Column

Tegen Rembrandt! (dat intrigeert u vast, toch lezer?)

Beeld Maartje Geels

Het lijkt bijna een tegendemonstratie, de commercial waarmee het Frans Hals Museum dezer dagen op tv aandacht voor zijn eigen schilder Frans Hals vraagt, voorvader van veel moderne schilderkunst. Het is vechten tegen de bierkaai want het is Rembrandtjaar en we zullen het weten. 

Jan Six leidt ons rond; we gaan een driedimensionale, levende Nachtwacht te zien krijgen; hobbyschilders laten in ‘Project Rembrandt’ zien hoe heel Holland de beste schilderijen bakt; Het Rijksmuseum en het Mauritshuis laten alle Rembrandts zien die ze maar hebben; tel daarbij op al die nieuwe Rembrandt-boeken en -documentaires en geen goede vaderlander komt eronder uit. En dat terwijl het in 2006, dertien jaar geleden, ook al Rembrandtjaar was.

Het wordt ons door de strot geduwd, ons ingezetenen van ‘Het land van Rembrandt’ zoals Conrad Busken Huet ons honderdvijfendertig jaar geleden al samenvatte. Waarom Rembrandt en niet Vondel of Spinoza? Omdat Rembrandt het het beste doet in het buitenland en wij zijn altijd een handeldrijvend land geweest, export naar alle werelddelen; ik denk weleens dat als Rembrandts roem tot zijn vaderland beperkt was gebleven hij ook veel minder Nederlandse vrienden zou hebben.

Intussen mag je niet zeggen dat Rembrandt tegenvalt en dat doe ik ook niet. Hij was (ik praat Jan en Annie Romein na) een burgerschilder (‘De Staalmeesters’, al die portretten van patriciërs en stadsgenoten) en hij wist wat hij waard was, maar het heeft ook allemaal iets tijdloos gekregen door de doorleefde emoties die hij erin legde. 

Feestbedervers

Ik zeg niks nieuws. Tegengeluiden zijn bij mijn weten zeldzaam. Als ik ‘Rembrandt-hater’ op internet intyp vragen ze of ik ‘Rembrandt-theater’ bedoel. In zijn eigen tijd zanikte men wel over zijn privéleven en in de negentiende eeuw was er een aantal kunstkenners dat niks in hem zag. Kunstpaus John Ruskin bijvoorbeeld schreef: “Hij is een druilerige, sombere schilder in wiens coloristisch systeem alle kleuren verkeerd zijn, van begin tot eind. Geen kleur is waar of echt”. En kunsthistoricus Burckhardt vond Rembrandt een prutser en, misschien nog erger, een plebejer. Het zijn feestbedervers die allang niet meer meedoen.

In haar roman ‘On beauty’ (‘Over schoonheid’) beschrijft Zadie Smith een Amerikaanse professor die een studie ‘Against Rembrandt’ wil schrijven als reactie op een populair boek van een collega over Rembrandt. Maar ze deugen allebei niet, de een als arrogante postmodernist, de ander als hypocriete verdediger van schoonheid en christelijke waarden. 

Nee dan Jan Emmens, de kunsthistoricus die Rembrandt ontmythologiseerde door hem in zijn historische context te plaatsen maar die ook het mooiste Rembrandt-gedicht schreef, ‘Meesterwerk’: 

Wat nu de Saul van Rembrandt betreft,
mij ontbreekt het weleens aan een tulband en iemand
die harp of harpsichord voor mij speelt,
aan een scepter en een bescheiden gordijn
waarmee ik tranen kan drogen.
 

Kortom, van onze Rembrandt moet je afblijven en als ik boven dit stukje ‘Tegen Rembrandt’ typ weet ik zeker dat ik lezers trek, op zoek naar iets ongehoords.

Meer columns van Rob Schouten leest u op trouw.nl/robschouten.

Lees ook:

‘Project Rembrandt’ is een fraai eerbetoon, maar saaie tv

Een Westerkerk vol schilders­ezels, hoe zou de oude meester Rembrandt dat hebben gevonden? In de Amsterdamse kerk waar hij begraven ligt, begon zondag ‘Project Rembrandt’, een van de vele projecten ter ere van zijn 350ste sterfjaar in 2019.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden