Review

Thomas van Aquino spaarde de hertogelijke portemonnee

Waarom overleefden er zoveel meer joden in België? Die vraag wordt opgeworpen maar niet beantwoord, in Abichts ’Geschiedenis van het jodendom in de Lage Landen’.

In de inleiding tot ’De geschiedenis van de joden in de Lage Landen’ neemt Ludo Abicht zich voor om die geschiedenis ’met de onvermijdelijke afstandelijkheid en de nodige schroom vanuit een niet-joods oogpunt te beschrijven’. De Belgische historicus wil met een intentieverklaring vooraf, zijn goede wil tonen. Het resultaat is in veel opzichten benauwend.

Abicht begint in de 13de eeuw, wanneer voor het eerst melding wordt gemaakt van de aanwezigheid van joden in het hertogdom Brabant, en meteen is duidelijk waar de pijn in de historie zit. De dienstdoende hertogin informeert bezorgd bij Thomas van Aquino naar de rechtmatigheid van het verblijf van de joden en hun handel binnen haar rechtsgebied. De kerkleraar antwoordt met een afkeurend praatje, dat de hertogelijke portemonnee echter wijselijk spaart. ’Tussen economisch belang en religieuze haat’, noemt de schrijver die ambivalentie.

Gedwongenheid en aantrekkingskracht hebben vanaf het begin de omgang tussen joden en christenen gekleurd, zoals vaak het geval is in asymmetrische verhoudingen.

Als de geschiedenis van die omgang niet in de holocaust was uitgemond, was er niet de schroom geweest waarmee de schrijver zijn onderwerp omgeeft: een inprenting van schuld en onschuld die de lezer op elke pagina van dit boek wordt voorgehouden. Hoewel Abicht op meerdere plaatsen tussen ’dagelijks’ en moorddadig antisemitisme onderscheidt, stuurt het retrospectief van de holocaust zijn pen. Deze geschiedenis is de kroniek van een aangekondigde dood, opgetekend door een ijveraar voor herstel.

Maar het is meer dan een oefening van berouw. De Nederlandse lezer, en a fortiori de Hollandse, heeft nu eens niet alleen te maken met de overbekende betekenis van de joden voor de glorie van Amsterdam, maar krijgt een les in de gewestelijke (decentrale) en centralistische krachten die aan de politiek van de Lage Landen trokken, en waarin en waartussen ook de joden moesten laveren.

Abicht heeft een goed oog voor de verschillen tussen de noordelijke en de zuidelijke Nederlanden, die zich ook in een verschillend joods leven uitdrukten. In de protestantse republiek vonden de joodse immigranten een gastheer met een bijna even oudtestamentisch gevoel van uitverkorenheid als zijzelf. In het latere België gaf een rationalistisch jodendom de toon aan.

De aandacht voor de joodse verscheidenheid, en dus voor de ruzies binnen de gemeenschap, voorkomt bovendien dat de fronten al te sterk tussen christenen en joden worden getrokken. Maar Abichts streven naar afstandelijkheid maakt hem uiterst behoedzaam bij controverses, en daaraan is ook te danken dat hij met dezelfde gelijkmoedigheid de politieke theorieën van Spinoza uiteenzet als de opvattingen van diens joodse bestrijders.

Met een zucht van verlichting lezen we dat op 2 september 1796 de Nationale Vergadering van de Bataafse Republiek, de joden gelijkberechtiging verleende. Toch blijft die emancipatie omfloerst, om verschillende redenen. In de eerste plaats omdat Abicht zwaar tilt aan wat de socioloog A. de Swaan ooit ’joods sentimentalisme’ heeft genoemd. Hij betreurt daarom de verburgerlijking van de joodse cultuur, die met de komst van het Franse bestuur ingang vond.

De Nederlandse lezer is gediend met de informatie van de schrijver over de situatie van de Belgische joden, die zo anders was en is, en toch zo vergelijkbaar. En dan doel ik niet op de opmerkelijke aanwezigheid van de chassidische joden in Antwerpen waarover Abicht kleurrijk schrijft, maar over het ontstellende verschil in de cijfers waarvoor ook hij maar nauwelijks een verklaring heeft. In 1940 telde Nederland 140.000 joden, en België 42.000. In Nederland overleefden 30.000 de oorlog, in België 20.000 joden. Vandaag de dag zijn er nog steeds 30.000 joden in Nederland, en in België 50.000.

Omdat de voorkennis zo groot en rampzalig is, dreigt elke geschiedenis van de joden een noodlotshistorie te worden. Honderden pagina’s lang ziet de lezer het zwaard hangen. De uitkomst is in beide landen verschrikkelijk. Maar ook de verschillen tussen de twee landen ontstellen. Ook de kwantitatieve kant van de joodse aanwezigheid in onze samenleving verdient een uitgebreider onderzoek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden