Theatermaker Steef de Jong is creatief met karton

Steef de Jong en Marieke Hopman (links, met accordeon) bij de repetitie van 'Orfeo, een drama van karton'. Beeld Werry Crone

In de rubriek De Schepping vertellen kunstenaars hoe hun werk tot stand komt. Deze keer zanger, kunstenaar en acteur Steef de Jong. Hij is dol op operette, maar zijn grote liefde is het lijmpistool.

Het is oppassen om in de werkruimte van theatergezelschap Groots en Meeslepend niet ergens je nek over te breken. Stroken karton, vellen papier, figuurzaag, lijmpistool. Naast de wc zit een etalagepop op een stoel, hij heeft een Weens huzarenjasje aan. Hij staart in de richting van een volledig in karton uitgevoerde Louis Quinze-vitrinekast, met daarin een 126-delig servies dat is gemaakt van die tuttige papieren matjes waar je een taart op zet. Het is, wat je noemt, een gezellige bende.

Bar koud is het wel, hier in de fabriekshal op het voormalige industrieterrein in het centrum van Haarlem, maar achter een dik velours gordijn blaast een warmtekanon behaaglijkheid. Nina Vreeken staat in deze werkruimte-annex-kantoor aan een hoge tafel met karton en papier te pielen: het moet een hoed worden voor Charon, de veerman die Orfeo naar de Hades overvaart, een van de vele personages die performer Steef de Jong, de nieuwe lieveling van het Nederlandse theater, in de theaterproductie 'Orfeo, een drama van karton' tot leven brengt.

Vreeken maakt samen met Steef de Jong alle decors en rekwisieten voor de productie die zaterdag in première gaat. Theaterliefhebbers kijken ernaar uit.

Steef de Jong kreeg begin dit jaar de Mary Dresselhuys Prijs, voor zijn oeuvre tot nu toe. De jury noemde de Haarlemmer met zijn grote blauwe ogen een 'opmerkelijk fenomeen, een inventief en regelrecht multitalent'. Hij blijft er bescheiden onder. Tot zijn grote vermaak, ook wel ergens tot zijn schrik, kwam hij erachter dat een volslagen onbekende onlangs een Wikipediapagina over hem heeft geschreven. "Geestig dat mensen de moeite nemen..." Sjaal om, stofjas aan, lijmpistool in de aanslag. "Eigenlijk ben ik blijven doen wat ik als kind al deed", zegt De Jong. "Gewoon iets maken. Een van mijn vroegste herinneringen is dat mijn opa een cassettedeck repareerde. Dat vond ik er zo leuk uitzien, dat wilde ik ook wel, dus knutselde ik er zelf eentje in elkaar van oude dozen."

Er zijn inmiddels twee manshoge pallets dubbel- en enkellaags karton voor Orfeo doorheen gejast. Vijfhonderd lijmpistool-patronen leeggeschoten. Drie emmers houtlijm opgekwast. Leukoplast is de nieuwste vinding, daarmee plak je volgens Nina Vreeken werkelijk álles vast. "Er staat een hobbybox vol rollen binnen handbereik."

Tekst loopt verder onder de foto

'Het moet hop hop in elkaar zijn gezet, zo van: ram ram. Dat je denkt: hé, een vouw, daar zit vast weer een stukje wereld achter.' Beeld Werry Crone

Magie zonder iets digitaals

Waarom dat karton? O, dat is toeval. In het begin van zijn carrière maakte De Jong een voorstelling waarin hij zelf niet meespeelde. "Acteurs, belichting, decors van hot naar her zien te krijgen, ik vond het zó'n gedoe, al die mensen en dat geregel. Toen dacht ik: ik doe het voortaan lekker helemaal zelf, met decors die makkelijk zijn in te klappen en mee te nemen. Sindsdien is dat de vorm geworden."

Operette is het lievelingsgenre van Steef de Jong. Je weet wel: van die mannen in rokkostuum die bij volle maan in een graanveld het glas heffen op hun geliefde stad Wenen, met wéér een vocale uithaal - lalala! Dat is de ultieme groots-en-meeslependheid voor De Jong, iets wat hij bij al zijn voorstellingen - naast karton, zang, spel en humor - voor ogen heeft. Vandaar de tongue-in-cheek naam voor het theaterbedrijfje 'Groots en Meeslepend', dat hij samen met regisseur Ina Veen in 2013 oprichtte.

Ina Veen zag meteen wat voor talent ze in de kuip had, toen hij als aanstormende theatermaker revue-achtige producties bij haar in de Haarlemse Toneelschuur maakte. "Steef is maker, performer, knutselaar, en heeft de gave dat mensen naar hem willen kijken. Met karton en papier, heel simpel, toont hij hoe mooi de wereld is, hij gidst je door je eigen verbeeldingskracht. En als hij zingt, geeft hij je het gevoel dat hij voor jóú zingt, dat is heel speciaal. Dat doet-ie heel graag, dat zingen, maar zijn grootste liefde is en blijft het lijmpistool."

"Natuurlijk maken we alles zelf," roept De Jong. Hij citeert zijn oude docent van de Rietveld Academie: "Als je zelf een taart hebt gebakken, dan gooi je er op het eind ook geen fles Tova-saus overheen." De voorstellingen ontvouwen zich met uitklapdecors en bordkartonnen rekwisieten als in een pop-upprentenboek. "Een pop-upboek heeft magie, zonder dat je er een stekker of iets digitaals bij nodig hebt," zegt De Jong. In de werkruimte staat een rijtje van die pop-upboeken, of beter gezegd, wat ervan over is. De Jong en Vreeken hebben ze uit elkaar gehaald om te kijken hoe die 3D-effecten, vol doorkijkjes en optische illusies, worden bereikt. De Jong: "In 'Orfeo' zit het thema van de hyacint, een bloem waarin Apollo zijn geliefde doet voortleven. Op een punt in de voorstelling klapt er in het decor eentje open, die moet een halve draai naar het publiek maken. Daar hebben Nina en ik flink op zitten puzzelen."

Tekst loopt verder onder de foto

Beeld Werry Crone

Lak aan alles

Het heeft de charme van fröbelen: dit houtje-touwtjetheater, pop-up-operette, uitklaptoneel, of hoe je het theatergenre van De Jong ook wilt noemen. Het hoge fröbelgehalte is een deel van de charme, hij houdt niet van recht en waterpas.

"Het moet hop hop in elkaar zijn gezet, zo van: ram ram. Je moet de vouwen tussen de stukken karton zíén, dat je als publiek denkt: hé, een vouw, daar zit vast weer een stukje wereld achter."

Zijn voorstellingen zijn geen afspiegelingen van de werkelijkheid, hij wil 'gewoon een éígen wereld maken'. "Die vouwt zich open en daar kun je induiken. Heden en verleden lopen er door elkaar, kofferpapier kan een kostuum worden. Daartussendoor kom ik met verhaaltjes en liedjes die linken aan wat je kunt voelen of herkennen. De wereld op toneel moet wel dichtbij komen."

Met Orfeo hebben ze wat betreft operette hét oerverhaal te pakken: zowel de eerste opera (Monteverdi, 1607) als de eerste operette (Offenbach, 1858) gaan over de mythologische figuur Orpheus, die zijn Eurydice uit de onderwereld wil halen. Maar Orpheus houdt zich, o wee, niet aan de goddelijke voorwaardes en kijkt tóch achterom. Zo verliest hij zijn geliefde definitief.

In het succesvolle 'Steefs Operette-uurtje', door bijna alle kranten met vijf sterren bejubeld, koos De Jong voor een snedige benadering van de mythe. Het was dolkomisch hoe hij alle goden en intriges fileerde met Offenbachs operettemuziek. Daarnaast deelde hij en passant interessante wetenswaardigheden over het in Nederland vergeten operettegenre met zijn publiek. 'De cancan - kent u die dans van de beentjes omhoog? - nou, die komt dus uit Offenbachs Orfeo.'

Het succes maakt hem zenuwachtig voor zijn eigen Orfeo, die meer naar 'serieuze' opera neigt en waar accordeonist Marieke Hopman de muziek voor componeerde. "Ik ben bang dat iedereen denkt, o leuk, nu komt Steefs Operette-uurtje 2.0. Maar Orfeo is niet alleen lachen gieren brullen, ik zoek de serieuze kant op. Het gaat over de eindigheid van dingen, en hoe kunst alle sores kan overwinnen. Ik hoop dat het publiek deze kant van mij ook kan appreciëren."

Ook in de pop-ups laat Orfeo iets anders zien, er wordt 'meer verteld met minder'. Geen tot in detail uitgewerkte vitrinekasten-met-servies, maar vormen en kleuren die door middel van uitvergrote projecties in een groter geheel opgaan. "Een stuk papier kan een boom zijn of de zon. Ik vind het wel zo spannend om met dat het hele minimale toch een áááh-effect voor elkaar te boksen. Het decor begint plat - da's een hele stapel karton hoor! - en die stapel wordt gaandeweg kleiner. Eigenlijk dalen we af in het verhaal, zoals Orfeo deed in de onderwereld."

Inhoudelijk lijkt De Jong met deze Orfeo ook te groeien. "Ik heb ter voorbereiding Ovidius uitgeplozen, die beschrijft wat er met Orpheus gebeurt, nádat-ie zijn Eurydice verloor. De 62 opera's en operettes die erover zijn gemaakt stoppen bij het omkijken. Maar in de laatste zin van Ovidius' Metamorfosen staat dat Orpheus' afgehakte hoofd in zee wordt gegooid en dat hij door blijft zingen. Ik las het in de tijd dat de kunstschatten van Palmyra aan flarden werden geschoten. Ik was daar enorm door van de kaart, zo triest. Maar Ovidius zegt dat echte schoonheid helemaal niet kán worden kapotgemaakt. Er is overal schoonheid als je het wilt zien. Het kan zomaar openklappen en zich aan je openbaren."

Serieuze woorden voor een artiest die in zijn afstudeerinstallatie voor de Rietveld (getiteld: 'Stevens Testosteron Revue') mythologische figuren liet plaatsnemen op de bank van tv-psycholoog Dr. Phil. "Groots en meeslepend staat voor de lach én de traan, daarom noem ik wat we doen ook operette. Operette heeft beide kanten: het meeslepende, dat kan droevig zijn, en intussen is het op een lekker melodietje gezet. Operette heeft lak aan alles. Het laat met het grootste gemak concepten los: o, nu zijn we verliefd, laladie lalada, daarom gaan we zingen en walsen. Het kán allemaal."

Carnavalskraker

Wat jammer dat carnaval achter de rug is, anders had De Jong ongetwijfeld een hit gescoord. Tijdens de repetitie zet hij een enorme inhaker in als de Graaf van Mantua. De graaf, volgens de geschiedenisboekjes de officiële opdrachtgever van Monteverdi's eerste opera 'Orfeo', zeurt in deze scène als een verwend kind om een happy end bij de componist . Want - en dan wordt het lied ingezet met rinkelende belletjes en een dansje -, 'Ik ben de graaf van Mantua en ik houd zoveel van opera / maar wel met een vrolijk einde, anders raak ik in een dip'. Marieke Hopman laat haar accordeon swingen en bespeelt met één voet de trom. Ook de technici van de voorstelling dansen mee, handjes in de lucht. Knappe jongen die het deuntje uit zijn hoofd kan krijgen.

In de serie De Schepping vertellen kunstenaars hoe hun werk tot stand komt. Lees ook:
Theo Nijland schreef het scenario en de muziek voor de film 'Het leven is vurrukkulluk'
Lowlandsdirecteur Eric van Eerdenburg over een fata morgana in de polder
Femmy Otten, die poëtische beelden op de muur laat woekeren

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden