Recensie

Taal uit het jongenshol zou moeten zingen

Beeld RV

Hij werd geboren halverwege de jaren dertig, de oorlog was al voelbaar aan 'hees geschreeuw van redenaars in de radio', zo vertelt W, hoofdpersoon uit 'De jongenskamer' van Willem van Toorn.

Het was alweer even geleden dat er poëzie van hem verscheen. Deze nieuwe bundel laat zich het best omschrijven als een verhaal in gedichten. Een verhaal over W, een personage dat dicht bij Van Toorn zelf staat. Zijn leven begint met taal. Of eigenlijk met klank, want al jong merkt W dat woorden in de provincie anders klinken dan in de stad:

"Hard dialect een ondoordringbaar harnas om de dierbare / en toch zo vreemde levens diep in de provincie // waaraan zijn ouders zijn ontsnapt. / Hún spraak al aangepast / aan de stad, maar nog met sporen van hun verleden aan de rivier."

W, zoon van een kleermaker, groeit op in een bezette stad. Met zijn broers deelt hij 'de jongenskamer', 'het eigen hol' waar wordt gesmoezeld over jongenszaken. En al is het oorlog, de argeloze W zwerft graag op straat met zijn vriendje Rein, rennend om maar 'vóór spertijd binnen te zijn'. De dichter toont hoe voor de jongen begrippen langzaam een andere invulling krijgen: de kinderlijke verbazing dat de Joden, die hij kent van plaatjes en verhalen uit de kinderbijbel, ook in de straat kunnen wonen en moeten onderduiken.

En, als de oorlog voorbij is het onverwoestbare geloof in de woorden van vader: "Jongens, nu komt er nooit meer oorlog. (...) Nu zal niemand / het ooit meer wagen zelfs maar aan oorlog te denken."

W's persoonlijke geschiedenis loopt parallel met de grote gebeurtenissen van de vorige eeuw: "Nederland herrijst, en er is / een eindexamen". Hij zoekt zijn weg, in geloof en systemen, tussen stad en platteland, verhaalt van zijn werk als laborant, van hoe hij docent werd en zo de militaire dienst ontliep, van liefdes en van kinderen en van demonstraties tegen de oorlog in Vietnam.

In trage zinnen toont Van Toorn hij hoe W's wereldbeeld kantelt, hoe de door vader voorspelde vrede barsten vertoont.

Fraaie scènes lichten op, maar meeslepend wil de geschiedenis niet echt worden. Vertelt Van Toorn misschien te veel, laat hij te weinig aan de verbeelding over? Een enkele keer lijkt zelfs de meester even boven te komen en klinkt hij wat belerend, over Amerika bijvoorbeeld, dat de held uithangt in Vietnam, maar blind is voor de rassenongelijkheid in eigen land.

Zijn thuis vindt W in taal, in verhalen en gedichten, tussen dichters. Hij is schrijver en in het tweede deel van de bundel blikt hij terug op zijn carrière - de dichtersreisjes, de optredens op poëziefestivals. Hij vindt zijn nieuwe grote liefde, valt voor haar stem als ze wereldpoëzie voorleest, 'talen // in hun meest vrije vorm'.

Omringd door zoveel poëzie zouden deze regels toch moeten zingen, maar dat doet 'De jongenskamer' uiteindelijk niet.

Willem van Toorn
De jongenskamer
Querido; 104 blz. € 17,99

Janita Monna schrijft wekelijks over poëzie voor Trouw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden