ColumnJaap Robben

Thuis in Polen blijkt dat er weer veel tijd is verstreken

In gedachten lijken de klussers al terug in Polen. Tomasz is de uitzondering.

Noch ein Tag”, ­jubelt Patryck. Tijdens het ­roken glimlacht hij on­afgebroken naar zijn telefoon.

Ik hoor hetzelfde filmpje wat hij mij al twee keer heeft laten zien. Zijn zoon en dochtertje zingen met vervormde stemmen een liedje, terwijl ze plakbaarden en kerstmutsen dragen.

De rookpauzes rekken zich vandaag steeds verder op. Vóór de lunch gaat de thermoskan koffie drie keer leeg. In gedachte is iedereen al thuis. Morgen komt alleen Tomasz nog schil­deren. De anderen niet, die willen dan cadeaus gaan kopen, nieuwe kleren en kerstbomen. “Kopen jullie de kerstbomen hier?”

“Onze vrouwen vinden Duitse kerstbomen mooier. Ook al worden ze uit Polen geïmporteerd.”

“En Tomasz? Wil jij morgen geen cadeaus te kopen?” Tomasz trekt vragend zijn wenkbrauwen op, omdat hij zijn naam hoort. Iwan herhaalt mijn vraag in het Pools, Tomasz schudt zijn hoofd. Wanneer hij morgen klaar is bij ons, rijdt hij naar een vriend in Brussel om twee dagen zijn appartement te behangen. Hij gaat pas op de dag van Kerstavond. Het klinkt alsof hij het naar huis gaan uitstelt.

Beeld Hanne van der woude

Thuis betekent voor hem ook zijn inwonende schoonouders, die verzorgd worden door zijn vrouw. Sinds kort is ook zijn schoonbroer bij hen ingetrokken, omdat die niet langer zelfstandig kon wonen. En Tomasz’ dochter wil een nieuwe kamer, want er zit nog altijd babybehang op haar muren. En vorige maand is ze twaalf geworden. “Verheug je je niet om haar te zien?”

Tomasz antwoordt door een mondhoek licht op te trekken. Inmiddels werkt hij bijna tien jaar in Duitsland. “Wenn ­arbeiten, nicht denken an Zeit. Wenn Tochter sehen, ich sehe Zeit ist vorbei.”

De laatste keer dat hij zijn dochter zag, was in augustus

Met zijn hand laat hij zien hoe zijn dochter elke keer weer vijf centimeter is gegroeid. De laatste keer dat hij haar zag, was in augustus. Daarvoor een weekje rond Pasen. Het gesprek waait de kamer uit als Patryck binnenkomt met een nieuw filmpje van zijn kinderen.

Later die middag sjouw ik langs winkels met een tas die steeds zwaarder wordt. Belgische bieren voor Iwan en zijn schoon­zonen. Zijn dochters ­krijgen cadeautasjes met bad­parels en douchecrème. Duplo en lego voor de kleinkinderen. En in de etalage van een juwelier zie ik drie engeltjes van geslepen glas met veel glitters. Je kunt ze neerzetten, maar ook in de kerstboom hangen. Ik weet ­weinig van Iwans vrouw. Ik ken alleen een versierde selfie die hij me eens liet zien, ik denk dat ze deze glinsterengeltjes wel mooi zal vinden.

De ochtend erna latext ­Tomasz een laatste plafond. Hij beantwoord mijn vragen met halve glimlachjes. De radio die ik voor hem aanzet, zwijgt een kwartier later alweer. Halver­wege de middag nemen we afscheid van elkaar met een korte omhelzing.

Warte.” Tomasz beent naar zijn auto en komt terug met een enveloppe. ‘Jaap in Suus Tobben. Und Kinder.’ Hij blijft kijken hoe ik de enveloppe open maak. Vanbinnen is de kaart onbeschreven. Voorop staat in sneeuw­letters: Wesołych Świąt. “Schöne Weihnachten”, vertaalt hij.

Du auch.” Ik weet niet goed wat ik hem verder kan wensen.

Schrijver Jaap Robben zoekt contact met de Poolse klussers in zijn woonboerderij net over de Duitse grens.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden