Review

Taalvuurwerk van een emigrant

Jozef Pronek is een stumperige Europeaan, die in Amerika het hoofd boven water houdt door te collecteren voor Greenpeace. Maar zijn levensverhaal, 'De 'Pronek-fantasieën', is allerminst stumperig opgeschreven.

De vergelijking met Joseph Conrad en Vladimir Nabokov ligt voor de hand; ook Aleksandar Hemon (1964) is een balling uit een oud Europees land die als schrijver het Amerikaanse hart verovert. Hemon komt uit Sarajevo, net als zijn held Jozef Pronek, die op het moment dat in zijn land de oorlog uitbreekt, besluit om in de Verenigde Staten te blijven. In 'De Pronek-Fantasieën', (de wat opgewektere vertaling van wat in het origineel sombertjes 'Nowhere man' heet, naar de Beatles-song) volgen we Pronek in zijn opeenvolgende levensfasen.

Wat dat betreft is dit boek zeker geen wonder van fantasie, het is voornamelijk een gewone levensgeschiedenis met Pronek als tragikomische held, over wiens jeugd we in lekker beschreven episodes te horen krijgen. De eerste stapjes, de eerste leraren, de eerste liefdes, de eerste baantjes, alles passeert in chronologische volgorde de revue. Over de liefde bijvoorbeeld: ,,Maar halverwege de tweede week konden ze zich niet meer inhouden en troffen hun lippen elkaar in een stramme, tandenklikkende kus. Ze zaten aan de rand van het water, kleine golfjes tussen hun tenen, en Pro-neks arm lag als een dode vis om haar schouders. De zon ging onder en verspreidde de kitscherige oranje gloed van ontelbare ansichtkaarten, die Pronek nog altijd vochtige ogen kan bezorgen.' Dat is misschien mooi en treffend, maar vooral ook afstandelijk beschreven. Pronek is weliswaar een doodgewone jongen met een Oost-Europees accent die in Amerika zijn weg probeert te vinden, maar zijn schepper is dat niet. Hemon is (en hier dringt de associatie met Nabokov zich op) een schitterend veeltalig stilist die graag als een poppenspeler aan de touwtjes van zijn personages trekt.

Zo laat hij over Proneks jeugd vertellen door een welbespraakte vriend, van wie je allengs ontdekt dat hij verliefd op Pronek is. Een tweede deel, waarin de Joegoslavische antiheld zijn weg in Amerika probeert te vinden met baantjes als detective of collectant voor Greenpeace, is dan weer veel realistischer getoonzet, à la Raymond Carver haast. En in het slothoofdstuk schudt Hemon alle kaarten nog eens helemaal opnieuw en laat hij alle personages uit vorige hoofdstukken in vermomming optreden in de vooroorlogse smeltkroes van het Verre Oosten, alsof hij wil zeggen: mijn personages zijn overal en van alle tijden.

Kortom, over deze ogenschijnlijk eenvoudige levensgeschiedenis van een aardige, wat kneuzige emigrant ligt voortdurend het briljante, manipulerende vernuft van de auteur die zijn lezers wil gidsen en betoveren.

Je zou de Pronek-fantasieën een allochtoons-Amerikaanse roman kunnen noemen, die met z'n stilistische en structurele hoogstandjes afwijkt van de vaak nogal rechtlijnige en realistische Amerikaanse literatuur. Ik kan me voorstellen dat lezers daar op het puntje van hun stoel zitten. Voor Europese lezers ligt dat wat anders. Wij kennen onze Nabokov, Gombrowicz en Kundera en hun literaire hogeschoolwerk. De Amerikaanse persstemmen prijzen de getalenteerde vreemdeling de hemel in, maar mij werd de stilistische overdaad zo nu en dan wat te veel. Zinnen als ,,er lag een stuk toiletpapier in op te lossen als een traag pulserende kwal. De kraan van de wastafel telde streng zijn druppels af' of ,,Twee witte eieren rolden als irisloze ogen door het kokende water' of ,,Achter de ruit van Zorba's draaide een bonk gyros als een misvormde planeet om zijn as' wijzen op een fenomenaal plastisch vermogen maar ook op een aanzienlijke koketterie.

Hemon is overigens kien genoeg om het literaire vuurwerk functioneel te maken door het toe te schrijven aan de verliefde Victor Plavtsjoek, die halverwege het boek spoorloos in het niets oplost. In de latere passages, waarin we Pronek, angstig en geïntimideerd, langs de Amerikaanse deuren zien scharrelen als privé-detective en Green-peace-collectant, overheerst een veel soberder toon, die meer effect sorteert. Zo is de langzamerhand ontluikende liefde tussen Jozef en Rachel mooi neergezet:

,,Ze had kort stekelhaar, met een lok tot vlak boven haar sprankelende ogen. Haar kersenrode bovenlip had de curve van een musketierssnorretje. Ze had een kuiltje in haar kin. Ze had appelwangen die Pronek wilde aanraken. 'Als je klaar bent met mijn gezicht, zal ik je mijn tieten laten zien.' 'Het spijt mij', zei hij, en hij richtte zijn blik ijlings op een verre hoek van het plafond, om vast te stellen dat daar niets te zien viel. 'Geeft niet hoor', zei ze, 'Ik vind jouw gezicht ook leuk.'

Al met al heb je het gevoel dat deze virtuoze schrijver in zijn vertelling allerlei registers uitprobeert om te zien waarmee hij je het best begoochelt. Soms lukt dat, op andere momenten ergert hij je. Dat er met Hemon een bijzonder talent aan het woord is valt niet te loochenen, maar hij lijkt me ook iemand tegen wie je dat niet te veel moet zeggen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden