Review

Tabakspact te kijk, rook in het oog

Roken levert mooie filmbeelden op. De introductie van Humphrey Bogart in Casablanca: eerst de sigaret, dan een hand en daarna Bogarts gezicht. A bout de souffle (Belmondo met zonnebril en peuk), in Body Heat is Kathleen Turner mét sigaret aantrekkelijker dan in al haar andere, tabakloze, films tezamen. En niet te vergeten Smoke met Harvey Keitel, beeldtaal die een cultuur weergeeft.

FRANS MEULENBERG

De werkelijkheid is anders: roken schaadt de gezondheid en de antirook-tendens wordt almaar krachtiger. Trouw-journalist Joop Bouma beschrijft de geschiedenis van deze kruistocht in 'Het rookgordijn'.

In 1954 stelde de Britse minister van volksgezondheid dat het verband tussen roken en longkanker bewezen is. 'Bewezen' moet hier gelezen worden als 'uiterst aannemelijk'. Want het bewijzen van een oorzakelijke relatie tussen gedrag en ziekte is uiterst lastig. Vier jaar later verscheen het halfslachtige advies van de Nederlandse Gezondheidsraad, waarin men uitsluitend sprak over een 'grote kans' op longkanker. Tegen die tijd stonden bij tabaksfabrikanten in Europa en in de Verenigde Staten de voortdurende berichten over de risico's van roken al op de agenda. De afgesproken tactiek: verwarring zaaien, verdeeldheid stimuleren en botweg ontkennen.

En men sloot een pact. In 1965 spraken alle fabrikanten af om elk verband tussen gezondheid en roken, ook in commerciële zin, te mijden. Geen producent zou zich op de markt begeven door een nieuwe sigaret aan te prijzen die 'veilig of veiliger voor de gezondheid' is. Begin jaren zeventig sneuvelde deze gentlemen's agreement toen Niemeijer zwichtte voor de druk van de markt en een nicotine-arme sigaret lanceerde (Roxy). De term 'nicotine-arm' raakte het fabrikantenpact in het hart. Er was een bres in het gesloten front geslagen.

Bouma maakt duidelijk welke mechanismen een rol speelden in de discussie rond de risico's van roken. Een sterke lobby van de tabaksindustrie wist op de achtergrond belangrijke politici te beinvloeden (Ruud Lubbers en Onno Ruding). De Nederlandse overheid volhardde in een 'heilloze spagaat': accijnzen werden gladjes binnengesluisd, tegelijkertijd werd er, zwakjes, voor de risico's van roken gewaarschuwd. De industrie verzweeg onderzoek stelselmatig.

Overigens speelde Nederland bepaald geen voortrekkersrol in de strijd tegen het roken. Pas tien jaar na de Engelsen kondigde de overkoepelende Nederlandse artsenorganisatie een standpunt aan. En tot ver in de jaren negentig was Nederland een remmende factor in het pan-Europese offensief tegen tabak.

Het boek bevat mooie mini-portretten, zoals dat van Lenze Meinsma (die een eenmansguerrilla voerde tegen de tabaksindustrie) en Willem Kruithof, die dertig jaar lang bleef procederen tegen misleidende reclame voor sigaretten. En passant geeft het boek bovendien inzicht in de lange traditie van het Hollandse poldermodel. Eind 1975 verscheen het advies van de commissie-Meulblok, bestaande uit vertegenwoordigers van vijf ministeries. Niet alleen pleitte de commissie voor een algemeen reclameverbod maar zij stelde, voor het eerst, dat ook passief roken schadelijk is. Voorwaar een krachtig standpunt. Wat gebeurde er? Niets. Voorzitter Meulblok vindt anno 2000 dat het rapport 'niet vergeefs is geweest', al erkent hij dat het 'een beetje frustrerend is' dat er met het rapport niets gebeurde.

Wie het boek van Bouma leest, fronst de wenkbrauwen bij de uitspraak van minister Borst: ,,Wij gaan de sigaret uitroeien.' De macht van de tabaksindustrie (net zo goed als die van -pakweg- de auto- of de wapenindustrie) is groot. Marktwerking heeft lak aan mensenlevens. Mitsubishi verzweeg bijna twintig jaar lang alle gerapporteerde mankementen. En onlangs kwam pilfabrikant Wyeth in het nieuws omdat deze stelselmatig negatieve bijeffecten van de anticonceptiepil geheim zou houden.

De tabaksindustrie past in dat rijtje. Ik zeg dit niet om de handelwijze van de tabaksindustrie te rechtvaardigen. De huidige maatschappij gedoogt nog steeds een risicovol leven (autorijden, roken, drinken) tegen een zachte prijs (accijns). Voor onderzoeksjournalisten liggen dus nog heel wat goudaders klaar om blootgelegd te worden.

'Het rookgordijn' is een mirakel van onderzoeksjournalistiek. Onthullend en onthutsend. Gedreven speurt de auteur langs tienduizenden documenten op internetsites. Alle interne bedrijfsdocumenten van de tabaksindustrie zijn namelijk op last van de Amerikaanse overheid via internet openbaar gemaakt. Dit levert vermakelijke informatie op. Zo werd een integrale Engelse vertaling gevonden van een Brandpunt-uitzending uit 1972, waarin Niemeijer de nicotine-arme sigaret presenteerde.

Is dit het finale boek over roken? Nee. Hoe belangrijk ook, de macht van de tabaksindustrie alleen is onvoldoende verklaring voor het fenomeen roken. Hiervoor is een cultuuranalyse nodig met wellicht een cruciale rol voor de massamedia. Bouma heeft daar hoogstens een begin mee gemaakt. Er kleeft nog een manco aan het boek: het gebrek aan distantie. Vanaf de eerste pagina kiest de auteur partij. Soms via een enkel tendentieus woord zoals in de constatering dat de tabaksindustrie beschikt over 'doorgewinterde' advocaten (de andere partij niet dan?). Een enkele keer gebruikt hij zelfs pure demagogie als hij het heeft -in de openingsalinea nota bene- over jeugdige rokers ,,die nu, tegen de tijd dat de hypotheek is afgelost, met longkanker worden geconfronteerd'.

Verontwaardiging en woede zijn voor een auteur slechte drijfveren. Wie zozeer het gelijk aan zijn zijde weet, zou dit gelijk veel omzichtiger moeten tonen. Want wie op deze wijze verkettert, wordt zelf een predikant.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden