Thé Tjong-Khing.

InterviewThé Tjong-Khing

Tekenaar Thé Tjong-Khing begint op zijn 87ste aan een nieuw avontuur: ‘Een stripverhaal is net een film’

Thé Tjong-Khing.Beeld Patrick Post

Thé Tjong-Khing begint op zijn 87ste doodleuk aan een nieuw avontuur. Na 45 jaar kinderboeken illustreren maakte hij samen met vier collega’s een stripalbum voor volwassenen. Het smaakt naar méér.

Of hij niet zo langzamerhand met pensioen wil? Thé Tjong-Khing, de beleefde vriendelijkheid zelve, lijkt de vraag een tikje onnozel te vinden. “Tekenen is leuk hoor”, zegt hij. “”Ik doe het elke dag, ik ben nu met vier boeken tegelijk bezig. Zolang je niet blind wordt en je handen niet zijn afgehakt, kun je werken, toch?”

Zo gestaag doorwerken, dat doen niet veel leeftijdsgenoten u na.

“Nee? Nou, ik doe er niks voor hoor. Ademen.”

De vruchten van zijn werk staan in kasten langs de wand van zijn Haarlemse woonkamer. Zo’n 400 à 500 kinderboeken illustreerde Thé (dat is zijn achternaam), van Guus Kuijer, Miep Diekman en Els Pelgrom tot alle avonturen van Vos en Haas. Ook maakte hij boeken in zijn eentje, waaronder zijn klassieker Waar is de taart? en bundels vol sprookjes. Een monumentaal oeuvre, hele generaties kinderen groeiden ermee op.

Maar voor zijn nieuwste project tapte de beroemde tekenaar uit een ander vaatje: de strip. Samen met vier collega’s maakte hij het album De man die geen saxofoon mocht spelen. De 87-jarige Thé was de drijvende kracht en bedacht het concept: één verhaal, vijf tekenaars die het op een verschillende manier uitwerken. Het ‘Khing-experiment’ (Khing is zijn voornaam) levert verrassende verschillen op. De één bleef dicht bij de letter van het verhaal, Thé zelf gaf er in zijn tekeningen een eigen draai aan. “Dat was de afspraak: totale vrijheid”, vertelt hij.

Een nieuwkomer in het genre is Thé zeker niet, hij begon zijn carrière als striptekenaar in de studio van Marten Toonder. Zijn strip Arman & Ilva verscheen van 1969 tot 1975 in negen kranten in binnen- en buitenland. Maar het ging hem vervelen, hij stopte ermee: “Ik moest steeds maar diezelfde poppetjes tekenen. Illustreren vond ik leuker: elk boek een andere stijl.”

Na 45 jaar ligt er voor het eerst weer een kort stripverhaal. “Het voelde als thuiskomen”, zegt de tekenaar. “Ik kon in deze strip weer acteren.”

Hoe kijkt een personage dat net heeft ontdekt dat zijn vrouw hem bedriegt? Hoe ziet angst eruit op een gezicht? Of blijde verwachting die verandert in teleurstelling?

“Acteren kan ik in die kinderboeken niet, dan teken ik steeds maar één plaatje, één situatie. Begrijpt u wat ik bedoel? Een stripverhaal is net een film, ik kan verder met een tekening.”

Beeld Patrick Post

Film is een grote liefde, al sinds zijn jeugd in een Chinees gezin in Nederlands-Indië. Zijn vader had een tijdje een bioscoop, de kleine Khing bestudeerde poses, gezichten en camerastandpunten. “Als ik naar een film kijk, zit ik nog steeds mee te regisseren: je had dáár moeten staan, je had zó moeten kijken. Voor mijn vrouw is dat niet zo leuk, ik verpest de film voor haar.”

Harvey Weinstein

De regisseur in Thé komt in het stripverhaal goed aan zijn trekken. Vooral in de gezichtsuitdrukkingen van zijn personages heeft hij plezier. In zijn versie van het verhaal wordt een moord gepleegd, de hoofdrollen zijn voor een mooie, jonge operazangeres en een nare, veel oudere man. “Kijk”, zegt hij, wijzend naar close-ups van de man. “Zie je hoe hij kijkt? Dat is zo leuk om te doen.”

Verschillende tekenaars gingen aan de slag in hetzelfde stripalbum. Deze tekening is van Thé Tjong-Khing.

De voor verkrachting veroordeelde filmproducent Harvey Weinstein was een inspiratiebron, vertelt Thé: “Ik heb mijn hoofdpersoon weerzinwekkend gemaakt, maar misschien had ik hem beter wél aantrekkelijk kunnen tekenen. Dat was spannender geweest. Of ik altijd zo zelfkritisch ben? Uiteraard, ik denk vaak: dit had beter gekund, iets paarser of donkerder gemoeten.” De vrouwelijke hoofdpersoon modelleerde hij naar Hollywood-actrice Virgina Mayo: “Een spannend gezicht heeft zij.”

Met de zes pagina’s die zijn stripverhaal beslaat, was hij wel een maand of twee zoet. Eerst maakte hij een storyboard van alle plaatjes. Voor gezichtsuitdrukkingen raadpleegt hij zijn visuele geheugen, voor actiehoudingen observeert hij zijn eigen bewegingen in een grote spiegel. De tekeningen maakte hij met pen en potlood op papier.

Verschillende tekenaars gingen aan de slag in hetzelfde stripalbum. Deze tekening is van Juliette de Wit.

Was deze terugkeer naar de strip eenmalig? Wat hem betreft niet, zegt Thé: “Ik zou graag een tweede album maken.” Met wederom variaties op één verhaal, dat vindt hij interessant. “Ik zou zelf wel eens vijf verschillende strips willen tekenen op basis van één verhaal. Of dit experiment willen herhalen, maar dan met tien tekenaars.” Dan heeft hij wel een goed verhaal nodig, geschreven door iemand anders, want díe fantasie heeft de tekenaar niet. “Ik kan niet van nul beginnen. Ik moet een kader krijgen. Kunstenaars vinden dat heel verschrikkelijk, ik heb het juist nodig. Dan is het de kunst er iets moois van te maken.”

Het lastige is alleen: Thé weet pas welk verhaal hij zoekt als hij het leest. Het moet tekenbaar zijn, dat staat vast: “Met alleen maar gesprekken kan ik niets. Er moet iets gebeuren, liefst een moord.”

De man die geen saxofoon mocht spelen is gemaakt door Lilian Blom (verhaal) en tekenaars Thé Tjong-Khing, Marloes de Vries, Ibrahim R. Ineke, Aimée de Jongh en Juliette de wit. Uitgeverij Personalia, 8,95 euro.

Verschillende tekenaars gingen aan de slag in hetzelfde stripalbum. Deze tekening is van Ibrahim R. Ineke.

Thé Tjong-Khing: levende striplegende

Als Thé Tjong-Khing je uitnodigt om samen een stripalbum te maken, natúúrlijk doe je dan mee. “Dat is een enorme held van me. Tegen Khing zeg je gewoon geen nee”, vertelt Marloes de Vries in het stripalbum De man die geen saxofoon mocht spelen. Daarin hebben vijf tekenaars een moordverhaal verstript van schrijfster Lilian Blom.

Ook Ibrahim Ineke deed mee vanwege initiatiefnemer Thé. “Ik vind het bijna jammer dat er niet een heel boek met Khing-verhalen is verschenen. Daar had ik me met plezier voor teruggetrokken”, zegt hij aan de telefoon. Hij is een bewonderaar van Thé’s vroege stripwerk: “Dat is ingetogen en heeft de juiste losheid. Alles in zijn tekeningen krijgt de ruimte, maar hij geeft wel degelijk sturing.”

Volgens tekenaar Aimée de Jongh is Thé “een levende legende” in de stripwereld, ook al heeft hij dat vak 45 jaar niet beoefend. Ze heeft helpen zoeken naar een uitgever voor dit album. “Zijn naam laten vallen, was genoeg om het balletje te laten rollen.” 

Juliette de Wit houdt “net als Khing heel erg van moord en doodslag. En die krijg ik bijna nooit, als illustrator van kinderboeken.” Ook daarom vond ze het leuk om aan dit albumexperiment mee te doen. Zij studeerde af op striptekenen, maar deed het net als Thé heel lang niet. “Maar wie weet, misschien komt het nu weer.”

Lees ook:

Thé Tjong-Khings bundel vol tsaren, reuzen, (sterke) prinsessen en wonderlijke dieren is een aanwinst

De oude Thé Tjong-Khing (87) glorieert opnieuw als geestig sprookjesverteller.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden