Review

Terug naar opa's fietsenmakerij

Van de Franse romancier Rouaud mag je iets verwachten. Zijn verfijnde stijl, zijn gave om het historische met het persoonlijke te verweven, maken hem in eigen land tot een zeer geziene auteur. Jammer dat zijn laatste roman zo wordt ontsierd door postmoderne spelletjes.

Maarten van Buuren

Jean Rouaud is bekend als de krantverkoper in een Parijse kiosk die in 1990 als een donderslag bij heldere hemel de Goncourtprijs won met zijn debuutroman ’De velden van eer’.

Rouaud was bang dat het verpletterende succes van dit boek (inmiddels zijn er meer dan een miljoen exemplaren van verkocht) hem zou blokkeren om nog meer boeken te schrijven. Die angst bleek ongegrond. Na ’De velden van eer’ schreef Rouaud vier romans die samen met zijn debuut een vijfdelige familiecyclus vormden en na deze cyclus volgden nog een tiental andere romans. Van de laatste, ’La femme promise’, is nu een Nederlandse vertaling verschenen.

Het verhaal gaat over twee niet meer jonge hoofdpersonen: Mariana, een beeldend kunstenares, en Daniël, een kernfysicus. Hun leven is op een dood spoor geraakt. Als Daniël na een weekend terugkeert in zijn Parijse appartement, blijkt zijn echtgenote verhuisd te zijn met medeneming van alle spullen, tot en met de lampen en de fittingen. Als Mariana na een bezoek aan haar vader terugkeert in haar kasteeltje, blijkt dat leeg geroofd te zijn en wat erger is: al haar kunstwerken zijn in stukken geslagen.

Op het politiebureau, waar Mariana de roof aan gaat geven, ontmoet ze Daniël. Hij is gekleed in een duikerpak: zijn auto is met al zijn bezittingen gestolen toen hij aan het duiken was.

Het is liefde op het eerste gezicht, tenminste: dat laat de auteur doorschemeren, maar het zal nog lang duren, om precies te zijn vierhonderd bladzijden, voordat alle misverstanden uit de weg zijn geruimd.

Daniël en Mariana hervinden zichzelf en elkaar door terug te gaan naar hun oorsprong. Daniël gaat wonen in de fietsenmakerij van zijn grootvader. Het winkeltje staat er nog zoals hij het heeft achtergelaten. Daniël stapt terug in de geschiedenis van zijn familie.

Mariana gaat op zoek naar haar vader. Hij heeft zich teruggetrokken in een grot om te ontkomen aan een traumatische geschiedenis die zich in de Tweede Wereldoorlog heeft afgespeeld. Daar bestudeert hij prehistorische wandschilderingen. Alle aandacht gaat uit naar de schildering waarop een gewonde hinde is te zien die haar wonde likt. Mariana past het geheim van deze hinde toe op haar eigen leven: ze verzamelt de brokstukken van haar sculpturen en monteert er een nieuw en schitterend kunstwerk mee.

De roman heeft alle ingrediënten voor een geweldig boek: een diep menselijke drama dat verteld wordt in een ragfijne stijl. Maar terwijl het verhaal van ’De velden van eer’ zo vast staat als een huis, zingt de stijl van ’De beloofde vrouw’ zich los. Het verhaal verdwijnt achter allerlei vertelinstanties die elkaar aanvullen en tegenspreken.

De romance tussen Mariana en Daniël is nog niet op gang gekomen, of hij wordt onderbroken door de auteur die opmerkt dat het verhaal ook anders had kunnen verlopen en wel als volgt. Dan last hij varianten in die je ’denkbeeldig’ zou kunnen noemen als het verhaal zelf dat al niet was.

Da auteur wordt op zijn beurt op de vingers getikt door een ’wij’, dat wil zeggen door de lezers, die als een Grieks koor tussenbeide komen om een blik achter de schermen te werpen of om te zeggen hoe wij zouden willen dat het verhaal verder gaat. „Laten we de deur die nu op een kier staat eens iets verder openduwen” zegt het koor „en op onze tenen de slaapkamer binnenlopen. Op het omwoelde bed zien we hoe Daniël etc.” Er is zelfs een apart koor van vrouwen. „Wat ziet hij er toch verleidelijk uit in die oude overall,” zingt het koor, als Daniël verschijnt in de kleren van zijn grootvader.

Op deze manier verdwijnt het verhaal achter een wolk van schijnbewegingen waarin de lezer maar met moeite kan onderscheiden wat ’echt’ en wat ’fictief’ is, om uiteindelijk te concluderen dat alles fictie is. Rouaud heeft het subtiele evenwicht tussen vorm en inhoud dat kenmerkend was voor zijn eerste romans prijsgegeven voor postmoderne spelletjes die de suggestie wekken dat de werkelijkheid al schrijvend opgaat in fictie zoals een houtblok, na in de haard gelegd te zijn, opgaat in rook. Dat is jammer.

Maarten van Buuren is de auteur van onder meer ’De innerlijke ervaring’ en ’Kikker gaat fietsen’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden