Openingsconcert van het Festival Oude Muziek. Beeld Marieke Wijntjes
Openingsconcert van het Festival Oude Muziek.Beeld Marieke Wijntjes

RecensieKlassiek

Swingende, sensuele cantates over Christus’ kruisiging

Ensemble Correspondances
Buxtehude
★★★★

Myrthe Meester

Doorboorde handen en voeten, gutsend bloed, een stekelige doornenkrans – daarover gaat Membra Jesu nostri (‘de lichaamsdelen van onze Jezus’), een zevendelige cantatecyclus van de Noord-Duitse barokcomponist Dietrich Buxtehude. Geen lichte kost, zou je zeggen.

Maar in de uitvoering van Ensemble Correspondances, geleid door dirigent Sébastien Daucé, wordt het dat wel: sierlijke, tedere en bij vlagen zelfs swingende muziek. Met Membra Jesu nostri opende het Franse ensemble vrijdagavond in de Grote Zaal van TivoliVredenburg de 40ste editie van het Festival Oude Muziek Utrecht, waar het artist in residence is.

Als bezoeker was het moeilijk om niet zachtjes mee te deinen met de ritmische, aanstekelijke melodieën van Buxtehudes vocaal-instrumentale cantates, waarin steeds een ander lichaamsdeel van Christus centraal staat. Ook Daucé zelf en zijn twee violisten, beide staande spelend, wiegden voortdurend heen en weer. Met vloeiende handbewegingen zorgde Daucé voor subtiele nuances in tempo en volume, die de expressie van de Latijnse tekst onderstreepten.

Gruwelen van de kruisiging in een haast erotische context

Die tekst, een dertiende-eeuws mystiek gedicht van Arnulf van Leuven, leent zich uitstekend voor Daucés levenslustige benadering. In het gedicht hunkert de gelovige ernaar Jezus’ gehavende lichaam te kussen en omhelzen, ermee te versmelten en zich met het bloed uit zijn wonden (‘zoete honing’) te wassen. De gruwelen van de kruisiging worden in een haast erotische context geplaatst, zoals in de middeleeuwen niet ongebruikelijk was.

Na iedere cantate trad neerlandicus Frits van Oostrom, gespecialiseerd in middeleeuwse literatuur, naar voren voor een korte lezing. Jammer genoeg ging hij niet bijzonder diep in op de sensuele lijdensmystiek van Membra Jesu nostri, waarmee hij de luisterervaring een extra dimensie had kunnen geven. De algemene informatie die hij gaf, en de voorgelezen moderne lijdensgedichten van Nijhoff, Achterberg en Wigman, hadden wellicht beter in een inleiding vooraf gepast.

Een onderhuids zinderende intensiteit

Eén intermezzo was bijzonder welkom. Tussen de vierde en vijfde cantate bracht mezzosopraan Lucile Richardot, die geroemd wordt om haar mysterieuze, androgyne stemgeluid, een Klaglied ten gehore dat Buxtehude schreef voor de begrafenis van zijn vader. Haar vibratoarme, maar rijk geornamenteerde zang verleende het eenvoudige lied een onderhuids zinderende intensiteit.

De daarop volgende cantate klonk wat gehaast, alsof Daucé het contrast met het meditatieve Klaglied wilde onderstrepen. En in de zesde cantate, gewijd aan Jezus’ hart, zongen de sopranen hun soloaria met enigszins onvaste stem.

Gelukkig viel alles op zijn plaats in de slotcantate Ad faciem (‘Tot het gezicht’): met extatische samenzang en verrukkelijk dansante melodieën besloten Daucé en zijn ensemble, die tijdens het festival nog drie maal met ander repertoire te horen zullen zijn, deze veelbelovende openingsavond.

Festival Oude Muziek Utrecht vindt plaats van 27 augustus t/m 5 september. Info: www.oudemuziek.nl

Lees ook:

Muziek met de kracht van de retorische herhaling

De Franse componist en dirigent Sébastien Daucé opent dit jaar het Festival Oude Muziek Utrecht, dat op 27 augustus van start gaat. Het festival draait om de retorica, de kunst van het inspelen op de emoties. Daucé kiest voor indringende barokmuziek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden