanvankelijk niet zo goed, maar ik zag die docenten met hun magere lijven ineens haarscherp voor me toen ik zelf als mid­- delbare scholier in aanraking kwam met de figuur Beckmann uit het toneelstuk ‘Draussen vor der Tür’ van Wolfgang Borchert uit 1947.

Beckmann, de onderofficier in de oude soldatenjas met het bespottelijke gasmaskerbrilletje, die getraumatiseerd en met een stukke knie terugkeert naar Duitsland, na drie jaar Siberische krijgsgevangenschap. Nergens vindt hij onderdak. Zijn vrouw is inmiddels met een ander, zijn ouders pleegden zelfmoord, de theaterdirecteur stuurt hem weg en ook de dood wil hem niet hebben. De rivier de Elbe, waarin hij zichzelf probeert te verdrinken, spuugt hem uit.

Het gitzwarte

Het beroemde stuk was verplichte kost op school, maar ik was best een ernstige leerling, bij Duits misschien ook uit een soort opstandigheid jegens mijn klasgenoten en hun voorspelbare hekel aan dat vak. Ik vond alles aan het stuk indrukwekkend, het pathos, het gitzwarte, uitzichtloze. En het was, ondanks mijn Duitse moeder en haar verhalen, mijn eerste bewuste kennismaking met de gedachte dat ook in Duitsland mensen echt onder de oorlog hadden geleden. En dan de auteur zelf, Wolfgang Borchert, die op zijn 26ste was over­leden. 26! Hij stierf ook nog eens één dag voor de allereerste opvoering van zijn stuk in Hamburg, zijn geboorteplaats, in november 1947. Ik herinner me dat we met een groot aantal schoolklassen naar het Speelhuis in Helmond gingen, waar een Duits gezelschap ‘Draussen vor der Tür’ zou opvoeren. Kansloos waren ze, de acteurs, ten overstaan van een zaal vol ketende en melige scholieren. Ik schaamde me dood.

Wolfgang Borchert wilde acteur worden maar moest van zijn ouders een opleiding tot boekhandelaar volgen. Hij was 18 toen de oorlog uitbrak. Op zijn twintigste, in 1941, belandde hij voor het eerst aan het Oostfront. Hij raakte er zwaar gewond, schreef brieven die als staatsvijandig werden opgevat en moest acht maanden de militaire gevangenis in Neurenberg in. Toen leed hij al aan geelzucht en difterie.

Hij werd ter dood veroordeeld maar alsnog opnieuw naar het Oostfront gestuurd. Vanwege zijn haperende gezondheid duurde dat niet lang. Hij kwam weer in Hamburg terecht, waar hij bij een cabaretgezelschap gedichten voor­- droeg die hem opnieuw in de gevangenis deden belanden. En weer moest hij naar het front.

Verminkt en bedorven

Na de oorlog restten Borchert slechts twee jaar waarin hij met de dood op de hielen – hij bleef ernstig ziek – als een bezetene aan zijn oeuvre werkte dat geheel en al in het teken stond van de oorlogsellende, van de kreupelen, de hongerenden, de getraumatiseerden, van alles wat de oorlog, ‘das seuchige, kraftstrotzende Tier’, verminkt en bedorven had.

In het nawoord van mijn kleine antiquarische pocket beschrijft Heinrich Böll dit alles. Ook schrijft hij dat deze uitgave (uit 1956) nadrukkelijk bedoeld is voor jeugdige lezers, de twintigjarigen van toen, voor wie het een onvoorstelbare gedachte moest zijn: op die leeftijd ter dood veroordeeld worden vanwege een paar brieven. Natuurlijk, Heinrich Böll, de Nobelprijswinnaar en zelf uitgegroeid tot boegbeeld van de Trümmerliteratur. Dat Wolfgang Borchert uitgerekend de jonge mensen wier levens door de gruwelen van de oorlog getekend waren een stem gaf, maakte ‘Draussen vor der Tür’ tot een van de beroemdste naoorlogse Duitse theaterstukken, wat kritische geluiden van recensenten ten spijt.

Wolfgang Borchert
Draussen vor der Tür
Henricus

Tot Bevrijdingsdag bespreekt Letter&Geest wekelijks een oorlogsklassieker. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden