Interview

Tannhäuser: Wagners meest persoonlijke opera

Loy plaatst ‘Tannhäuser’ in een groots decor van een exclusieve herenclub. Beeld monika rittershaus

Bij De Nationale Opera ensceneert Christof Loy ‘Tannhäuser’, waarin de titelheld niet kan kiezen tussen Venus (de hoer) en Elisabeth (de heilige). Volgens de regisseur is het Wagners meest persoonlijke opera: ‘Hij worstelde zelf ook met liefde en lust.’

Er is een rustige kamer gereserveerd. Maar met een lichte paniek in zijn ogen vraagt de Duitse regisseur Christof Loy of daar wel daglicht naar binnen valt. Dat doet het niet. Het is de dag van de voorgenerale repetitie van Wagners ‘Tannhäuser’ en Loy, die de hele dag al in het donkere theater heeft doorgebracht, snakt naar wat daglicht. Tot Loy’s opluchting verplaatsen we het gesprek naar de kantine van Nationale Opera & Ballet, waar de zon uitbundig naar binnen schijnt. 

We kennen Loy hier van zijn succesvolle ensceneringen van ‘Les vêpres siciliennes’ en ‘La forza del destino’ van Verdi, van ‘Arabella’ van Strauss en van ‘Chovansjtsjina’ van Moessorgski. Groots gemonteerde producties met imposante decors waren dat. In ‘Tannhäuser’ volgen we een minnezanger die niet kan kiezen tussen liefde (Elisabeth) en lust (Venus). Loy plaatst het verhaal in een groots decor van een exclusieve herenclub. De heren dragen er smokings, er zijn fauteuils, er is een concertvleugel. Aan een wand zijn barres bevestigd waar ballerina’s hun benen kunnen strekken.

Hoe komt zo’n indrukwekkende theatrale omgeving voor het verhaal van een opera eigenlijk tot stand?

“Het duurt lang eer ik een passend beeld bij een verhaal heb. Ik studeer veel op de teksten en de muziek en praat uitvoerig met mijn decorontwerper Johannes Leiacker. We kennen elkaar al lang en ik vertrouw hem volledig als ik mijn ideeën met hem deel. Leiacker durft het vervolgens aan om mij één basisdecor te geven voor de hele opera, zonder overbodige frutsels of fratsen. Hij daagt mij daarmee elke keer opnieuw uit, omdat hij na al die jaren zeker weet dat ik mijn enscenering logisch en samenhangend in dat ene decor rond kan breien.

“Ik kreeg uiteindelijk een beeld van de Parijse Jockey Club, een exclusieve herensociëteit uit de negentiende eeuw. De leden daarvan hadden privileges in de Parijse Opéra. Zo mochten zij in speciale loges, dicht op het toneel zitten als het tijd was voor het ballet, meestal in de tweede akte. Vanuit die loges konden zij – allemaal keurig getrouwde mannen – ongegeneerd de schaars geklede danseressen met hun toneelkijkertjes begluren. De ballerina’s waren in die tijd ook een soort prostituees, die zich na afloop in de loges melden. Componisten waren in Parijs verplicht om een ballet in hun opera op te nemen. Wagner, die de opera voor Parijs omwerkte, deed het met veel tegenzin en toch componeerde hij daar schitterende en vooruitstrevende muziek en gaf dat ballet enorm veel ruimte in zijn opera. De haat die hij voor balletmuziek voelde, zette hij om in geniale inspiratie. Ik zag ineens overeenkomsten tussen de gesloten, mannelijke gemeenschappen van de Jockey Club en die van de Minnesänger in Wagners opera.

“Sommige mannen, zoals de leden van de Jockey Club, leiden een dubbelleven, maar praten er nooit over. Tannhäuser is daar veel te sensitief voor, hij kan dat dubbele gevoel, de tegenstelling tussen pure liefde en lust, niet wegduwen. Uiteindelijk zorgt dat bij hem voor grote problemen, vooral op het moment dat hij die lust als een onderdeel in zijn kunst opneemt. Met de lofzang op Venus doorbreekt hij een taboe en is hij opeens een verrader van de gesloten gemeenschap van mannen. De personages die ik in dat klassiek-moderne eenheidsdecor plaats zijn mensen van vandaag, met kleding van vandaag. Maar verder is het tijdloos, bij mij zie je nooit computers of mobieltjes.”

Tannhäuser worstelt met de ‘heilige’ Elisabeth (Svetlana Aksenova). Beeld Monika Rittershaus

Wagner werkte de opera een paar keer om en wilde op het einde van zijn leven een versie maken voor zijn eigen theater in Bayreuth, wat niet lukte. Waarom hield deze opera hem zo bezig?

“Dit is Wagners meest persoonlijke opera. Als getroebleerde biografie van een artiest gaat het over hemzelf. Net als Tannhäuser worstelde hij in zijn leven met zijn kunst en zijn positie in de maatschappij, en hij worstelde absoluut met de liefde en de lust. Hij had het vreemde idee dat liefde en lust onmogelijk samen konden gaan. Wagner identificeert zich volledig met de minnezanger, maar vervolgens maakt hij van de kuise Elisabeth een liefhebbende, zeer gepassioneerde vrouw. Misschien zelfs onbewust. Het omgekeerde geldt voor Venus. Zij wordt niet alleen gedefinieerd door Eros. In de latere versies is zij een complete vrouw, fragiel en kwetsbaar. De twee vrouwen hebben veel meer gemeen dan in Tannhäusers visie, en dus ook in de visie van Wagner. Er was iets met de perceptie die Wagner van de liefde had, en met zijn perceptie van liefde in de maatschappelijke context. Hij geloofde niet dat de liefde op een bevredigende manier onderdeel van het leven kon zijn. Het feit dat Tannhäuser zich gespleten voelt tussen twee verschillende vrouwen is als een spiegel voor het niet vinden van een plek in de maatschappij. De kern van de opera komt op het moment dat hij voelt dat hij weer van Elisabeth kan houden en tegelijkertijd een artiest kan zijn in deze maatschappij. Maar hij heeft dat nog niet gevoeld of hij vernietigd dat beeld weer ogenblikkelijk. Alsof er een vloek op rust.”

Wat heeft u met al die religieuze connotaties in dit werk?

“Ik ben katholiek opgevoed en nog steeds zeer gelovig. Ik begrijp goed wat Wagner wilde zeggen. We hebben allemaal verplichtingen jegens de mensen van wie we houden en daar vechten we soms tegen. Er is iets in ons dat ons tot verraders maakt, tot ontrouwe mensen. Niet alleen op het gebied van liefde, maar ook in onze sociale omgang. Als Tannhäuser terugkomt van zijn pelgrimstocht uit Rome begrijpt hij door wat er in Elisabeths hoofd en hart omging dat niet hij het centrum van de wereld is. Hij begrijpt dat Elisabeth niet vecht, maar voor hem sterft. Venus kan dat als godin niet, die is onsterfelijk. Voor de beide vrouwen heeft Wagner verschillende toonsoorten bedacht: Es-groot voor Elisabeth en E-groot voor Venus. In de muziek wint natúúrlijk Es-groot, het heilige. Maar ik kan me toch niet aan de indruk onttrekken dat Wagner daar aan het slot, in de vlugge passages voor de strijkers, weer iets van de eerdere Venusberg-muziek wilde oproepen. Misschien sterft Tannhäuser wel met het utopische beeld dat hij de heilige en de hoer toch nog verenigd heeft.”

Tannhäuser van Richard Wagner door De Nationale Opera gaat zaterdag in première. Het Nederlands Philharmonisch Orkest staat onder leiding van Marc Albrecht.

Het verhaal van Tannhäuser

Minnezanger Tannhäuser verblijft bij de liefdesgodin in de mythische Venusberg, waar hij zich overgeeft aan de lust. Maar nu verlangt hij terug naar zijn vorige leven en roept de heilige Maria aan, waarop de Venusberg verdwijnt. Terug bij de minnezangers bloeit ook de pure liefde tussen hem en Elisabeth weer op.

Aan het hof van Thüringen wordt een zangwedstrijd aangekondigd met als thema: ‘Het wezen van de liefde’. Wie dat het best bezingt zal van Elisabeth elke gewenste prijs krijgen. Tijdens de wedstrijd zingt Tannhäuser tot ontzetting van allen een ‘schunnig’ prijslied voor Venus. Als ‘zondaar’ sluit hij zich daarna aan bij pelgrims op weg naar Rome.

Elisabeth bidt voor het heil van Tannhäuser, maar als de pelgrims eindelijk terugkeren is hij er niet bij. Elisabeth smeekt de heilige Maagd haar te laten sterven als boete voor hem. Als Tannhäuser dan toch nog terugkeert, heeft hij van de paus geen absolutie gekregen. Hij wil terug naar Venus. Maar als de baar met Elisabeths lichaam langskomt, sterft Tannhäuser naast haar. Aan de dorre tak die de pelgrims van de paus meegekregen hebben, ontspruit plots groen blad als teken van vergeving.

Lees ook:

Koor schittert in Russisch drama

Regisseur Christof Loy gebruikte het schilderij als begin- en vertrekpunt voor zijn scherpe en intelligente kijk op de historische en muzikale lappendeken die Moessorgski’s opera is. Vóór een uitvergrote reproductie werd het schilderij bij aanvang als een tableau vivant nagebootst. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden