Theater, prosecco en couscous: Eten en toneel om nieuw publiek te trekken

Mooi Weer & Zo speelt ‘Don Carlos’. ‘We bieden heel goed repertoire, geen entertainment.’ Beeld Werry Crone

Theatergroep Mooi Weer & Zo biedt in het eigen theatercafé eten en toneel aan. Leuk voor de bezoekers, vaak mensen uit de buurt, maar hard werken voor de acteurs.

Eén voor één druppelen de bezoekers binnen. Eva Lemaire (30) loopt met uitgestoken hand op hen af. “Welkom, leuk dat jullie er zijn.” Eerst maar eens een glas bubbels om op het nieuwe jaar te toosten. Langzaam vult de ruimte zich met bezoekers, die zich aan de schragentafels tegoed doen aan prosecco, soep en couscous.

Theatercafé Mooi Weer & Zo ligt net buiten het centrum van Rotterdam. Een onopvallende gevel aan de ’s Gravendijkwal, maar binnen is het op een rommelige manier sfeervol en ruikt het lekker. In de keuken achter de bar wordt non-stop gekookt. Later op de avond gaan de tafeltjes aan de kant en speelt het gezelschap de première van het stuk ‘Don Carlos’ van Friedrich Schiller.

Een zware, oude toneeltekst in dit alternatieve onderkomen van jonge acteurs? Een toevalligheid kun je het niet noemen. Eerder speelden ze ‘De Meeuw’ van Tsjechov, ‘De Bacchanten’ van Euripides en ‘Nora’ van Ibsen. Volgende maand doen ze ‘Maria Stuart’ van Schiller.

Délano van den Berg (27), die vanavond de rol van Filips II op zich zal nemen, legt het uit: “Wij vinden repertoiretheater prachtig. Het is een vooroordeel dat het ouderwets zou zijn. Het is tijdloos.”

Acteur Van den Berg en regisseur Lemaire zijn twee van de kernleden van Mooi Weer & Zo. Alle vijf zijn het acteurs met een Rotterdamse achtergrond. De kern kwam in 2013 bij elkaar bij de afstudeeropdracht van Lemaire, die de regieopleiding deed aan de Toneelschool in Maastricht. Van den Berg en Edouard Kain speelden daarin mee. Van den Berg: “Het was het jaar waarin staatssecretaris Zijlstra van cultuur de subsidiekraan een heel stuk dichtdraaide. Daar stonden we, vers van de toneelschool. Toen besloten we zelf maar iets te doen. Elke week maakten we een nieuwe voorstelling in een leeg winkelpand dat we mochten gebruiken. Als pas afgestudeerde acteurs en regisseur wilden we kilometers maken, zoveel mogelijk ervaring opdoen.”

Soep

Twee jaar later maakten de Rotterdammers iedere week een festival, met een voorstelling, een gastkunstenaar en soep. Langzaamaan werden de voorstellingen langer en het eten uitgebreider, tot dit pand werd gevonden dat ze met eigen handen verbouwden. Nu spelen ze van september tot juni: elke maand een ander stuk en een andere maaltijd. Lemaire: “Je eet hier wat de pot schaft. We zijn geen restaurant.” Van den Berg: “Het is eten bij toneel, niet andersom. Toneel is het belangrijkste onderdeel.”

Beeld Werry Crone

Het klinkt romantisch, zelf een theatergroep uit de grond stampen, maar het is hard werken. Lemaire: “We hebben allemaal een taak naast het artistieke werk. Délano is de zakelijk leider, mijn broer Philippe regelt de verbouwingen, mijn moeder kookt, ik doe alles rond de subsidies.” Die zijn er vrijwel niet. De inkomsten komen uit de kaartverkoop. Voor 20 euro krijgen die eten en toneel. Gemiddeld komen er 45 à 50 mensen per avond, drie keer per week. Van den Berg: “We geven nu ook acteerlessen ernaast. In de zomer is het altijd spannend of we genoeg hebben verdiend om van te leven.”

Lang samen

Waarom kiezen ze toch voor dit bestaan? Lemaire: “Wij geloven dat we door jaren met elkaar samen te werken als ensemble steeds beter worden. Nu het Ro Theater weg is uit Rotterdam, zijn we het enige acteursensemble van de stad. We laten stagiairs meespelen, zodat zij ook speelervaring kunnen opdoen. 

“Het heeft ook te maken met het klimaat in de kunstwereld. Toen wij begonnen, werd niet alleen de subsidie teruggedraaid. Er werd ook gezegd dat kunst onbelangrijk was, een linkse hobby. Voor ons was het onbegrijpelijk dat men zo aankeek tegen iets wat wij zo belangrijk vinden voor de maatschappij. Een van onze doelen is daarom het toneel weer aan de man te brengen.”

Ze zijn ervan overtuigd dat hun laagdrempelige concept van eten bij toneel daarbij helpt. Van den Berg: “Onze ambitie is niet dat het schouwburgpubliek komt. We zien hier veel buurtbewoners en anderen die niet vaak naar toneel gaan. Veel jongeren, havenarbeiders ook. Maar we bieden hun dan wel een heel goed repertoire, geen entertainment. En hopelijk gaan ze hierdoor ook af en toe naar ander toneel.”

Vanavond is jong en oud hier verzameld. Ivonne Bulthuis is gekomen met haar man en twee dochters. Ze komen hier vaker. “Eten en theater is een leuke combinatie”, vindt ze. “We kunnen meteen door als de meiden uit school komen. Het voelt als echt uitgaan.”

Naar de schouwburg gaat het gezin ook wel, maar dit is een heel andere ervaring. “Je zit hier veel dichter op het toneel. Daardoor lijkt het echter. En je kunt na afloop met de acteurs praten. Ik vind ze heel professioneel spelen. Erg knap dat ze met zo’n klein groepje elke maand een ander stuk neerzetten.”

Oersaai pak

Er is inmiddels veel belangstelling voor het clubje jonge honden, ook van gevestigde namen. Johan Simons stemde in om te komen regisseren, Elsie de Brauw speelde in De Meeuw mee. En nu heeft Rob de Graaf ook al aangeboden een tekst voor hen te schrijven. “Kijk”, zegt Van den Berg, en hij laat zijn telefoon zien. “Elsie de Brauw appt ‘Veel plezier vanavond’.” Onlangs vergaderde de commissie podiumkunsten van Rotterdam in deze ruimte. Van den Berg: “We hopen op een vierjarige subsidie”.

Het is tijd voor Van den Berg om zich om te kleden. Even later loopt hij rond als Filips II, in een oersaai bruin pak met lichtroze overhemd, de lange haren in een knotje, de vrolijke mond tot een hardvochtige streep geknepen. De tafels worden opgeklapt, het publiek perst zich op de tribune.

En dan ontvouwt zich het vader-zoondrama uit de Tachtigjarige Oorlog in een hedendaagse setting met nauwelijks decor of rekwisieten. Hertog Alva (stagiair Jean Pierre Nshimyumuremyi) draagt een bomberjack, koningin Elisabeth (stagiaire Jip Boschma), met wie Filips is getrouwd, al was ze aan zijn zoon beloofd, heeft een stel slordige kanten onderrokken aan. Louis Lemaire, vader van Eva, speelt de groot-inquisiteur.

Aan hoofdrolspelers Van den Berg en Kain kun je beslist merken dat ze de afgelopen jaren kilometers hebben gemaakt. Ze zetten hun personages overtuigend neer en trekken vanzelfsprekend de aandacht naar zich toe. Aan het slot drie harde klappen in zijn handen, het geluid is veelzeggend genoeg: Filips schiet zijn zoon en zijn echtgenote dood en die twee eindigen met een sterke sterfscène. 

Na het applaus blijft het bezoek hangen. Er komt nog een toetje. De ideale gelegenheid om met de acteurs na te praten. 

Mooi Weer & Zo zit aan de ‘s Gravendijkwal 77b in Rotterdam. De voorstellingen zijn op donderdag, vrijdag, zaterdag en feestdagen. Zie ook: www.mooiweerenzo.com.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden