Review

Televisie kwam aarzelend op gang

Deze week schreef de Volkskrant nog een paginagroot artikel over de omroepverenigingen, die 'vooral geldverslindende bolwerken van bureaucratie' zijn geworden. Wie het boek 'Televisie, beginjaren van een nieuw beroep' leest, weet dat deze conclusie even actueel als gedateerd is.

Al in de vooroorlogse radiojaren had de omroepleiding zoveel belangrijke zaken aan het hoofd dat de programma's vaak werden vergeten. Een onderzoek ter ere van het zestigjarig bestaan van de KRO leverde een veelzeggend rijtje 'klassieke agendapunten van het Dagelijks Bestuur' op: contacten met drukker en uitgevers van de KRO Gids; aankoop van panden en studiobouw; medefinanciering van telkens sterkere zenders; financiële claims van derden; ontwikkeling van ledenbestand en inkomsten; te contracteren orkesten.

Niet het radiovak stond voorop, maar de identiteit. Dat ondervond ook Gabri de Wagt, een van de vele figuranten die de geschiedenis rijk is. Tijdens het korte kennismakingsgesprek met de grote Vara-baas Broeksz zag de nieuwe werknemer een interessante titel staan in de boekenkast. Hij vroeg of hij 'Inleiding voor het maken van programma's voor de radio' mocht lenen. ,,Nee'', antwoordde Broeksz, ,,je mag dat boekje lenen dat ernaast staat: 'Leven en werken van Pieter Jelles Troelstra'.''

Het was in dit klimaat dat een nieuw medium bestaansrecht probeerde te verkrijgen. In haar beginjaren was de televisie vooral 'een moeilijk kind van de techniek', een hinderlijk bijverschijnsel van de radio. Politieke gevaren vochten in de discussies om voorrang met maatschappelijke nadelen en godsdienstige bezwaren. Men was vooral bang dat de televisie zou 'profiteren van de aangeboren gemakzucht van de mens'.

Dat is ook gebeurd, tenminste volgens de critici. Wie terugblikt met schrijver Leo Akkermans, zelf programmamaker van het eerste uur, komt tot de conclusie dat het succes van de televisie het werk is van die paar eenzame enkelingen die tegen de stroom in roeiden. ,,De werkgever, 'de omroep', leverde daarbij verreweg de meeste frustratie op.''

Niettemin zouden het de televisiemakers zijn, volgens Akkermans, die de journalistiek een nieuwe impuls gaven. Een van de eerste voorbeelden van die vernieuwing was het verslag van Koninginnedag 1957. Jan Vrijman wilde iets anders laten zien dan 'het traditionele Polygoon-beeld van een land waar niets gebeurde en de zon altijd scheen'.

Lang leve de televisie dus. Of hetnieuwe medium inderdaad volwassen is geworden, laat zich iedere avond raden, op inmiddels negen Nederlandse zenders.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden