BoekrecensieAmerikaanse literatuur

T.C. Boyle’s schets van de tweestrijd tussen commercie en idealisme biedt een veelzijdige kijk op de mens

null Beeld
Beeld

T.C. Boyle’s schets van de tweestrijd tussen commercie en idealisme biedt een sombere maar zeker niet verzuurde en op magische wijze toch ook stimulerende kijk op de mens.

De Amerikaanse schrijver T. Coraghessan (naar een verre Ierse voorvader) Boyle (1948) is een echte babyboomer, iemand die de vrijheid-blijheid-geest van de jaren zestig en zeventig in de loop van een halve eeuw heeft zien verdampen. Zijn boeken brengen dat in beeld. Of ze nu over new-age achtige idealen, maatschappelijke experimenten of geestverruimend lsd-gebruik gaan, ze lopen vrijwel nooit goed af. Zijn hoofdpersonen roken achteloos joints, wonen in communes in de woestijn, willen de wereld verbeteren maar aan het eind staan ze met lege handen. Toch zijn het geen cynische, ontmoedigende romans. Er heerst een merkwaardig soort pit in ze die je het gevoel geeft dat het net zo goed anders, beter had kunnen uitpakken, als ... als de mens zelf zijn mooie bedoelingen niet had dwarsge­zeten.

Praat met mij, Boyles jongste roman, gaat over de chimpansee Sam, die het object is van een experiment eind jaren zeventig van de vorige eeuw. Professor Guy Schermerhorn (zijn Nederlandse naam wordt verder niet toegelicht) en zijn assistente Aimee leren Sam praten, niet met woorden maar met gebaren, ten einde zijn min of meer menselijke ziel te ontsluieren. Het is een met veel stipendia en fondsen gedoteerd academisch project, volkomen afhankelijk van de goodwill van de buitenwereld. Om sympathie en geld te verwerven hopen Guy en Aimee Sam ook in tv-shows te laten optreden, wat het geheel ongewild een ietwat circusachtige allure geeft. Het is die tweestrijd tussen idealisme en commercie die het hele project ten slotte fataal wordt. Het loopt slecht af met Sam.

Boyle is geen filosoof en ook geen al te diep borende psycholoog. Hij kijkt gewoon goed om zich heen en zet zijn maatschappelijke drama’s stevig en plastisch in de verf. Guy is de idealist die koste wat het kost wil slagen maar voor wie uiteindelijk zijn carrière toch ook doorslaggevend is. Aimee, een gevoelig maar tamelijk onbestemd mooi meisje dat zich helemaal aan Sam verslingert, een vrouw die (ietwat ziekelijk toch ook, wat mij betreft) haar enige levensdoel aan de chimpansee ontleent. Daarboven zweeft, als een soort onzichtbare God de baas van het hele project en eigenaar van Sam, Moncrief, een reus met een ooglapje, die gewoon geld wil zien. Als die laatste, nota bene op Thanksgiving, het hele project komt afblazen, gaat Aimee er met Sam vandoor, in scenes die aan het beste van die onweerstaanbare Amerikaans road novels doen denken: ze belanden op een camping waar het alsnog misgaat als Moncrief het beest komt ophalen. Einde goedbedoeld experiment.

T.C. Boyle Beeld
T.C. BoyleBeeld

Boyle vertelt het verhaal op zijn kenmerkende meerdimensionale wijze, we krijgen ­zowel Aimee’s, Guys als Sams kijk op de ­gebeurtenissen te lezen. Ook herneemt hij soms gebeurtenissen die hij al eerder ­beschreven heeft. Dat alles zorgt ervoor dat je nooit helemaal zeker bent van de precieze gang van zaken. Het is maar hoe je ernaar kijkt, lijkt Boyle daarmee te willen zeggen.

Het meest curieus is natuurlijk zijn blik in de ziel van de primaat. Met hoofdletters geeft Boyle steeds aan dat Sam in grote concepten denkt, KOUD, ERG, GROTE MAN, zijn mede-apen beschouwt Sam als ZWARTE KEVERS. Zo’n apenervaring ziet er als volgt uit: ‘Hij was in paniek weggerend, springend door de doornstruiken en de dode, gele ­takken, en hij wist niet in welke richting, ­zolang hij maar wegkwam bij het HEK, het scheermesdraad en de GROTE MAN met zijn prikkelaar.’ Zeker, het is maar een poging om de apenziel weer te geven, het zijn ook steeds maar korte hoofdstukjes en je voelt wel dat onze taal bij lange na niet toereikend is voor Sams gedachten en emoties, maar ik vond het ook geen storend of te hoog ge­grepen talig experiment. Een bijproduct van Boyle’s verbeelding is dat Aimee en Guy ­eigenlijk niet veel genuanceerder lijken dan de chimpansee Sam, Aimee is eendimensionaal verliefd, Guy ten slotte ook maar een opportunist. Als iemand na afloop zou concluderen dat mensen net apen zijn en apen net mensen, kun je hem geen ongelijk ­geven.

Boyles romans zijn altijd vlotte leesboeken, vol energie en spannend geschreven. Daardoor voel je misschien de tragiek van zijn personages niet zo, maar de achtergrond van zijn boeken is eigenlijk toch steeds de grote mislukking van de sociale experimenten uit het recente, en soms verdere verleden – bijvoorbeeld in De vrouwen, over de commune rond architect Frank Lloyd Wright. Zijn hoofdpersonen zitten in kleine, idealistische kringetjes en proberen er met geestverwanten iets van te maken maar er komt tenslotte weinig van terecht. Het resultaat is een sombere maar zeker niet verzuurde en op magische wijze toch ook stimulerende kijk op de mens.

null Beeld
Beeld

T.C. Boyle
Praat met mij
Vert. Kees Mollema. Meridiaan; 368 blz. € 24,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden