Review

Thomas Manns fascinatie voor het mannelijk lichaam

Klaus Harpprecht: Thomas Mann. Eine Biographie. Rowohlt Verlag, Berlijn; met register, 2254 blz. - ¿ 124,45.

HANS ESTER

De auteur die enkele jaren lang de leiding van Fischer Verlag in Frankfort in handen had en ook tot de staf van Willy Brandt behoorde, geeft in zijn boek een grote hoeveelheid details uit het leven van Thomas Mann. Deze details zijn verweven met het sociale en politieke leven. Harpprecht tilt het leven van de schrijver van de grote romans als 'Die Buddenbrooks', 'Der Zauberberg' en 'Doktor Faustus' niet uit boven de tijd maar laat zien hoe het daarmee in verband stond. Ook het literaire werk van Thomas Mann wordt met behoedzame hand in verband gebracht met zijn levenservaringen, zonder dat Harpprecht in een plat biografisme vervalt.

Toen hem in 1929 voor zijn roman 'Buddenbrooks' de Nobelprijs was toegekend, schreef Thomas Mann de volgende zelfkarakteristiek: “Ik had een grote hekel aan school en voldeed tot het einde toe niet aan haar eisen. Ik verachtte haar als milieu, kritiseerde de manieren van haar machthebbers en bevond mij al vroeg in een soort literaire oppositie tegen haar geest, haar discipline, haar africhtingsmethoden. Mijn indolentie, misschien noodzakelijk voor het flinke groeien, mijn behoefte aan veel vrije tijd om niets te doen en lekker in stilte te lezen, een werkelijke traagheid van mijn geest waaronder is ook vandaag nog te lijden heb, lieten in mij een afkeer van de leerdwang opkomen en zorgden ervoor dat ik die dwang stug aan mijn laars lapte.”

Het spreken over traagheid en indolentie is opmerkelijk, gezien zijn omvangrijke oeuvre. Het valt echter niet te ontkennen dat Heinrich Mann, de vier jaar oudere broer van Thomas, destijds de pen al heel wat produktiever hanteerde. Harpprecht gaat in enkele hoofdstukken uitvoerig in op de rivaliteit tussen de gebroeders Mann. Thomas was jaloers op Heinrich, al voelde hij ook wel dat het kil aandoende werk van zijn broer nooit de harten van de Duitse lezers zou veroveren. In hun jeugd boterde het al niet tussen hen beiden. Hoewel ze op één kamer sliepen, spraken ze een jaar lang nauwelijks een woord met elkaar.

Het reeds op prille leeftijd begonnen conflict kreeg een politieke dimensie die culmineerde in de 'Betrachtung eines Politischen' die Thomas Mann in 1919 tegen de democratisch-socialistische ideeën van zijn broer schreef. Aan de hand van brieven en dagboeknotities laat Harpprecht zien dat deze gespannen situatie later plaats maakte voor een zekere toenadering. Maar toen hoefde Thomas Mann zijn broer niet echt meer te vrezen.

De broedertwist is voor de biograaf aanleiding om zorgvuldig en uitgebreid op een ander aspect van het leven van Thomas Mann in te gaan, namelijk op diens homoërotische gevoelens. Brieven en dagboekaantekeningen liegen er niet om dat Thomas Mann gefascineerd was door de schoonheid van het mannelijk lichaam. Vriendschappen met mannen vormen een vast bestanddeel van Thomas Manns leven. Bij vriendschap is het gebleven, al suggereert Harpprecht dat de schrijver in Napels wel een schandknaapje zal hebben gehuurd.

De wetmatigheid van zijn leven is echter de sublimatie van deze erotische voorkeur geweest. Mogelijk gaat zelfs dit te ver en moeten we ons de cultus van het schone, van het esthetische, van Goethe via Schopenhauer naar Nietzsche voor de geest roepen om enigszins te kunnen peilen in welke gedaante van Eros het schrijverschap van Thomas Mann was verankerd.

Daarbij is Tonio Kröger uit de gelijknamige novelle een sleutelfiguur, met zijn verliefdheid op Hans Hansen en Ingeborg Holm, met zijn zwelgen in romans over de onvervulbaarheid van de liefde, terwijl zijn klasgenoten liever paard gingen rijden. Harpprecht heeft gelijk wanneer hij in Tonio de sleutel tot het gehele werk van Thomas Mann ziet; de jongen uit een rijk burgermanshuis die kunstenaar wil zijn, maar die de burgerlijke orde niet kan verruilen voor de liederlijkheid van de literator.

Paul Citroen - die van de leden van het gezin Mann later prachtige portretten maakte - merkte eens op dat Thomas Mann het gezicht van een bankdirecteur had. Een gesoigneerde, rijke burger, dat werd Thomas Mann pas echt door zijn huwelijk met de in heel München als schoonheid bekend staande Katia Pringsheim. Happrecht portretteert uitvoerig de leden van het joodse gezin Pringsheim als begaafde, voorname, religieus gezien geassimileerde mensen.

De band met de Pringsheims is voor hem een goede aanleiding om het probleem van de houding aan de orde te stellen die Thomas Mann tegenover het jodendom van zijn tijd aannam. Mann sprak zich op een manier over de joden uit die bekend staat als 'burgerlijk antisemitisme', een vorm van antisemitisme die tot de goede toon hoorde en door de gebruiker niet als agressief werd ervaren. Geassimileerde joden als Walther Rathenau bezigden deze vorm zelf.

Toch verbazen de krasse uitspraken die Thomas Mann over de joden doet, uiteraard ook tegen de achtergrond van zijn nauwe betrekkingen met het gezin Pringsheim. Voor mij onbekend was de polemiek van Thomas Mann met de joodse schrijver Theodor Lessing, auteur van 'Der jüdische Selbsthass'.

De controverse met Lessing is slechts een voorbeeld van de talrijke interessante bijzonderheden die Harpprecht in zijn boek beschrijft. Thomas Mann had een hele stoet intellectuele leermeesters. Nietzsche is van allen de invloedrijkste geweest. Over hem zegt Mann in 1919 dat hij de Duitsers heeft leren schrijven. Hij ontkwam er niet aan om na het Derde Rijk Nietzsche opnieuw tegen het licht van de historische ervaring te houden en diens waarde te bepalen. Dat deed Thomas Mann in 'Nietzsches Philosophie im Lichte unserer Erfahrung'. Hij toont daarin de politieke kwetsbaarheid van Nietzsche's ideeën aan, terwijl hij Nietzsche anderzijds tegen het misbruik door de Nazi's in bescherming neemt. Duidelijk is echter dat Thomas Mann de gevaren van zijn eigen denken over geschiedenis indirect via Nietzsche formuleerde.

Het denken over de Duitse geschiedenis en over het wezen van de Duitser hield Thomas Mann al in een vroeg stadium van zijn leven bezig. Dit denken maakte in de loop der decennia een opmerkelijke ontwikkeling door, vooral met betrekking tot de waardering van de democratie als staatsvorm. De breuk met het ontaarde Duitsland vond definitief in 1936 plaats. Als gevolg daarvan werd hem zijn Duitse staatsburgerschap ontnomen.

Thomas Mann bleef tijdens de emigratiejaren in Zwitserland en de Verenigde Staten een loyale Duitser, loyaal aan de cultuur van Weimar, van Goethe en Schiller. Hoe pijnlijk moet het daarom zijn geweest dat hij na 1945 op de korrel werd genomen door schrijvers die tijdens het Derde Rijk in Duitsland waren gebleven en tot een innere Emigration hadden besloten.

Duitsland was na 1945 ook politiek verdeeld. Aan de conflicten tussen Oost en West kon Mann zich niet onttrekken toen hij in 1949 in het Oostduitse Weimar bij de Goethe-herdenking en in 1955 in dezelfde stad bij het Schiller-jubileum sprak. Tegenover de DDR betoonde Thomas Mann zich redelijk welwillend. Dat namen de Westduitsers hem niet in dank af.

Deze biografie is een rijk boek. Niet alleen door de schat aan details. Het is ook een zeer goed geschreven boek. Harpprecht heeft zonder twijfel het een en ander opgestoken van de fenomenale stijl van Thomas Mann. Van deze stijl legt dit boek ook getuigenis af door de vele functionele citaten uit de romans, de novellen, de brieven en de dagboeken van de Tovenaar, zoals Mann door zijn zes kinderen werd genoemd. Het verkwikkende aan Thomas Manns stijl is de ruimte die hij weet te scheppen in het schrijvend denken over politieke, sociale en esthetische problemen. Waarom bezitten onze huidige politici niet zulke vermogens? Lezen ze te weinig Nietzsche? Of Thomas Mann?

Nederland komt slechts terloops in deze biografie aan de orde. De Manns brachten hun vakantie graag door in hotel Huis ter Duin in Noordwijk aan Zee. In 1955 ontving Thomas Mann uit handen van minister Beyen een hoge onderscheiding: hij werd commandeur in de Orde van Oranje-Nassau. Later ontving Koningin Juliana hem op Paleis Soestdijk en legde zij (volgens Harpprecht) aan Katia en Thomas Mann de problemen voor die zij had met de slechte schoolresultaten van Beatrix. Thomas Mann zal er heet noch koud van zijn geworden.

De betekenis van de Nederlanderse cultuur voor Thomas Mann en de opvallende rol die Nederlanders in Manns werk spelen wordt niet door Harpprecht behandeld. Dat is jammer, want Gerda Buddenbrook en Mijnheer Peeperkorn komen niet zomaar uit Nederland.

Hier ligt dus nog een akkertje braak. Wie doet er wat aan?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden