Review

Theoloog van de boekenkist was ondogmatisch

Henk J. M. Nellen & amp; Edwin Rabbie (eds.): Hugo Grotius Theologian. Essays in Honour of G. H. M. Posthumus Meyjes. E. J. Brill, Leiden, New York, Köln; geb. 275 blz., ¿ 135,-.

JAN DIRK SNEL

Onreglementair vertrekkende gedetineerden leggen tegenwoordig een voorkeur aan de dag voor meer hedendaagse technische hulpmiddelen als helicopters en explosieven. Een gestrafte die graag leest, blijft waarschijnlijk rustig zitten.

Twee serieuze boekenkisten zijn er, die er uitzien alsof Hugo de Groot (1583-1645) er op 22 maart 1621 in ontsnapt zou kunnen zijn, uit de staatsgevangenis Loevestein.

De meest comfortabele staat in het Amsterdamse Rijksmuseum, een kortere in het Delftse Prinsenhof.

Hoofdkussen

Het verhaal over De Groots ontsnapping is zo bekend, dat niemand er zich kennelijk over verbaast, dat zijn boeken in zo'n onhandig grote kist versjouwd werden. Bij zijn ontsnapping gebruikte De Groot als hoofdkussen een kostbaar Nieuw Testament van zijn vriend Thomas Erpenius, hoogleraar Arabisch in Leiden. Heel wat theologisch leesvoer uit diens boekerij en die van G. J. Vossius is in die kist heen en weer gegaan.

Toen Hugo de Groot op 29 augustus 1618 gearresteerd werd, kwam er een abrupt einde aan een drukke politieke loopbaan als pensionaris van Rotterdam en lid van Gecommitteerde Raden (het dagelijks bestuur) van Holland. Plotseling kreeg hij tijd, maar anders dan verlangd. In mei 1619 kreeg Grotius levenslang. Zijn bezittingen werden geconfisceerd. In juni werd hij van Den Haag overgebracht naar Loevestein.

Het ene na het andere stuk schreef Grotius daar: juridische werken natuurlijk, vertalingen (Grieks in Latijn), gedichten. En theologie. Hij hielp Erpenius met aantekeningen voor een meertalige editie van het Nieuwe Testament. Nog in Den Haag had hij een doopcatechismus in vraag en rijmend antwoord geschreven, voor zijn dochter Cornelia. Het werkje werd gunstig ontvangen.

Op Loevestein dichtte Grotius een groter werk: Bewys van den waren godsdienst, dat in 1622 anoniem verscheen. Later zou hij het vertalen in Latijns proza, De veritate religionis christianae, en zo voor een internationaal publiek toegankelijk maken. Met meer dan 150 uitgaven in diverse talen werd het zijn meest gelezen werk. Vooral in Engeland was het populair.

Trouwens, Grotius had al in 1611, vóór zijn gevangenschap, een theologisch tractaat geschreven, Meletius. Het vond geen uitgever. In 1984 werd het manuscript ontdekt door de Leidse hoogleraar kerkgeschiedenis G. H. M. Posthumus Meyjes.

Een hardnekkige voorstelling wil, dat een onderzoeker in een uithoek van een archief, dat strijk en zet als stoffig wordt omgeschreven, een bundel papieren ontdekt, waar tot dan toe niemand naar had omgekeken. Maar zo gaat zoiets niet. Posthumus Meyjes zat achter zijn bureau te bladeren in een handschriftencatalogus uit 1849, toen een zekere titel hem bekend voorkwam. Ontdekken was dus: de juiste gegevens combineren. Spannende weken volgden, waarin het handschrift werd bestudeerd: Was het het echt? Ja dus. Posthumus Meyjes gaf het boek vervolgens uit.

Wat was er passender dan de bundel voor het afscheid van Posthumus Meyjes als hoogleraar te wijden aan Grotius' werkzaamheid als theoloog?

Dertien artikelen (en twee bibliografieën) omvat de bundel. De eerste afdeling gaat over Grotius' belangrijkste theologische werken. Zo vat Jan Paul Heering zijn proefschrift over De veritate (uit 1992) op handzame wijze samen. Grotius gebruikte als model niet alleen geschriften van de roomse J. L. Vives en de gereformeerde Philippe Duplessis Mornay, maar ook van de toen beruchte antitrinitariër Faustus Socinus. Het was overigens veel te riskant om dat toe te geven.

Posthumus Meyjes zelf schrijft een heel artikel over twee bijna onleesbare bladzijden kladaantekeningen van Grotius, waarop het schema van zijn Meletius bleek te staan. Nauwkeurig viel met dit stuk in handen na te gaan, hoe Grotius werkte.

Profetie

Andere artikelen gaan over Grotius' visie op André Rivet, Erasmus, op het jodendom - interessant geacht als leverancier van exegetische gegevens, maar theologisch bestrijdenswaardig. Ook Grotius' kijk op Frankrijk komt aan bod; hij woonde er ruim twintig jaar, lang als ambassadeur voor Zweden, maar hij vond de Franse politici onbetrouwbaar.

In zijn laatste levensjaren publiceerde Grotius uitgebreide aantekeningen over het Oude en Nieuwe Testament. Met name zijn uitleg van profetische en apocalyptische bijbelgedeelten trok de aandacht. Grotius weigerde de Antichrist te identificeren als de paus. Ronduit schokkend vonden velen dat. Bijbelse voorspellingen, meende Grotius, plachten veel sneller in vervulling gegaan. Die stellingen van Grotius gingen tegen de tijdgeest in. Een gematigd millenarisme was gangbaar. James K. Cameron (de vader van Euan, zeg je tegenwoordig) en J. van den Berg beschrijven, hoe Schotse en Engelse tijdgenoot-theologen Grotius weerlegden. Ernestine van der Wall laat zien hoe de Nederlandse Coccejaan Campegius Vitringa hetzelfde probeerde.

Grotius was een ondogmatisch theoloog, die naar vrede en verdraagzaamheid streefde. Men moet dat niet verkeerd verstaan. Zijn afkeer van dogma's hield in, dat hij een kern van essentiële geloofswaarheden wilde onderscheiden van dogma's, die niet per se noodzakelijk zijn. Hij vond het niet echt nodig te speculeren over begrippen als 'natuur' en 'hypostase'. Maar de voldoening door Christus' kruisdood verdedigde hij van harte. En dat God eeuwig, almachtig, alwetend en volstrekt goed is, wist hij al voor hij in de Bijbel gekeken had.

Grotius' opvatting over tolerantie was niet het hedendaagse formele, dus lege begrip. Hij was op zoek naar wat christenen van verschillende confessies inhoudelijk gemeen hadden. De stroming waarin Grotius' gedachtengoed weerklank vond, is op enkele restanten na ten onder gegaan. Het meest verwant zijn tegenwoordig misschien de wat meer rationalistische evangelischen.

De Leidse specialist voor het Nieuwe Testament, Henk Jan de Jonge, concludeert dat De Groot maar weinig bijdroeg aan de ontwikkeling van de historische kritiek. Waardevol vindt hij echter, dat Grotius de evangeliën serieus nam als documenten van de eerste eeuw, in plaats van als ammunitieleverancier voor 17e-eeuwse woordenstrijd. Het gezag van discipelen en evangelisten achtte Grotius bewezen door de wonderen die ze zelf hebben verricht en de wonderen die later op hun graven geschiedden. De Jong noemt dit een verrassende zwakte in Grotius' apologetiek. Mij lijkt nu juist, dat in dit soort redeneringen Grotius' mentale denkwereld mooi oplicht.

Voor wie zich in de ontwikkeling van het Europese geestesleven interesseert, is deze bundel machtig interessant. Maar eigenlijk zou Grotius' De Veritate gewoon in vertaling moeten verschijnen in de beroemde rode reeks Ambo-klassieken. En zou Posthumus Meyjes niet eens een essayistische monografie kunnen schrijven over wat hem nu zo boeit in de theoloog van de boekenkist?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden