Review

Te vreselijk om zich in te verdiepen

Sommige gebeurtenissen zijn zo vreselijk dat het onmogelijk lijkt ze in de loop van de geschiedenis in te passen. Toch vinden ze plaats. Psycholoog en historicus Eelco Runia schreef een boek over de vraag hoe historici daarmee om kunnen gaan. ,,Juist die trauma's zeggen zoveel over de beschaving.''

In het gedicht 'Mijn broer' beschrijft de Groningse dichter Hendrik de Vries (1896-1989) hoezeer de taal tekortschiet als het erom gaat de alleringrijpendste gebeurtenissen en trauma's te duiden. Je kunt proberen het trauma te omcirkelen, maar verder kom je niet.

Wat voor het persoonlijk leven geldt, geldt ook voor het grote leven van alle mensen samen, de geschiedenis. De werkelijk ingrijpende historische drama's, de gebeurtenissen die hele maatschappelijke en dus ook persoonlijke structuren op de kop zetten, kunnen nauwelijks verwoord worden. Analyse schiet altijd tekort. De slag bij Waterloo valt niet uit te leggen, de loopgravenoorlog bij Verdun evenmin. Over Auschwitz hoeven we niet eens te spreken en ook na Kosovo zullen we met de mond vol tanden blijven staan.

In zijn boek 'Waterloo, Verdun, Auschwitz. De liquidatie van het verleden' probeert psycholoog en historicus Eelco Runia te achterhalen hoe historici met de geschiedenis van anomaliën omgaan. Hij zag hoe de gemiddelde historicus geneigd is met een boog om die vreselijke, door iepen omkringde plekken, heen te lopen. Het is een bijzonder boek dat Runia geschreven heeft. Want behalve een historiografische en een geschiedfilosofische component, bevat het boek ook drie opmerkelijk persoonlijke verslagen van bezoeken aan Waterloo, Verdun en Auschwitz.

Op de vraag hoe de historici zich volgens Runia verhouden tot de anomaliën in de geschiedenis, antwoordt hij met een anekdote: ,,Een beeld dat mij altijd zeer heeft aangegrepen is dat van Lord Raglan tijdens de Krimoorlog. De journalist William Howard Russell beschreef in 'The Times' hoe hij in 1854 aan de zijde van de Britse opperbevelhebber Lord Raglan vanaf een heuvel toekeek bij de uitvoering van een charge. Hij was diept geschokt toen hij zag hoe bijna zevenhonderd Engelse cavaleristen in het dal zomaar de dood ingejaagd werden. De officieren naast hem op de heuvel zagen het net zo goed als hij, maar konden er niets meer aan doen. Russell was vooral geschokt door het besef dat Raglan, door op de heuvel te blijven, niet op tijd in de gaten had gekregen dat hij meer zag dan zijn generaals op het slagveld. Het overzicht dat hij had, had paradoxaal genoeg tot gevolg dat hij het verloop van de strijd zelf niet meer kon beïnvloeden. Je zou dit beeld ook voor het werk van de historicus kunnen gebruiken. Hij zit altijd klem tussen afstand en betrokkenheid.''

Hoe kan de historicus dan toch anomalistische gebeurtenissen in de geschiedenis beschrijven en doorgeven aan een volgende generatie?

Runia: ,,In de literatuur bestaat er een canon, waarmee elke generatie zich opnieuw meet. Homerus, Herodotus, Thucydides, Shakespeare, Tolstoj. Ik zou me voor de geschiedwetenschap iets vergelijkbaars kunnen voorstellen.

Ik heb lang gedacht dat historici, anders dan medici bijvoorbeeld, ook altijd die grote lijnen en gebeurtenissen voorop stelden. Maar ik heb gemerkt dat zij geneigd zijn zich te richten op deelgebieden zonder dat zij iets durven te beweren over het geheel. Het lijkt wel of de meesten het niet aandurven zich volledig op die anomaliën te storten. Veel historici neigen ertoe de anomalistische gebeurtenissen een kopje kleiner te maken, de scherpe kantjes ervan af te halen. Dat is begrijpelijk, want anders moeten we constant ons wereldbeeld aanpassen. En dat is een hele ingrijpende en pijnlijke, psychologisch moeilijk op te brengen operatie.''

En dat intrigeert u?

,,Ja. Want juist die trauma's zeggen zoveel over de beschaving. Ook als je nu naar Joegoslavië kijkt, komt deze vraag boven: Hoe krijg je vat op die anomaliën, die excessen, die steeds terugkeren en constant ons wereldbeeld verstoren?

Je moet bereid zijn om álle facetten van een tijdsgewricht, bijvoorbeeld een oorlog, te bekijken. Iemand als Jules Michelet probeerde dat. Hij heeft met zijn beschrijving van de Franse revolutie in 'Histoire de la Révolution française' (1847-1853) de gebeurtenissen niet een kopje kleiner willen maken, maar getracht om het anomalistische ervan te vatten. Dat levert dan ook indrukwekkende literatuur op.''

Wat deed Michelet precies?

,,Hij liet zien dat het anomalistische van de Franse Revolutie zat in de gigantische discontinuïteit die ontstond. Dingen die men nooit voor mogelijk gehouden had, bleken opeens te kunnen. De koning bleek gevangen gezet te kunnen worden! Dat gaf een enorme schok. Michelet zag dat. Maar hij zag ook hoe je aan de hand van een verhaal met een plot, waarin allerlei kleinere verhalen en details kunnen worden ondergebracht, ondanks alles toch die discontinuïteit kon opheffen, zodat er als het ware verder geleefd kon worden. Met zijn geschiedverhaal heft hij in Hegeliaanse zin de verschrikkingen op. Hij veegt ze niet onder tafel, ontdoet ze niet van hun dramatische lading, maar geeft ze een bedding, waardoor het onbegrijpelijke toch enigszins begrijpelijk wordt.

Michelet vocht met de gebeurtenissen zelf. Fictie? Nee, zo zag hij dat niet, integendeel. Hij beschouwde zichzelf meer als medium. Via zijn werk kon het verleden zichtbaar worden. Er was bij hem ook echt de behoefte om te onderzoeken hoe het eigenlijk was...''

Opdat wij niet vergeten...

,,Nee, niet 'opdat wij niet vergeten'. Zo dacht hij niet. Michelet wilde, net als de andere grote historici, weten hóe het was. Zijn motto zou eerder luiden: Zo (verschrikkelijk) was het. Realiseer het je!''

Welke historicus heeft de gebeurtenissen rond de Franse Revolutie dan wel 'een kopje kleiner gemaakt'?

,,Adolphe Thiers bijvoorbeeld. Hij schreef na 1830, toen de mythe van Napoleon en de glorie van het keizerrijk werden herontdekt. Thiers beschrijft vooral de heldendaden van Napoleon. Hij kiest daarbij voor het retrospectief, vanwaaruit hij alles kan verklaren. Dus als er iets bijzonders gebeurde tijdens een veldslag, dan had Napoleon dat ook altijd zo bedoeld. Zelfs als uit bronnen bijvoorbeeld blijkt dat Napoleons tocht naar Rusland vooral een mars naar het onbekende was. De gebeurtenissen worden zo op een effectieve manier verteerbaar gemaakt. Thiers' boeken werden veel gelezen en sloegen enorm aan.''

Zelf schrijft u over anomaliën in onze eeuw; Verdun, Auschwitz.

,,Het vreemde is dat het anomalistische karakter van de Eerste Wereldoorlog veel groter is dan dat van de Tweede. De Tweede Wereldoorlog was op zich een vrij normale oorlog. Het anomalistische karakter ervan zat vanzelfsprekend in de genocide. Dát was het niet te bevatten trauma, niet de oorlog die uitbrak in '39. Bij de Eerste Wereldoorlog is dat anders. Die situatie lijkt sterk op die in Kosovo. Typerend voor anomalistische historische gebeurtenissen is dat de betrokken partijen vaak handelen in een staat van 'dissociatie', zoals dat in psychiatrie heet. Dat wil zeggen dat men iets veroorzaakt maar er zelf tegelijkertijd ook niet helemaal bij is. Pas later, na afloop vaak, vindt men zich erin terug; dat is kenmerkend voor een anomalie.''

Kunnen wij over de geschiedschrijving van na de Eerste Wereldoorlog misschien iets leren voor de omgang met de anomaliën in Joegoslavië?

,,Het werk dat de Franse historici van de Annales-school gedaan hebben, is heel bijzonder. Figuren als Lucien Febvre en Marc Bloch zochten na het historische trauma een nieuwe vorm van geschiedschrijving die recht deed aan de ervaringen van de gewone man. Zij beschrijven niet meer de ellende van de loopgraven, maar gaan wroeten in andere perioden van de geschiedenis, om een zo compleet mogelijk beeld te construeren van achttiende-eeuwse boeren in de Auvergne. Dus niet de loopgraven! Maar het centraal stellen van de ervaringen van de gewone man in plaats van de commandanten, strategen en bestuurders.

Zo reageert de grote geschiedschrijver dus in tegenstelling tot veel van zijn collega's heel direct op de discontinuïteit die de anomalie veroorzaakt heeft. Ik vind dat mooi om te zien. Het biedt een heel andere benadering dan die van historici als Toynbee en Spengler. Zij bleven na 1918 op een zeer traditionele manier hun vak beoefenen. Hetzelfde geldt voor Loe de Jong en de Tweede Wereldoorlog. Waar Presser zichzelf tot inzet maakt van de vernietiging van zijn familie en volksgenoten en zo tot een indrukwekkende prestatie komt, blijft De Jong in zijn standaardwerk een typisch negentiende eeuws historicus. Anders dan Presser lukt het hem niet zijn vooroorlogse wereldbeeld aan te passen aan de nieuwe situatie. In 'Ondergang' daarentegen zie je dat Presser zijn gespletenheid inschakelt op een manier waarop hij zelf geen controle meer heeft. Dat wekt de indruk van een literair verhaal, maar het is puur afgeleide. Hij wil weten wat er gebeurd is, en als het niet anders kan, dan moet zijn wereldbeeld er maar aan geloven.''

De geschiedschrijver loopt altijd achter de feiten aan. Vandaar dat u als motto het door Goethe gemunte en door Freud gehuldigde 'Im Anfang war die Tat' gekozen hebt (en niet Het Woord). Hoe verklaart u het fenomeen dat de mensen zich van de ene naar de andere catastrofe werken? Wij onderscheiden ons toch juist van de dieren doordat wij een geheugen hebben?

,,Om te beginnen met de geschiedschrijving. De 'gewone' historicus werkt natuurlijk volgens een bepaald denkraam, een paradigma. Vroeger in de vorm van een verhaal, tegenwoordig meer in die van een onderzoeksverslag. En wat zie je nu? Na een grote anomalistische gebeurtenis zijn er een aantal historici die zich geroepen voelen de geschiedenis te herzien. En die komen dan met een nieuw paradigma tevoorschijn. Dat maakt het verschil tussen die grote, klassieke historici en de gewone.

Maar los daarvan lijkt het wel of de mens van tijd tot tijd een opmerkelijke behoefte aan 'ervaring' heeft. Het wereldbeeld wordt dan clichématig. Men wil iets nieuws. Kijk je nu om je heen, dan zie je een hausse van sado-masochistische praktijken. Er is blijkbaar een grote behoefte aan een voor het idee niet-clichématige vorm van seks, aan iets hevigers. Maar dan wel zo gestilleerd en omkaderd dat het in zekere zin ook weer iets heel naïefs en onschuldigs blijft houden. Er zit een behoefte in om het 'gewone' leven te buiten te gaan en je te bezondigen aan een grotere indringendheid. Wordt die behoefte aan 'beleven' sterker en sterker, dan weet je: pas op! Fukuyama's boek over het einde van de geschiedenis is ook zo'n teken. Een volstrekt fantastische hypothese. Zie je zoiets ontstaan, dan kun je daar al bijna uit opmaken dat er weer rare dingen gaan gebeuren.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden