Expositie

Theo Thijssen kon op reis ‘maffen in alle standen’

Theo Thijssen (vooraan in de auto) als toerist in Kopenhagen, 1931.

Met gevoel voor detail en op hilarische toon deed schrijver, onderwijzer en vakbondsbestuurder Theo Thijssen verslag van zijn buitenlandse reizen, begin 20ste eeuw. Het Theo Thijssen Museum wijdt er een expositie aan.

Reizen deed hij per trein. In die tijd vanzelfsprekend, want het meest betaalbaar. Als bestuurder van de onderwijsbond en SDAP-Kamerlid reisde Theo Thijssen (1879-1943) heel Europa af.  Voor het vakbondsblad De Bode deed hij verslag van zijn reizen, ontmoetingen, het eten en de sfeer, ook toen die op sommige congressen grimmig werd na 1933 als er Duitse afgevaardigden aanwezig waren.

Een deel van die verslagen kwam terecht in ‘Een bonte bundel’ uit 1935, de rest verdween in de archieven, waaruit Thijssen-biograaf Peter Paul de Baar ze weer heeft opgediept. Voor het Theo Thijssen Museum in Amsterdam maakte hij een expositie over de reizen van Thijssen. Te zien is hoe de schrijver eerst Amsterdam, toen Nederland en vervolgens Europa ontdekte. Zijn hutkoffer staat er, zijn paspoort ligt in een vitrine en er zijn veel foto’s van de circa twintig steden die hij bezocht, waaronder Praag, Parijs, Londen en Berlijn.

In een trein zocht Thijssen altijd een rookplek: “Je moet in zo’n internationale trein nooit de eigenwijsheid uithalen zelf je plaats te zoeken, want de kondukteur alléén weet welke plaatsen vrij zijn en welke besproken. Dus druk je zo’n kondukteur de hand, en zegt dat je tweede klas roken wilt hebben, raamplaats. Hij duwt je een eerste-klaskompartiment in, en geeft je een raamplaats, en verwisselt het geëmailleerde bordje met ‘1’ er op voor een ander, waar ‘2’ op staat.”

Hoe kreeg hij genoeg sigaren de grens over

Eén van de grote uitdagingen was: hoe kreeg hij genoeg sigaren de grens over, zo schrijft Thijssen in sappige reisverhalen. Er waren meer ontberingen, zo viel het slapen in de trein hem zwaar, logisch voor iemand van 1 meter 92. Bovendien was het er soms stervenskoud. Gelukkig had hij in zijn diensttijd in 1914 geleerd te ‘maffen in alle standen’.

Vaak reisde Thijssen samen met collega-bestuurder Siene Nolle Posthumus, een stugge Fries, die zich ook ergerde aan Thijssens verslagen van de bondsvergaderingen. Hij vond die niet zakelijk genoeg. Thijssen schetste het weinig gezellige samenzijn in een hotelkamer in Parijs: “Op de kamer stond, behalve de twee bedden, een soupertje klaar: een paar droge brokken brood, een paar plakken vlees, wat sla, druiven en een peer, twee taartjes, en een fles witte wijn met twee glazen. De fles wijn wekte de afschuw op van mijn kameraad, maar ik stelde hem gerust (…) dat het leegdrinken van de hele fles geen morele verplichting was. We verdeelden het souper, waarbij de een voornamelijk het vegetarische standpunt innam, en de ander het vlees met de wijn besproeide.”

‘Ik heb lekker op een bankje in de parken bij de Tuilerieën zitten staren naar de Arc de Triomphe’

Als een echte Hollander gruwde Thijssen in Spanje van de geuren (van ‘schoteltjes zoute gedroogde slakken of overjarige eindjes worst’). In Santander, waar nog weleens een congres was, was alles ook een stuk armoediger dan in Parijs, waar hij in 1933 op weg naar Spanje nog een tussenstop maakte. Het ontlokte hem een ware liefdesverklaring: “(…) daarna ben ik, volkomen opgekikkerd, met een van m’n acht goeie hollandse sigaren in ’t hoofd, kalmpjes langs de Seine gaan flaneren, nu aan de ene, dan aan de andere kant, en ik heb lekker op een bankje in de parken bij de Tuilerieën zitten staren naar de Arc de Triomphe. (…) En niemand, die Parijs niet kent, kan begrijpen, hoe zo’n verloren avond te midden van al dat geroezemoes je brengt in een stemming van weldadige rust en innige tevredenheid.”

Na een congres in Wenen in 1928 trok Thijssen vanuit hotel Mariahilf op met de veel jongere Wener Heinz Kövari, die al eerder het plan had opgevat zijn boek ‘Kees de jongen’ in het Duits te vertalen. Kövari sleepte hem heel Wenen door. Thijssen: “De revolutie heeft er op aandoenlike wijze alles heel gelaten; heel de gebouwen-geschiedenis van het Keizerlike hof waarbij ik steeds moest denken: allemaal imitatie van Parijs (…).”

Thijssen op één van zijn reizen door Europa.

Het leek een enorme mannenaangelegenheid, de bijeenkomsten die Thijssen overal in Europa bezocht. Zelden maakte hij melding van vrouwen op die congressen. Er waren er wel een paar, maar nooit in de Nederlandse delegatie, wel in de Franse en Engelse. De Bond van Nederlandse Onderwijzers bestond weliswaar voor de helft uit vrouwen, maar die drongen bijna nooit door tot de hogere bestuursregionen, weet Peter Paul de Baar. Was het dus ondenkbaar dat Theo Thijssen Thea Thijssen was geweest? Los van of ze ons ook van die heerlijke reisverslagen had kunnen voorzien? “Je had wel Angenita Klooster, zij zat van 1919 tot 1921 in het hoofdbestuur van de onderwijsbond, tot ze onderwijsinspecteur werd. Maar daarna bestond, althans tot de Tweede Wereldoorlog, dat bestuur weer alleen uit mannen.”

De expositie ‘Reizen met Thijssen’ in het Theo Thijssen Museum, Amsterdam, is vanwege corona alleen op afspraak open: info@theothijssenmuseum.nl

Lees ook: 

Journalist Peter-Paul de Baar: Ik droom vaak dat ik terug naar school moet

‘Vannacht veranderde ik een oosterse prinses voor haar eigen veiligheid in een visje en stopte haar in een oude klok

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden