Thé Lau (1952-2015): de man die nieuwe woorden bracht

The Scene in 2012 in de kleine zaal van Paradiso. Het afscheidsconcert van volgende maand zou in Paradiso zijn maar is verplaatst naar de HMH. Beeld Suzanne Bohncke

Thé Lau, die bekend werd als voorman van popgroep The Scene, is gisteren overleden. Hij leed al enige tijd aan kanker. Een jaar geleden, toen bekend was geworden dat Lau opgegeven was door de artsen, schreef Trouw-redacteur Emiel Hakkenes al een persoonlijk afscheid aan zijn held, voor wiens 'diepe wijsheidspoëzie' hij als puber viel.

Hier gaat een held dood. Die gedachte bleef de hele dag rondzingen in mijn hoofd. Het begon toen ik het bericht hoorde, 's ochtends in de auto. DJ Giel Beelen was de leedaanzegger: zanger Thé Lau, vertelde hij, was door de artsen opgegeven. Uitgezaaide kanker, nog zes tot negen maanden te leven. Het was donderdag 3 april 2014 en ik was te verbijsterd om zelfs maar te vloeken.

Het moet ergens in 1994 of 1995 zijn geweest. Aan het prikbord in de hal van onze christelijke scholengemeenschap in Oost-Groningen prijkte op een dag opeens een afwijkend affiche. Links hing, als altijd, een poster van de firma Zoutkorrel, met het thema van de dagopeningen die de leraren tijdens het eerste lesuur met ons moesten houden. Rechts de aankondiging van een open dag op de hogeschool in Emmen.

Tussen die vertrouwde beelden werd nu ineens reclame gemaakt voor een concert in het plaatselijke theater. Het affiche bestond uit een zwart-witfoto van vier mannen en een vrouw. Ik zag strakke blikken, omhooggestoken kragen. De vrouw hield de hals van een basgitaar vast. In handgeschreven letters stond aan de zijkant de naam van de groep: The Scene.

Die strakke blikken, die hoge kragen - het leken signalen, tekens uit een heel andere wereld dan de mijne. Een wereld waarin het niet draaide om wiskundeproefwerken en het juiste merk spijkerbroek.

Exotisch
Mijn nieuwsgierigheid was geprikkeld. Niet voldoende om direct een kaartje te kopen voor het concert. Wel fietste ik na het laatste lesuur naar de bibliotheek. Op de muziekafdeling was een cd van The Scene op voorraad. Even on-Hollands als de bandnaam was de naam van het album: 'Avenue de la Scene'. De nummers hadden lastig te doorgronden titels als 'Beschaving', 'Recht van bestaan' en 'De schaduw van het kruis'. Ronduit exotisch klonk de naam van de schrijver van de liedjes: Thé Lau.

Voor 1 gulden 25 mocht ik de cd een week lenen. Eenmaal thuis trok het laatste lied van de cd mijn aandacht. De titel was eenduidig: 'Vrienden'.

Stereo aan, cd er in. Er klonk de bastoon van een synthesizer en het zachte tikken van drumstokjes op bekkens. Een sonore bromstem zette mompelend in:

En zo werden vrienden vrienden
op een zonderling, plechtig moment
Het lied ging open als een bloem.

Zanger Thé Lau van The Scene. Beeld anp

Ik was perplex. 'Zonderling'. 'Plechtig'. De cd was twee zinnen op gang en ik maakte kennis met een vocabulaire dat niemand om mij heen ooit bezigde. Welke woorden je precies gebruikte, had er thuis nooit echt toe gedaan. Voor later, verkondigde mijn broer die voor accountant leerde, was het vooral belangrijk om goed te kunnen rekenen.

Het lied ging verder:

Ik kijk in de gloed van je ogen
onbevangen en zonder venijn
Gloed, onbevangen, venijn - ik proefde de woorden opnieuw en opnieuw.
Een van ons zweeg, de ander zei niets
maar we hadden een band en een pact

Een pact. Op die middag in het voorjaar wekte Thé Lau in mij een liefde voor taal.

Giel Beelen heeft Thé Lau aan de telefoon. Voordat hij doodgaat, zal hij afscheidsconcerten geven in Nederland en Vlaanderen, zegt Lau. In gedachten maak ik een sommetje: de afgelopen twee decennia heb ik gemiddeld elk jaar een optreden gezien van The Scene of van Thé Lau alleen.

Creatiever dan ooit
Die avond is Lau op televisie. Aan een talkshowtafel herhaalt hij zijn omineuze boodschap: nog zes maanden te gaan, negen misschien.

Hij ziet er goed uit, valt me op. Het leek ook beter te gaan, zegt hij. De behandeling voor keelkanker was geslaagd, hij voelde zich creatiever dan ooit en dacht aan een nieuwe tournee. En toen zagen artsen de uitzaaiing in zijn long. Hij vertelt het in een typische Thé Lau-zin: "Ergens in het traject is er iets ontsnapt, dat was een bijl in mijn nek."

Keelkanker krijg je van roken en drinken. Er zijn nauwelijks foto's van Thé Lau zonder sigaret, en een fles wijn was altijd in de buurt. Maar aan dat wat onverstandig is, kun je niet altijd weerstand bieden. Hij bezong het zelf:

Het monster in de spiegel met het scheerschuim op zijn kaken
De ontij in zijn ogen van de spoken van de nacht
Het monster in de spiegel met zijn bloeddoorlopen ogen
De ogen van mijn moeder, blik van zwakte, blik van kracht
De duivel op mijn hielen
Mijn allerwreedste vijand
Maar ook mijn allerbeste vriend

De televisiepresentator vraagt naar de alcohol en de sigaretten. Lau: "Het is misschien dom. Ik wist al die tijd dat ik zoiets op zou kunnen lopen. Maar ik heb geen geduld met mensen die me verwijten: je hebt erom gevraagd. Daar praat ik niet mee."

Het Nederlandse afscheidsconcert zal zijn in Paradiso, de voormalige kerk. Ik móet daar bij zijn. Om hem nog één laatste keer in zijn eigen woorden te horen zingen. Om nog één keer getuige te zijn van de overgave waarmee hij zichzelf presenteert op het podium - een mengeling van Jacques Brel en Bruce Springsteen; de ogen gesloten, de armen wijd, gitaar op de heup:

Wees niet bang, wees niet bang
want de grap is zwart en groot:
wij zijn meer bang van de liefde
dan we bang zijn van de dood

Hulptroepen
Op de zaterdagochtend van de kaartverkoop heb ik hulptroepen ingeschakeld. Stipt om 10 uur ben ik zelf ook online, maar ik beland in een digitale file. Tegen de tijd dat ik daar uitkom, nog geen tien minuten later, krijg ik de melding 'uitverkocht'. De hulptroepen melden zich. Vriendin M. sms't: ze heeft twee kaartjes. Even later telefoon: schoonmoeder heeft er ook één.

Thé Lau gaat dood. En het was bijna niet gelukt, maar ik ben bij zijn afscheid.

In het oeuvre van Thé Lau (Bergen, 1952) zie ik een paar thema's keer op keer terugkomen: God, liefde en levenslust, de dood. Daarover heb ik hem een keer gesproken, in mijn eerste dagen bij deze krant. Mijn chef zag me een televisie-item met Lau terugkijken op internet. Hij sommeerde me weer aan het werk te gaan met de vraag: moet je hem niet eens interviewen?

De zanger stemde in met het interviewverzoek. Hij stelde voor af te spreken in een uitspanning in het Amsterdamse havengebied. De winterdag was kraakhelder, zon op het water. 'De rivier is oppermachtig, een waarachtig vrouwelijk dier', zong Lau eens. Het moet op een dag als deze zijn geweest dat de hoofdpersoon van het lied dacht: 'Als je me ooit begraven moet, begraaf me dan maar hier, bij de stemmen van de joden en de slaven'.

Nescio
Stipt op tijd verscheen hij om de hoek. Lange man, geheel in het zwart. Blauwe ogen, dunne lippen. Hij loenste een beetje, zijn rechteroog wijder open dan het linker. Hij rookte de ene sigaret na de andere. Trillende vingers. We bestelden koffie. Ik legde hem citaten uit zijn werk voor, en vroeg hem of hij die wilde toelichten.

De God van Nederland
laat de geest graag vrij bewegen
maar de greep van zijn strenge hand
houdt de stoutste dromen tegen

Portret van de Nederlandse band The Scene. Rechts frontman Thé Lau. Beeld anp

Lau: "Nescio gebruikt 'de God van Nederland' in zijn verhaal 'Dichtertje'. Dat kende ik nog niet toen ik het schreef, maar we gebruiken het in dezelfde betekenis. De God van Nederland is een kleine, benepen entiteit vergeleken bij de grote God van hemel en aarde. Onze Nederlandse volksaard is soms zo kleinburgerlijk."

Ik kijk naar het werk van God
naar de gaten die het slaat

Lau: "Het was de eerste keer in mijn leven dat ik geconfronteerd werd met een dood persoon. Niet in een kist, maar thuis, op de keukenvloer. De zus van mijn vrouw, veel te jong. Ze had haar hand uitgestrekt naar de telefoon. Die aanblik gaf me een gemengd gevoel. Prozaïsch, mensen gaan nu eenmaal dood, maar dit was veel te vroeg. Haar huis was overwegend wit. De enige bewoner lag dood op de grond en toch voelde ik daar een enorme présence.

God is geen wezen dat zich bezighoudt met ons goed en kwaad. Mijn idee van God krijg ik uit het boek 'Het Heelal' van Stephen Hawking. Het biedt een blik op de aanwezigheid van iets dat veel groter is dan voor ons mensen voorstelbaar is. Misschien is God wel de oerknal zelf. Of het wezen áchter de oerknal."

Het werk van Thé Lau, realiseerde ik me, heeft een religieuze lading. Ik weet hoeveel de bijbelse psalmen en spreuken voor sommige mensen betekenen - het is diepe wijsheidspoëzie. Voor mij is Thé Lau een psalmist.

Besodemieterd
Mail van Ticketmaster. 'Dit concert wordt verschoven naar de Heineken Music Hall.

De datum voor dit optreden blijft 17 juni a.s. om 20.30 uur. Thé Lau /The Scene zijn heel erg blij dat zoveel fans bij het afscheidsconcert willen zijn (de vraag naar kaarten is enorm) en ook de belangstelling van muzikanten om aan het afscheidsconcert mee te werken is overweldigend.

Meerdere afscheidsconcerten organiseren is lastig, en de band wil heel graag in één keer met al haar fans en bevriende muzikanten een mooi concert geven.'

Optreden van The Scene. Beeld anp

Pardon? Ik voel me besodemieterd. Anderhalve week heb ik mij uitverkoren gewaand, mij gelukkig geprezen met mijn drie kaartjes. Nu krijgt de rest van Nederland een herkansing. Op het afscheid zullen niet vijftienhonderd maar vijfduizend mensen aanwezig zijn. Het maakt me boos. Waar waren al die mensen toen The Scene een paar jaar geleden voor een nog niet half gevuld Paradiso stond te spelen? Ik denk aan wat mijn vader vroeger verkondigde: als je weggaat of als je doodgaat, dan vinden de mensen je een bovenste beste.

Bij de combinatie van Heineken Music Hall en meewerkende muzikanten krijg ik een onprettig gevoel. Thé Lau heeft met velen samengewerkt. Maar ik hoef geen Paskal Jakobsen van Bløf. Ik wil geen Lange Frans. Ik wil ook geen bier en feestgedruis. Ik wil Thé Lau die met heel zijn wezen bromt en gromt over 'de aard van God die geeft en rooft'. In Paradiso, onder het gebrandschilderde raam en de leus Soli Deo Gloria.

Ik neem een radicaal besluit: ik ga niet. Ik zet mijn drie kaartjes op Marktplaats. Wie ze hebben wil, mag ze kopen. Tegen kostprijs. Nee, tegen elk aannemelijk bod.

'Opvullertje'
Tijdens het interview aan de haven raakte ik overmoedig. Alle citaten die ik uit beroepsmatige overwegingen wilde bespreken waren aan bod geweest. Ik waagde het erop een persoonlijke favoriet naar voren te brengen.

Sluimerend in duister, onbegrepen
vertwijfeld en verketterd en verwenst
in dit licht de ogen dichtgeknepen
schuilt niet in elk van ons een mens?

"Grappig dat je uitgerekend dit noemt", antwoordde Lau. "Dat lied is op de cd nou echt een opvullertje." Au.

Toen ik de cd 'Avenue de la Scene' terugbracht naar de bibliotheek, had ik spijt dat ik niet naar het concert in het provincietheater was gegaan. Maar er kwam een herkansing: in de krant las ik dat de band naar Groningen kwam, naar de grote Oosterpoort. Ik zou mijn ouders kunnen vragen me te brengen en te halen. Het had geen zin, zag ik al snel in: het concert was op een zondag.

Pas een jaar later zag ik Thé Lau voor het eerst optreden, op een voetbalveld in Overijssel. Op een piepklein popfestival was de fine fleur van de toenmalige Nederlandse popmuziek voor even bijeen. 'Met het hart in de keel, de handen langszij en het vuur in de ogen voor je', zong Lau. Er viel regen. Het deerde me niet. Na het laatste akkoord op zijn gitaar wierp Lau zijn plectrum in het publiek - precies voor mijn voeten. Mijn held en ik, we hadden een band en een pact.

Levensmotto
Sinds die droeve donderdagochtend in april heb ik mij met nieuwe overgave ondergedompeld in het oeuvre van Thé Lau en The Scene. Thuis op Spotify. In de auto op cd. In de trein op de iPod.

Op een ochtend kijk ik uit het raam van de trein. Boven de weilanden trekt de nevel op. Thé Lau zingt over het land dat vlak en stil is, en over de brede horizon. We zoeven langs het Amsterdam-Rijnkanaal als een strofe die ik al honderd keer heb gehoord zich opeens aan mij openbaart:

Ik zoek niet naar de hemel,
ik zoek niet naar de hel
ik zoek naar de verhalen
die niemand meer vertelt

Zonder dat ik erom heb gevraagd en zonder dat ik naar heb gezocht, verwoordt de gruizige stem van Thé Lau hier misschien wel het motto van mijn leven.

Er komt een rare gedachte in mij op: ik wil hem daarvoor bedanken. Mijn held gaat dood. En ik moet hem de laatste eer bewijzen. Het liefst in stemmige omgeving, maar als het alleen kan in een veredelde loods tussen een megabioscoop en een voetbalstadion - het zij zo.

Ter hoogte van Abcoude haal ik mijn telefoon tevoorschijn. Ik log in op Marktplaats en klik aan: advertentie verwijderen.

Dit verhaal verscheen eerder in mei 2014. Morgen lezen abonnees in Trouw een necrologie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden