Theo Maassen wint Poelifinario-cabaretprijs

Theo Maassen zwiert in 'Vankwaadtoterger' langs allerlei heilige huisjes. Beeld ANP Kippa

Theo Maassen heeft het meest indrukwekkende cabaretprogramma van het afgelopen seizoen gemaakt en Jan Beuving is de meest veelbelovende theatermaker met het grootste toekomstperspectief. Vanavond kregen zij in Theater Diligentia in Den Haag de Poelifinario en de Neerlands Hoop uitgereikt.

Aan het begin van zijn bekroonde programma 'Vankwaadtoterger' neemt cabaretier Theo Maassen (1966) zich voor om de ultieme grap over de profeet Mohammed te maken. Maar gedurende de show loopt hij tegen allerlei grenzen, bezwaren en risico's aan die hem er uiteindelijk van weerhouden. Door die geraffineerde opbouw kan hij zwieren langs allerlei heilige huisjes die hij met genoegen een trap geeft.

Een ander belangrijk thema in dit programma, maar eigenlijk in alle shows van Maassen, is onverschilligheid. Dit keer vertelt hij over een man op een brandend matras. Als de brandweerman vraagt hoe het matras vlam heeft gevat, antwoordt de man dat hij dat niet weet omdat het matras al brandde voor hij erop ging liggen. Aan het eind van 'Vankwaadtoterger' blijkt: die man zijn wij. Wij, westerlingen die onverschillig zijn tegenover de fanatiekelingen. Met zulke, soms pijnlijke verhalen probeert Maassen zijn gehoor wakker te schudden, aan het denken te zetten zonder dat hij een pasklaar antwoord heeft of geeft.

Cameretten

Theo Maassen staat al meer dan een kwarteeuw op het podium. In 1990 werd hij lid werd van Comedytrain en won hij zowel het Groninger Studenten Cabaret Festival als Cameretten. Hij maakte negen theaterprogramma's, waaronder zijn debuut 'Bepaalde dingen' (1994), het eveneens met de Poelifinario bekroonde 'Tegen beter weten in' (2006) en de oudejaarsconference 'Einde oefening' (2013). Tussendoor speelde hij in de films als 'Minoes', 'TBS' en 'Bro's before Ho's'. Ook was hij als interviewer te zien in de laatste seizoenen van '24 Uur met...'

Maassen is te typeren als iemand die op het podium voortdurend zoekt, twijfelt en graaft naar wat hem bezig houdt en wat zijn blik op de wereld is waarin we leven. In de recensie over 'Vankwaadtoterger' stond: "Maassen maakt verontrustend, urgent cabaret, met voortreffelijke, maar harde grappen over mens en maatschappij, seks en religie." Hij weet daarbij als een volleerd dirigent te zaal te leiden van harde lach naar oorverdovende stilte. Het wringt ergens ook: Maassen die zijn boosheid ventileert en daar lachsalvo's mee oogst. Maar het is hem ernst, anders zou hij niet al zo lang hameren op hetzelfde aambeeld: het gaat slecht met de wereld en wat doen we elkaar toch aan, vaak in naam van een god? Veel cabaretiers hebben dat, een soort blauwdruk die heimelijk onder hun voorstelling ligt. Vaak zijn opbouw en/of thema's een terugkerend refrein in het oeuvre-lied. Maar het knappe is: bij de echte goede cabaretiers merk je niet dat die blauwdruk bestaat. Je bent dan toch weer overdonderd door slim opgezette, maar absurde logica en ongelooflijk goede grappen. Dan weet iemand toch weer een fraaie nieuwe draai te geven aan bekende thema's. Theo Maassen kan dat.

Jan Beuving: wiskundige tussen de theateralpha's

Jan Beuving. Beeld rv

Nee, voor de hand lag het niet. Jan Beuving (1982), wiskundige, ging naar de Koningstheateracademie in Den Bosch. Omdat zijn hart stiekem bij het cabaret lag, of liever nog, bij het liedjes schrijven. En hij dacht: als ik het nu niet doe, heb ik over veertig jaar spijt. Inmiddels heeft hij twee cabaretprogramma's op zijn naam staan en een flink aantal prachtige liedjes die dan weer verhalend, dan weer humoristisch zijn. Hij kreeg er in 2012 al de Annie M.G. Schmidtprijs voor en dit jaar de Willem Wilminkprijs.

Zijn eerste cabaretprogramma, 'Reken maar nergens op', speelde hij samen met zijn vriend Daan van Eijk. De twee hebben overigens samen een wetenschapscolumn in deze krant. In die voorstelling werden op grappige wijze de verschillen tussen wis- en natuurkunde uitgespeeld. Wat toen al opviel, waren de liedteksten van Beuving. Natuurlijk waren ze qua metrum en rijmschema perfect, want hij is en blijft een wiskundige die goed gekeken heeft naar het ambacht van Kees Torn en Drs P. Tegelijkertijd heeft hij zich ook laten beïnvloeden door de lyrische kant van kleinkunstenaars als Maarten van Roozendaal en Theo Nijland. Hij zei eerder in deze krant: "Een liedtekst schrijven is eigenlijk net wiskunde. Je hebt een probleem dat opgelost moet worden. Dus moet je van het probleem naar het bewijs en je hebt er maar een beperkte ruimte voor. Die puzzel oplossen is fantastisch."

Bèta tussen de alpha's

De Neerlands Hoop krijgt hij voor zijn tweede programma 'Raaklijn'. Hierin staat hij alleen op het toneel, maar heeft aan Tom Dicke een uitstekende pianobegeleider. Beuving speelt hij voortdurend met de verschillende werelden waarin hij verkeert. Als bèta tussen de alpha's, als intellectuele, voetballende cabaretier tussen zijn elftalgenoten die veelal PVV stemmen, als liedjesschrijver die soms vanuit zijn hart iets opschrijft wat niet waar is versus zijn wiskunde-hoofd dat vindt dat alles moet kloppen. Liedjes met gehaaide rijmschema's over de laatste stelling van Fermat, over de Tangens (ander woord voor raaklijn), maar ook beeldende nummers over de enige zwarte man in een dorp of over een jongetje dat alles telt. Hij staat daarbij immer in ruitjesoverhemd op het podium en wordt fraai begeleid door pianist Tom Dicke. Mooi wel, dat hij zijn afkomst niet kan verloochenen, want dat geeft hem een unieke stem in de cabaretwereld.

Bekijk hieronder het juryrapport

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden