Nederland, 's-Hertogenbosch, 05 juli 2021.
Portret van schrijfster Esther Verhoef.
Foto: Maikel Samuels

InterviewToewijding

Thrillerschrijfster Esther Verhoef: Als het de lezer niet uitmaakt wie er wordt vermoord, dan schiet ik mijn doel voorbij

Nederland, 's-Hertogenbosch, 05 juli 2021.Portret van schrijfster Esther Verhoef.Foto: Maikel SamuelsBeeld Maikel Samuels

Esther Verhoef schrijft in een roes, ze dompelt zich helemaal onder in de wereld van haar thrillers. Maar op ‘De nachtdienst’ moest ze ploeteren, de pandemie zorgde voor een half jaar vertraging. “Het ging stroef, stroperig, ik had veel meer writersblocks.”

Fysiologisch lijkt de mens veel op een varken. De structuur van vlees en vetweefsel, de spijsvertering, de anatomie – de mens is een soort grote big. Als je zo redeneert, zou een dierenarts best een mens kunnen opereren. Hoe zou dat aflopen?

Waarschijnlijk heeft elke dierenarts zichzelf deze vraag wel eens gesteld: zou je het doen? Als het moest? Snijden in een mensenlichaam? Thrillerschrijfster Esther Verhoef hoorde dierenartsen hierover praten toen ze als twintiger stage liep bij een praktijk. Ze volgde een hbo-opleiding in de dierenbranche.

“Het is me altijd bijgebleven”, zegt Verhoef (52) in haar schrijfhuis, een historisch pandje in het centrum van Den Bosch. “De wrijving in de koffiekamer, de intensiteit van het gesprek. Er ontstonden meteen twee kampen. Het ene zei: Dat is totaal onethisch, dat zou ik nooit doen. Terwijl andere dierenartsen een twinkeling in hun ogen kregen en zeiden: Laat mij dat varkentje maar wassen.”

Aan deze herinnering ontsproot De nachtdienst, Verhoefs nieuwste misdaadroman. Met in de hoofdrollen dierenarts Emma van Eerd en haar puberdochter Vegas. Zij wonen met z’n tweeën boven de praktijk, die middenin het bos ligt. Op een nacht knerpt het grind, koplampen verlichten de berkenstammen, een auto stopt, de deur wordt ingeramd, een pistool op Emma gericht. Zo wordt ze gedwongen om een zwaargewonde man te opereren.

“Een boek begint voor mij altijd met één of twee sleutelscènes die ik heel graag wil schrijven”, zegt Verhoef, een vriendelijke, aandachtige vrouw met Brabantse tongval. “In dit geval wilde ik zo dicht mogelijk onder de huid kruipen van een dierenarts die een grens overstapt. Het is een taboe.”

Waarom wilde je juist deze scène graag schrijven?

“Dat weet ik niet, ik analyseer niet veel, dat doet het mystieke, prettige van het schrijven teniet. Als ik te veel ga nadenken, dan gaat de verwondering weg. Ik wil heel graag in een flow en roes schrijven.”

Kennelijk een succesvolle schrijfstrategie, want Verhoef is één van de populairste auteurs van Nederland. De nachtdienst kwam met stip binnen op één in de Bestseller60-lijst. Tot nog toe werden ruim 2,8 miljoen (spannende) boeken van haar verkocht. Pageturners zijn het, met strakke, verrassende plotlijnen en soepele zinnen in een lekker, afwisselend ritme.

Haar hoofdpersonen zijn vaak vrouwen van vlees en bloed – de schrijfster besteedt veel aandacht aan de psychologie van haar personages. Natuurlijk komen die in hachelijke situaties terecht. De ene vrouw is net bevallen van een baby en krijgt een kraamhulp from hell. De andere neemt tijdens een skivakantie meedogenloos wraak op haar overspelige man. En een derde personage ontsnapt op het nippertje aan een doodenge plastische chirurg met grootheidswaanzin – of zit de waanzin in haar eigen hoofd?

Aan boeken die lézen als een trein gaat vaak schrijversgeploeter vooraf. Dat geldt zeker ook voor De nachtdienst, vertelt Verhoef.

Nederland, 's-Hertogenbosch, 05 juli 2021.
Portret van schrijfster Esther Verhoef.
Foto: Maikel Samuels Beeld Maikel Samuels
Nederland, 's-Hertogenbosch, 05 juli 2021.Portret van schrijfster Esther Verhoef.Foto: Maikel SamuelsBeeld Maikel Samuels

Je bent twee jaar geleden met dit boek begonnen. Heb je last gehad van de pandemie?

“Ja absoluut. Als ik schrijf, trek ik me terug met mijn personages, hier in dit huis. Dan zie ik vier of vijf dagen niemand. Dan is het extra belangrijk om tussendoor wél even iemand te zien, een druppel sociale structuur te tappen. En dat kon niet tijdens de lockdown. Corona heeft het schrijven zeker een half jaar vertraagd. Vorige maand liep ik het zelf ook nog op, valreep-corona. Gelukkig ben ik goed hersteld.

Het schrijven ging deze keer stroef, stroperig, ik had veel meer writersblocks. Als je alleen maar achter die laptop zit, dag in dag uit, en de wereld buiten is knettergek, gekker dan wat je beschrijft... Ik heb af en toe lucht nodig.”

Welk deel van de wereld vond jij knettergek?

“De polarisatie. Het veilige midden is weg, er is een gapend ravijn ontstaan en de mensen aan weerszijden kunnen elkaar niet meer bereiken. Ik schrijf al thrillers sinds 2002, kan me ook daardoor goed inleven in diverse mensen met heel verschillende meningen – dat leer ik van mijn personages. Maar in de huidige maatschappij mis ik de wil om elkaar te begrijpen, echt naar elkaar te luisteren en moeite voor elkaar te doen. Mensen staan alleen maar naar elkaar te roepen. Ik heb daar veel moeite mee.”

Komt die polarisatie in je volgende thriller terecht?

“Nee. Ik vind het niet prettig om stelling te nemen, ik wens ook niet zwart-wit te denken. Ook een ‘goed’ personage in mijn werk maakt wel-eens foute keuzes, elk moreel kompas wijst soms de verkeerde kant op. Voor mij is de psychologie van de personages leidend, ik voel me niet geroepen om actuele maatschappelijke kwesties in mijn boeken te verwerken.”

Hoe creëer je jouw personages?

“Voor dit boek wilde ik helemaal in het hoofd van Emma kruipen. Psychologie is belangrijker dan het plot. Dat kan nog zo goed in elkaar zitten, als jij als lezer denkt: het maakt me niet uit wie er vermoord wordt, dan schiet ik mijn doel voorbij.

Om de personages tot leven te laten komen, moet ik ze zelf eerst leren kennen. Dat doe ik door voor mezelf een dag van de hoofdpersoon uit te schrijven. Zij wordt ’s ochtends wakker, hoe ziet haar slaapkamer eruit, hoe ruikt het, heeft ze een auto of gaat ze fietsen, welke kleding draagt ze, wat zijn haar onzekerheden, wat ziet ze als ze in de spiegel kijkt? Hoe heeft ze deze baan gekregen, wie zijn haar collega’s, hoe ziet haar werkplek eruit?

Zo diep ik de belangrijkste personages uit, het duurt maanden voordat ze allemaal een gezicht en achtergrond krijgen. Ik research ook heel veel, dat vind ik een van de leukste dingen van schrijven. Voor die operatiescène heb ik verschillende dierenartsen geraadpleegd, maar voordat ik bij ze langsging heb ik me grondig ingelezen.”

Verkeer je dan in je schrijfroes?

“Als ik research niet, maar dan volgt een periode waarin ik niet aansta voor de buitenwereld: ik geef geen interviews, bekijk bijna geen e-mail, mijn telefoon staat op stil, mijn schrijfkamer is leeg op de laptop na. Tachtig, negentig procent van wat er in mijn hoofd omgaat, heeft met mijn boek te maken. Ik ben volledig dedicated.”

Waar is Esther Verhoef zelf bang voor?

In De nachtdienst speelt Esther Verhoef met de grootste angst van elke moeder: dat haar kind iets overkomt. De puberdochter van dierenarts Emma komt in een zeer dreigende situatie terecht. En dan wonen ze ook nog eens met z’n tweeën in een stil en donker bos...

Als thrillerschrijfster appelleert Verhoef voortdurend aan de angsten van haar personages én de lezer. Genoeg om bang voor te zijn: donker, dood, pijn, gekte, sociale uitsluiting, controle- of gezichtsverlies, de ontmaskering van een geheim.

Zelf is ze geen angstig persoon, zegt Verhoef. Al heeft ze het niet op open water: “Ik ben drie keer bijna verdronken, de laatste keer tijdens het duiken. We zaten negen meter diep toen er water onder mijn bril kwam. Ik heb op eigen kracht het oppervlak en de kant weten te bereiken, de leiding had niets in de gaten. Nu zwem ik in zee alleen nog maar met zwemvest en snorkel.”

Frappant is wel dat haar carrière als thrillerschrijfster begon met een angstaanjagende ervaring. In 2002 werd er bij haar en Berry ’s nachts ingebroken: de dieven drogeerden de hond en namen de sleutels van hun (dure) auto mee. Die auto is nooit meer teruggevonden.

“We merkten het pas ’s ochtends. In eerste instantie werd ik heel erg boos: hoe durf je mijn auto mee te nemen, ik heb me daar rot voor gewerkt. Daarna werd ik bang: onze drie kinderen lagen boven in bed toen die mannen beneden rondliepen. Ik kon maandenlang niet slapen ’s nachts, toen heb ik mijn eerste thriller Onrust (2003) geschreven.”

Het was een kantelmoment voor Verhoef, die daarvoor haar brood verdiende als schrijfster van zo’n zestig zeer succesvolle en veelvuldig vertaalde informatieve boeken over dieren. Waaronder Kippenencyclopedie en Handboek katten fokken. Ze schreef sindsdien meer dan tien thrillers, enkele verhalenbundels en twee romans. Verschillende boeken werden genomineerd voor de Gouden Strop, de prijs voor het beste misdaadboek. Voor Lieve mama (2015) kreeg ze ’m ook.

Dat klinkt intensief. Werk je daarna verder volgens een schema met de belangrijkste plotlijnen?

“Oh nee, van zo’n schema word ik heel verdrietig, dat ontneemt me alle lust tot schrijven. Ik wil diep duiken en organisch schrijven en gewoon kijken wat er gebeurt. Ik laat het maar gebeuren en heb vrijwel nooit een idee hoe het eindigt. Sommige stukken die ik als eerste schrijf, komen achterin het boek terecht. Ik gooi ook hele hoofdstukken weg, die heb ik dan nodig gehad om op een bepaald punt te komen.

Het is intensief, ja. Ik vind mijn verhalen op de bodem van de zee, er moet een boot naartoe, ik moet duikkleding aan, ik kan niet zomaar weer naar boven komen. Daar op de bodem gebeurt het. Of, ander beeld: Het lijkt net of het verhaal er al is en ik het als een archeoloog moet opgraven.”

Schrijfster Esther Verhoef.
 Beeld Maikel Samuels
Schrijfster Esther Verhoef.Beeld Maikel Samuels

Je man Berry helpt je met graven en duiken, toch? Hij speelt een belangrijke rol in jouw schrijfproces.

“Ja, we hebben onder het pseudoniem Escober ook vijf thrillers samen geschreven. Bij mijn andere boeken is hij de eerste lezer en eigenlijk ook mijn redacteur. Hij kent de personages, hij plot mee. Mijn jongste dochter doet dat trouwens ook steeds vaker. Af en toe trekken we ons een paar dagen terug, in dit schrijfhuis of een hotel, dan zitten we in een bubbel met al mijn tekst, losse scènes en stukken. En dan gaan we bedenken: hoe komen we nou van hier tot daar?”

Andere mensen betrek je er niet bij?

“Nee, mijn verhaal voelt lange tijd zo kwetsbaar. Vergelijk het met een ouderwets fotonegatief: als daar te veel licht op valt, wordt de afbeelding vaag.”

Je spreekt met veel metaforen, in je werk kom ik die minder tegen.

“Daar ben ik tijdens het schrijven ook niet zo mee bezig, ik let meer op tempo, ritme, pauzes, zachte woorden, harde woorden. Ik wil dat je het vóélt, dat je achter die tekst verdwijnt, dat je geen zinnen meer leest maar de scènes als een film voor je ziet en nog liever: zelf ervaart.”

Lees ook:

Gaan lezers plezier beleven aan de nieuwe Saskia Noort? De schrijfster zelf betwijfelt het

De thrillers van Saskia Noort spelen zich altijd af in een kille, donkere wereld. ‘Bonuskind’, over een vechtscheiding, is de donkerste tot nu toe. De auteur beaamt dat. ‘Het was een emotioneel heftig schrijfjaar.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden