null Beeld

PoëzieJanita Monna

Taal kan wat stuk is heel maken

Janita Monna

Dat we dus niet allerlei grootse verwachtingen moeten hebben. Vooral niet moeten denken dat er spitse meningen verkondigd gaan worden, of dat er speelse metaforen over de pagina’s zullen zwieren. ‘Ik ga een beetje mijmeren over vrouwen in de letteren, vroeger en nu.’ Aldus Ineke Riem in het openingsgedicht van haar tweede dichtbundel. En hoewel dat natuurlijk met een knipoog gelezen kan worden, en ook weer niet helemaal; ik veerde meteen op van die regels, en, dat zeg ik dan maar meteen, de rest van Fantasii stelde allerminst teleur – zing die titel overigens als Earth, Wind & Fire deed in Fantasy.

Met dat gemijmer valt het behoorlijk mee. Tenzij het oproepen van een jeugd, van een kind dat zich één voelt met de omgeving waarin het opgroeit, daarvoor door zou gaan. Maar dan toch zeker niet als je dat zo doet als Riem:

‘Ik ben opgevoed door bomen en kreken/ Ik versta verschillende ritseltalen goed tot zeer goed/ Wind en ruimte spreek ik vlekkeloos.’

Verlorenheid en vervreemding

Die heelheid van eens spatte uiteen, en de verlorenheid en de vervreemding die daarmee gepaard gaan zijn voelbaar in deze poëzie. Zonder dat dat zwaar wordt, Riem vormt sombere gevoelens om tot montere knutseltips: ‘Van/ gekleurde wc-rollen kun je een huis bouwen voor je verdriet/ en van pijn spin je zachte wol bv. voor knuffels.’

De korte cycli van gedichten waaruit deze bundel is opgebouwd, lezen als een reis, als een zoektocht naar manieren om de scheidslijn tussen vroeger en nu, mens en natuur, ik en de ander, leven en dood vloeiend te maken. Dat leidt tot gedichten met sprookjesachtige sferen, vol dromen, tot werelden waarin van alles mogelijk is en iemand landschap wordt (‘Mijn benen zijn bomen geworden’), een uitstapje richting ruimte waagt en terugkomt. Tot klankrijke regels vol inventieve beelden en ideeën (ook met de metaforen zit het meer dan goed) waarin langzaam maar zeker de levensreddende kracht van taal en verbeelding zichtbaar wordt: de ‘blauwe magie’ van de balpen. Dat idee mag dan niet per se opzienbarend zijn, de bezielde gedichten in Fantasii zijn dat wel.

Riem, die behalve twee dichtbundels, ook verhalen en romans op haar naam heeft staan, laat zien: taal kan wat stuk is heel maken. In fantasie leeft alles voort.

Weideboek

Mijn moeder is een slingerende dijk tussen de weilanden.

Mijn vader hoog en wijd en leeg.

Ik ben opgevoed door bomen en kreken.

Ik versta verschillende ritseltalen goed tot zeer goed.

Wind en ruimte spreek ik vlekkeloos.

Daar waar ik woon zijn de asfaltwegen dun en brokkelig langs de rand,

de lijnen zijn er bijna afgesleten.

De steeën liggen laag langs smalle dijken, hun kleine bakstenen

hebben diepe rimpels. Veehekken hangen scheef.

Verte bestuurt mijn geboortegrond,

regen is haar secretaris.

Ik leer hier de schoonheid van gescheurd, omgewaaid, afgebladderd.

Maar hoog aan de hemel is de zon heel.

Ik leer zo rustig te zijn dat een kievit in mijn haar wil nestelen.

De kalmte van trekpaarden zit in mijn familie, ik herken

de pootafdrukken van padden en fazanten.

Ik kan verschillende soorten stilte onderscheiden.

Ik loop door de berm en luister, betrap in de diepe sloot

een vloot van donsgrijze zwanen.

Als Tarzan of Mowgli hier ooit opduikt, denk ik wel

dat we vrienden zouden kunnen zijn.

Ineke Riem

null Beeld
Beeld

Ineke Riem
Fantasii
Arbeiderspers; 72 blz. € 18,99 euro

Janita Monna (1971) is journalist en recensent. Ze was redacteur bij Poetry International en nam het initiatief voor de jaarlijkse Gedichtendag. Voor Trouw schrijft ze over poëzie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden