Review

Terroristen zijn geen sektariërs

Volgens de auteurs van ’In iedereen schuilt een terrorist’ worden mensen tot terrorist gemaakt, op dezelfde manier zoals mensen door vreedzamere sekten gehersenspoeld worden. Sektekenner Richard Singelenberg is niet overtuigd.

Richard Singelenberg

Plaats mensen in het juiste decor, trek zelf een witte jas aan, zet een streng gezicht op en draag hun op iemand anders een dodelijke stroomstoot door het lijf te jagen. Twee derde van de mensen, weten we alweer een tijdje, zal er geen probleem mee hebben.

Het sensationele experiment van Stanley Milgram in de jaren zestig liet zien waar blinde gehoorzaamheid aan autoriteit toe kan leiden en hoezeer we tot blinde gehoorzaamheid geneigd zijn. Deze wetenschap wordt niet alleen opgevoerd als verklaring voor de gruwelen van de holocaust maar ook voor het hedendaags terrorisme.

Terroristische acties mogen ’gestoord’ lijken, uitgebreid onderzoek toont aan dat de daders dat allerminst zijn. Een daderprofiel van zelfmoordterroristen bestaat overigens niet, of het moet zijn dat ze vervreemd zijn van hun culturele achtergrond. De titel van dit boek geeft aan dat ze daarmee een dwarsdoorsnede van de bevolking vormen.

De gedachte is dat veel menselijk gedrag niet verklaard kan worden uit de individuele persoonlijkheid maar uit het lidmaatschap van een groep. Wie wil weten waarom islamitische terroristen zichzelf opblazen in Israëlische restaurants of een Boeing een wolkenkrabber insturen, zal de rekrutering, indoctrinatie en de groepsprocessen binnen Al-Kaida en andere terreurnetwerken moeten bestuderen. Dat is het werkterrein van de sociale psychologie.

De schrijvers hebben geput uit de enorme hoeveelheid onderzoek in deze discipline, de experimenten die het effect laten zien van beïnvloeding, groepsdruk en machtsverhoudingen. Niet alleen het experiment van Milgram is daarvan een voorbeeld, maar onder meer ook het onderzoek naar groepsbeïnvloeding van Asch waarin een nietsvermoedend proefpersoon een tekening wordt getoond met lijnstukken. Slechts twee van die lijnen hebben dezelfde lengte en de proefpersoon wordt gevraagd welke dat zijn. Aanvankelijk kiest hij de juiste. Maar alle andere groepsleden (die met de proefleider in het complot zitten) maken expres een aantoonbaar foute keuze. Na verloop van tijd past de proefpersoon zich aan de groep aan en maakt ook hij de verkeerde selectie, hoewel een kind kan zien dat die niet klopt. Het experiment toont het effect van een groep op het individu, en laat zien welke bizarre gevolgen die druk heeft.

Een belangrijke sleutelterm die de auteurs hanteren is ’sekte’. Immers, in een sekte is sprake van hechte samenhang, duidelijk leiderschap, afzondering en een fanatieke overtuiging. Als die groepskenmerken aanwezig zijn, is er een grote kans dat de leden gedrag gaan vertonen dat ze in andere omstandigheden wel uit hun hoofd zouden laten, beweren de auteurs.

Zo op het oog klinkt dat plausibel. Toch is deze benadering problematisch. In de eerste plaats verzuimen de schrijvers de term ’sekte’ te definiëren. De Van Dale is een al te simpele oplossing in een analyse die wetenschappelijk wil heten. De constructie krijgt het karakter van ’het is groen, heeft een zure smaak en een steeltje’. De kans is dus groot dat we over een appel praten, maar het wetenschappelijk gehalte van de redenering is dubieus.

Door het begrip sekte van toepassing te verklaren op terroristen die in cellen opereren, worden zij vergeleken met sekteleden. Maar welke? Scientologen? Leger des Heilssoldaten? Jehovah’s getuigen? Als Meertens en zijn medewerkers zich hadden georiënteerd op de uitgebreide literatuur over sekten in de godsdienstsociologie – hun bibliografie geeft dat niet aan – dan hadden ze zich gerealiseerd dat de term nauwelijks iets verklaart.

Zo raakt de realiteit van het islamitisch zelfmoordterrorisme uit het oog. Een leider van de Al-Aksa terreurbrigades klaagde er bijvoorbeeld over dat hij de toevloed van potentiële zelfmoordenaars niet aankan. „Wij gaan niet naar ze op zoek, ze komen naar ons toe; we weigeren ze, zelfs een aantal keren. Ze proberen ons te hersenspoelen om hen te accepteren.’’ Dat klopt absoluut niet met wat sekten geacht worden te doen: rekruteren vanuit een overkoepelende organisatie, langdurig indoctrineren.

Of neem de daders van de aanslag in Londen; een vriendenclubje dat elkaar kende van cricket, zonder enige band met Al-Kaida of welke terroristennetwerk dan ook. Ook de cel in Madrid was op deze manier ontstaan. En de advocaat van de Hofstadgroep had het over een vriendengroep die over het geloof sprak. Dit brengt ons bij de ’bunch of brothers’- theorie: het vriendengroepje waarvan de leden elkaar radicaliseren en dat zich uiteindelijk spontaan kan ontwikkelen tot een terroristische cel, zonder enige leiding van buitenaf.

De behoefte een aanslag te plegen gaat aan het contact met een georganiseerd netwerk vooraf. Ideeën over de uitvoering worden opgedaan op het internet waar kant-en-klare receptuur voor aanslagen te vinden is. Ook de ideologische rechtvaardiging is via virtuele weg beschikbaar. Daar is geen sekte, wat daarmee ook bedoeld moge worden, voor nodig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden