Poëzie Janita Monna

Tegen de somberte: een gedicht dat goed afloopt

‘Dichters moeten soms lang zwijgen.” Maar van sommige zou er best vaker iets mogen verschijnen. Van de spaarzaam publicerende Frank Koenegracht bijvoorbeeld, bovenstaande woorden zijn van hem. Zijn laatste bundel verscheen in 2011 alweer. In iedere bundel staan een paar onvergetelijke gedichten. Regels waarvan je onbedaarlijk in de lach schiet, strofes zo wrang dat je mondhoeken verstrakken. Surreële scènes als die van de dag waarop Leiden verdwenen leek. Alles in die eigen Koenegrachtmelodie. Een beetje praterig, ogenschijnlijk nonchalant, donker, melancholiek, met wonderscherpe beelden, zoals in de min of meer klassieker ‘Endegeest revisited’: “Vroeg grijs, thee en suïcide. / Herfst parkeert tussen het geboomte. // In de mist staat de tuinploeg / als roerloos / als coniferen verspreid. // Zo stil aan de harken geklonken.”

Als dichter debuteerde psychiater Koenegracht begin jaren zeventig. Een kleine vijftig jaar later past wat er sindsdien is verschenen, aangevuld met enkele niet eerder gepubliceerde gedichten, in een bundel van goed een duim dik: ‘Alle gedichten’.

De wereld van Koenegracht is nuchter én waanzinnig. Met de dood die altijd om een hoekje gluurt en vaker dan eens pontificaal zijn plek opeist (‘de dood die is koopziek’), waarna alles gewoon verdergaat, alsof er niets gebeurd is. Het vlottertje van de wc is niet ineens gemaakt, en waaien doet het ook nog steeds.

Beter dan een pilletje

Tegen de somberte biedt Koenegracht een eigen soort troost. Zie ‘Gedicht dat goed afloopt’, een van mijn favorieten. Met een opeenstapeling van dingen die misgaan (‘Als je verdroogd op zee drijft / en er is geen hoop meer maar slechts dorst’) en nog erger misgaan. En dan is daar, in de laatste regel, ‘Je vrolijke vriend Frank’. Dat helpt beter dan een pilletje.

Lezend in het dit verzamelde werk valt evengoed schoonheid op. Die van ‘landslakken’ bijvoorbeeld, en hun ‘langzaamheid’, en hoe ze een spiegel voorhouden, zelfs tijd hebben ‘om niets omstotend / iedereen van harte te groeten’. Of die van dit fragiele meisje: “Zij heeft twee schouderblaadjes / en ze glipt door de deur.”

Koenegracht ontroert ook, bijvoorbeeld wanneer hij zijn vader portretteert: “Aan zijn voeten onze oude bruine kip”. Het is een kletserig gedicht waarin bijna niets gebeurt, maar dat toch in een paar achteloze strofes een man weer even aanwezig stelt, om hem net zo ab­rupt in de laatste regels weer uit beeld te laten lopen.

Het oeuvre van Koenegracht is klein, maar vol. Vol van leven en net zo absurd. Vol van serieuze, geestige, rake regels: “En al ons denken is als een hondje / in de bocht van de weg.” Bemoedigende regels. Verkwikkende beelden. Vreemd eigenlijk dat hij er nooit een grote prijs voor gekregen heeft.

Dat er zo nu en dan nog een klein epigram verschijnt, die vorm die Koenegracht zo eigen is. Dat ‘Alle gedichten’ niet de punt is achter dit oeuvre.

Epigram

Voor Rudy
Als je dood bent op een dag
blijven de lampen rustig in hun fittingen
en ook de wc kan je gewoon doortrekken.
Wel voorzichtig want
het vlottertje werkte al niet goed.
Alles doet het nog: bijvoorbeeld
de overdrijvende wolkenvelden
en de matige tot krachtige tijdelijk harde
tot zeer harde wind uit uiteenlopende richtingen.
Frank Koenegracht

Janita Monna schrijft wekelijks over poëzie voor Trouw

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden