Vertalers

Taalboekenprijs zet de bescheiden inwoners van lagelonenland ‘Vertalië’ in het licht

Literaire vertalers zwoegen in stilte, maar ze hebben grote invloed op de Nederlandse cultuurgeschiedenis. Ook in tijden van Google Translate, onderstreept ‘Vertalen in de Nederlanden’, de winnaar van de Taalboekenprijs 2022.

Iris Pronk

Wie schreef Le deuxième sexe (1949)? Die quizvraag is wel te doen: Simone de Beauvoir. De volgende is moeilijker: wie vertaalde deze feministische klassieker voor het eerst uit het Frans in het Nederlands?

Het antwoord staat in Vertalen in de Nederlanden: Jan Hardenberg, die tot die tijd vooral reisgidsen vertaalde. Dankzij zijn noeste arbeid verscheen De tweede sekse tussen 1965 en 1968 in twee delen. Het werd ook in Nederland een fundament voor de Tweede Feministische Golf.

Literaire vertalers staan altijd in de schaduw van de beroemde schrijver. Vertalen in de Nederlanden, een toegankelijk geschreven geschiedenis van de vertaalpraktijk, zet ze voor eerst in het volle licht. De vijf auteurs laten zien dat vertalers een grote stempel drukken op de Nederlandse cultuur, van de middeleeuwen tot nu.

Neem Johan Stärcke, een Amsterdamse huisarts. “Hij heeft zich vooral verdienstelijk gemaakt als pokkenbestrijder”, vertelt Ton Naaijkens, hoogleraar vertaalwetenschap en een van de auteurs. “Maar hij was ook de eerste vertaler van Sigmund Freud.” Met De droom als uiting van het onbewuste zieleleven (1913) ontsloot Stärcke het gedachtegoed van de Weense zenuwarts voor een groot publiek.

Knecht van de schrijver

Ook schrijver en vertaler Steven Barends uit Delfzijl was invloedrijk. Niet met zijn eigen nationaalsocialistische strijdverzen, maar wel met zijn vertaling van Mein Kampf, die in 1939 verscheen als Mijn kamp. Barends vertaalde ook een jeugdboek van Johanna Haarer uit het Duits: Moeder, vertel eens wat van Adolf Hitler! (1942). De oplage bedroeg 15.000 exemplaren en was nagenoeg uitverkocht.

Zo zijn er veel vertaalde boeken die de Nederlandse cultuur hebben beïnvloed, van Plato’s Symposium tot de Bijbel en van Shakespeares Hamlet tot Pippi Langkous van Astrid Lindgren. Ook recente bestsellers zijn vaak vertalingen, denk aan Vijftig tinten grijs en De zeven zussen. Hoe groot de impact van die twee laatste titels is, valt nog te bezien, maar ze liggen op duizenden Nederlandse nachtkastjes.

Toch kregen vertaalde boeken tot nog toe weinig aandacht in Nederlandse cultuur- en literatuurgeschiedenissen. Ook de vertaler zelf kwam er bekaaid vanaf. “In veel tijden had de vertaler een dienende rol”, verklaart Naaijkens. Volgens sommigen is hij zelfs ‘de knecht van de schrijver’.

Eigenheid van een tekst imiteren

Maar zo eenduidig is die relatie niet: de ene vertaler permitteert zich veel meer vrijheden dan de andere. Er woeden verhitte discussies in ‘Vertalië’, zoals de wereld van vertalers wel wordt genoemd. Hoe precies moet een vertaling zijn, hoe creatief, hoe kom je het dichtst bij de letter of de geest van het origineel?

“Vertalen is een manier van schrijven, waarbij je probeert de oorspronkelijke eigenheid van een tekst of schrijver te imiteren”, zo beschrijft Naaijkens dit ingewikkelde vak. Heeft dat nog wel toekomst in tijden van verengelsing en Google Translate?

Zeker wel, zegt Naaijkens: techniek is altijd een hulpmiddel geweest, maar heeft het brein van de vertaler nooit kunnen vervangen. Dat veel jongeren tegenwoordig het oorspronkelijke Engels lezen, vindt hij prima, maar ook een beetje jammer. “Want ze missen veel, ze hebben veel minder kennis van het Engels dan vertalers, die altijd nog meer lagen in literatuur ontdekken.”

Vertalen op water en brood

Grotere bedreigingen van het vertalersvak zijn de vergrijzing en het bescheiden honorarium. Vertalers klaagden al in 1969 dat ze vertaalden ‘op water en brood’. Sindsdien is de situatie wel verbeterd, dankzij werkbeurzen en vertaalprijzen, maar nog steeds kun je Vertalië ook volgens Naaijkens vergelijken met een lagelonenland.

Naaijkens en zijn vier collega’s hebben zeker tien jaar gewerkt aan Vertalen in de Nederlanden. Volgens de jury van de Taalboekenprijs, een initiatief van het Genootschap Onze Taal, het Algemeen-Nederlands Verbond en Trouw, is het boek een ‘overtuigende winnaar’.

Vier keer Shakespeare

Shakespeares Richard III werd vaak vertaald. In de openingsmonoloog stelt de wrede koning zichzelf voor, terwijl hij voor de spiegel staat. Hieronder fragmenten uit vier vertalingen, geciteerd uit Vertalen in de Nederlanden.

Richard III (1929) – A. Roland Holst

Maar ik, op speelsche kunsten niet gebouwd,

Noch toonbaar voor der lusten spiegel, ik,

Grof afgestempeld, missend liefde’s hoogheid

Om trots de dartle nymph te naadren, ik...

Richard III (1970) – Willy Courteaux

Maar ik, die niet gebouwd ben voor die fratsen,

En geen verliefde spiegel ’t hof kan maken;

Die grof gestempeld ben en adel mis

Om speelse, dartle nimfen te bekoren;

Richard III (1983) – Gerrit Komrij

Ik – niet geschikt voor zulke gymnastiek,

Of voor vrijages met verliefde spiegels –

Ik echter, ruwe klomp, gespeend van veren

Om op te zetten voor kokette nimfen:

Richard Modderfokker den Derde (1997) – Tom Lanoye

But I, niet voor gerollebol geschapen,

Verkeerd geëquipeerd om, voor de lol,

Mij voor een wrede spiegel af te trekken;

I, grof gekneed en altijd scheef gekleed,

Lees ook:

Zeven talen leren in zeven dagen? Het kan echt – met een beetje lef

Kan een mens in zeven dagen zeven vreemde talen leren lezen? Taaljournalist Gaston Dorren denkt van wel. Hij schreef er een leuk en leerzaam boek over, dat ook genomineerd was voor de Taalboekenprijs 2022. ‘Het is geen grootspraak, het werkt echt.’

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden